nieuws

Krimp arbeidsplaatsen loopt door tot in 2012

bouwbreed

Krimp arbeidsplaatsen loopt door tot in 2012

De werkgelegenheid in de bouw krijgt in een tijdsbestek van tien jaar twee forse klappen te verwerken. Van de 484.000 arbeidsjaren in 2001 zullen er in 2011 nog 429.000 over zijn. Dit verlies van 55.000 arbeidsjaren komt overeen met ongeveer 60.000 banen. Voor werknemers is de klap nog harder. Bij hen gaan in totaal 74.000 arbeidsjaren verloren.

Vanaf 2012 trekt de werkgelegenheid weer enigszins aan tot 455.000
arbeidsjaren in 2015. Gemiddeld groeit de werkgelegenheid in die periode
jaarlijks met 6000 arbeidsjaren. Bijna 40 procent van de werkzame personen in de
bouw woont in de regio West. In die regio is het werkgelegenheidsverlies in
2009-2011 relatief het kleinst en het herstel in de jaren 2012-2015 het
krachtigst. Verliezers zijn vooral de regio’s Noord en Zuid, waar relatief de
meeste banen voor werknemers verloren gaan en waar het herstel benedengemiddeld
zal zijn.

Topjaar 2001

Terugkijkend op de afgelopen tien jaar bereikte de bouwwerkgelegenheid in
2001 een hoogtepunt met 484.000 arbeidsjaren. Dat was het hoogste niveau sinds
de crisis van de beginjaren tachtig. In de periode 2002-2004 belandde de bouw in
een recessie met aanzienlijke gevolgen voor de werkgelegenheid. In drie jaar
tijd verdwenen zo’n 35.000 arbeidsjaren, wat overeenkomt met bijna 40.000 banen.
In 2004 (en 2005) bedroeg de werkgelegenheid 450.000 arbeidsjaren. De klap was
het grootst bij werknemers. Daar verdwenen in die periode ruim 40.000
arbeidsjaren en nog eens 5.000 arbeidsjaren in de jaren na 2005. De
werkgelegenheid van zelfstandigen bleef tijdens de recessie van 2002-2004
gematigd doorgroeien. Het waren met name de zelfstandigen zonder personeel
(zzp’ers) die in die jaren sterk in aantal toenamen. De werkgelegenheid van
zelfstandigen neemt per saldo toe van 72.000 arbeidsjaren in 2001 tot 90.000 in
2011.

Eindpunt 2008

Het jaar 2008 markeert het eindpunt van een periode van een zeker herstel van
de bouwwerkgelegenheid. De werkgelegenheid bereikte in dat jaar het niveau van
470.000 arbeidsjaren. Daarmee was nog geen 60 procent van het
werkgelegenheidsverlies van de recessie van 2002-2004 teruggewonnen. Het herstel
van 20.000 arbeidsjaren kwam voor 90 procent ten goede aan zelfstandigen
(zzp’ers) in de bouw. Daar zzp’ers in hun arbeidsaanbod in tijd en plaats
flexibeler zijn dan werknemers, kan worden gesteld dat de bouw in het afgelopen
decennium een slag heeft gemaakt in de flexibilisering van het
arbeidspotentieel. De huidige crisis begint nu zijn sporen na te laten in de
werkgelegenheidscijfers voor de bouw. In 2009 daalde deze met 2 procent van
470.000 tot 460.000 arbeidsjaren. Dat is naar het zich laat aanzien de voorbode
van een groot verlies aan werkgelegenheid in 2010. De bouwwerkgelegenheid loopt
doorgaans achter bij algemene economische trends, omdat bouwprojecten in de
pijplijn nog moeten worden afgemaakt.

Korte termijn

In 2010 zal de bouw met naar het zich laat aanzien een groot verlies aan
werkgelegenheid kampen. Ramingen van het EIB gaan uit van een verlies van 6,5
procent (bijna 30.000 arbeidsjaren). In 2011 volgt nog een relatief klein
verlies van 2.000 arbeidsjaren. Evenals in de recessie van 2002-2004 is de klap
voor de bouwwerknemers naar verwachting het meest voelbaar. Hun werkgelegenheid
daalt naar een historisch dieptepunt van 339 arbeidsjaren: een verlies van
35.000 arbeidsjaren ten opzichte van 2008. In tegenstelling tot de voorgaande
recessie zien de zelfstandigen nu ook hun werkgelegenheid verder teruglopen. Hun
arbeidsvolume daalt van 96.000 in 2008 tot 90.000 in 2011. Dit heeft gevolgen
voor zowel de omzet van zzp’ers, als voor het aantal actieve zzp’ers. Naar
schatting twee derde van de volumedaling spreidt zich uit over de zzp’ers in de
vorm van minder uren en lagere omzetten. Enkele duizenden zullen zich niet als
zelfstandige staande kunnen houden.

Periode 2012-2015

Vanaf 2012 trekt de werkgelegenheid in de bouw weer aan. In 2012 nog
voorzichtig: de lichte daling van 2011 wordt in dat jaar weer goed gemaakt.
Daarna neemt de werkgelegenheid echter weer duidelijk toe. Gemiddeld over de
jaren 2012-2015 bedraagt het groeitempo 1,5 procent per jaar. Als gevolg daarvan
neemt de werkgelegenheid met 25.000 arbeidsjaren toe tot een totaal van 455.000
in 2015. Ongeveer 40 procent van die groei komt terecht bij de zelfstandigen,
terwijl hun aandeel in de werkgelegenheid thans ongeveer 20 procent bedraagt. De
bouwsector blijft dus in de komende jaren voortgaan op de ingeslagen weg van
flexibilisering van de arbeidscapaciteit, zij het in een gematigder tempo.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels