nieuws

‘De ondergrond verdient beter’

bouwbreed

‘De ondergrond verdient beter’

Met zijn betoog dat de wereld afstevent op een volgende ijstijd, hoeveel CO2 de mens ook uitstoot, verlevendigde prof.dr. Salomon Kroonenberg menig klimaatdiscussie. Het leverde hem ook het predicaat op van klimaatscepticus. Zelf noemt hij zich liever klimaatrelativist.

Het laatste wat hij wil is bouw- of andere activiteiten stilleggen. De
volgende hindernis opwerpen na zeggenkorfslak of korenwolf. Diepe metrostations
moeten vooral gebouwd worden, tunnels geboord en kelders gegraven. Maar meer
bewustwording wat er door die activiteiten sneuvelt in de ondergrond vindt
prof.dr. Salomon Kroonenberg wel op zijn plaats. Want met elke shovel waarmee
aannemers een hap grond wegnemen verdwijnt er iets van het rijke
geschiedenisboek dat de bodem in zijn ogen is. De hele historie van de aarde
ligt er in vastgelegd. En niet alleen maar geschiedenis: er wordt steeds meer
leven ontdekt op steeds grotere diepten. Het record staat nu op zo’n 3 kilometer
diepte, waar in spleten in het graniet nog niet zo lang geleden thermo-anaerobe
bacteriën werden aangetroffen. “Toch jammer als je dat ongemerkt vernietigt
omdat je de bodem beschouwt als een groot afvalvat waar je alles zomaar alles in
kiepert.”

Verdrag van Delft

In zijn afscheidsrede aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen
van de TU Delft vrijdag pleit Kroonenberg daarom voor een verdrag van de
ondergrond. Hij hoopt op net zo’n soort regeling als de archeologen in de jaren
90 van de vorige eeuw voor elkaar boksten in het verdrag van Malta. Niet om
menselijke activiteiten te bemoeilijken en exploitatie van de ondergrond tegen
te gaan, maar wel om aan te sporen om studies vooraf uit te voeren en zo
mogelijk dingen te behouden en te tonen of op zijn minst te documenteren. Als
werktitel geeft hij het de naam ‘verdrag van Delft’ mee. “Ik hoop dat iemand het
oppakt en zich er sterk voor wil maken. Want organiseren is niet mijn sterkste
kant. Ik laat dit zaadje vallen in de hoop dat iemand het koestert en laat
opbloeien. Het zou mooi zijn als bij de spoortunnel in Delft een eerste
voorbeeld van deze aanpak gerealiseerd zou worden. Dan levert Delft niet alleen
de naam maar ook de eerste toepassing van het verdrag door een bodemontsluiting
mooi zichtbaar te maken.”

Neeltje Jans

In het geologisch vaak als oninteressant versleten Nederland, liggen de
bijzondere bodemverschijnselen volgens Kroonenberg namelijk voor het opscheppen.
Bij de bouw van de Oosterscheldekering ontdekte een Nederlandse geoloog op
Neeltje Jans sedimentlagen die door de dagelijkse eb- en vloedcycli waren
afgezet. Van de hele voorgaande maand waren de afzettingen feilloos zichtbaar en
viel precies aan te wijzen wanneer het springvloed was geweest. Dat was nog
nooit ergens waargenomen. Na die ontdekking werden over de hele wereld
vergelijkbare afzettingen aangetroffen. Maar het startpunt was Neeltje Jans. *
Voormalig bouwmanager van de Noord-Zuidlijn en collega-hoogleraar Johan Bosch
troonde Kroonenberg niet lang geleden mee naar station Rokin in Amsterdam. Daar
was aannemer Max Bögl druk bezig met afgraven en stond een prachtig grondmassief
overeind. “Onderaan bevond zich het zand uit de ijstijd, daarboven zag je
langzaam de zeespiegel rijzen, het basisveen binnenkomen en daarna de volgende
veenlagen. De hele geschiedenis van Amsterdam voltrok zich voor mijn ogen”.
Inmiddels is die formatie verdwenen, maar het was mooi geweest als het op een of
andere manier behouden was gebleven en zichtbaar was gemaakt. “Misschien wel met
een glazen diepwand of iets dergelijks”, fantaseert de hoogleraar. Hoewel hij
ook best weet dat de aannemer al voldoende moeite heeft om met betonnen
diepwanden een stabiel bouwwerk te maken.

Fantaseren

Ideeën genereren, fantaseren soms, is misschien wat Kroonenberg wel het
liefst doet. Het is ook de reden dat hij nu afscheid neemt van de TU Delft en
niet pas over twee jaar als hij officieel de pensioengerechtigde leeftijd
bereikt. Want hij is inmiddels druk bezig met het schrijven aan een nieuw boek.
Hij heeft de smaak te pakken na het verschijnen van zijn ‘De menselijke maat’ in
2006, dat inmiddels zijn twaalfde druk beleeft en al in verschillende
vertalingen is verschenen. Het succes van dat boek verraste hem zelf ook en
bracht hem in een wereld van publieke discussies en televisiedebatten. Met zijn
betoog dat de wereld onherroepelijk afstevent op een volgende ijstijd, hoeveel
CO2de mens ook uitstoot, verlevendigde hij menige klimaatdiscussie. Het leverde
hem ook het predicaat op van klimaatscepticus. Zelf noemt hij zich liever
klimaatrelativist. Hij vindt niet dat de mensen maar ongebreideld moeten
doorgaan met het verstoken van fossiele brandstoffen. Alleen is zijn argument
niet dat de CO2-uitstoot zo’n probleem oplevert, maar dat de voorraad fossiele
energie sowieso eindig is. “Studenten bij onze vakgroep die toekomstgericht
bezig willen zijn kunnen zich dus beter toeleggen op het winnen van aardwarmte
dan dat ze zich uitputten om nog meer olie uit de aardkorst te krijgen. De
vakgroep is niet voor niets intensief betrokken bij een boring naar aardwarmte
in Pijnacker die twee weken terug van start ging. Daar zijn dezelfde technieken
toepasbaar als in de oliewinning, waar onze vakgroep traditioneel sterk in is.
Ik geloof sterk in geothermie. Net als in de ontwikkeling van efficiëntere
zonnecellen en andere vormen van duurzame energie, alleen kunnen wij daar als
geowetenschappers geen rol bij spelen.”

Geldverspilling

In maatregelen om de CO2-uitstoot terug te dringen ziet hij in elk geval geen
heil. De bijdrage van de CO2-uitstoot aan de opwarming van de aarde is volgens
Kroonenberg minimaal. Daar zijn andere mechanismen werkzaam over veel langere
tijdschalen. “En het zou zomaar kunnen dat we over een aantal generaties dat CO2
weer nodig hebben om de afkoeling van de aarde te temperen. Dan zou het handig
zijn als je dat CO2 weer vrij kunt maken. Maar niemand die daar rekening mee
houdt.” Het broeikasgas opslaan in lege gasvelden vindt hij daarom
geldverspilling. Net als de pogingen om het op te slaan in olivijn dat is
toegevoegd aan bouwmaterialen of dakbedekking. Die meningen zal hij de komende
tijd zeker blijven verkondigen als hem er naar wordt gevraagd. Maar bovenal zal
hij op zoek gaan naar een antwoord op de vraag waar toch die minachting van de
ondergrond vandaan komt. Daarvoor gaat hij in zijn nieuwe boek te rade bij
literatuur, mythologie, oude godsdiensten en alles wat maar heeft bijgedragen
aan die negatieve beeldvorming. Want de ondergrond verdient beter, weet
Kroonenberg, na ruim veertig jaar bodemonderzoek.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels