nieuws

‘Homij is nog veel te bescheiden’

bouwbreed

Homij Technische Installaties moet komende jaren groter, bekender en minder bescheiden worden. Dat zegt Pieter Eelkman Rooda, de nieuwe topman van het bedrijf. “Kwalitatief doen we voor niemand onder.”

Met eenomzet van rond de 140 miljoen behoort Homij momenteel tot de tien
grootste installatieconcerns van Nederland. Toch laat de naamsbekendheid van de
technisch dienstverlener te wensen over. Dat vindt ook Eelkman Rooda, nu ruim
een half jaar directievoorzitter van de Volker Wessels-dochter. “Het viel met
direct op toen ik hier binnenstapte”, vertelt Eelkman Rooda op het hoofdkantoor
in Nieuwegein. “Homij maakt enorm mooie dingen, maar is daar nog veel te
bescheiden over. In omvang kunnen wij ons misschien niet meten met ondernemingen
als Imtech en Cofely, maar kwalitatief wel. Ik vind dat we dat vaker naar buiten
mogen brengen. Sterker, dat gaan we ook doen. Niet op een schreeuwerige manier,
want dat past niet bij ons. Homij is een ingetogen bedrijf. Met gepaste trots
zullen we de buitenwereld gaan vertellen waar wij allemaal toe in staat zijn.”
Daarbij ziet Eelkman Rooda een belangrijke rol weggelegd voor de vijfhonderd
werknemers van het bedrijf. “De beste reclame voor Homij is dat zij trots zijn
op hun onderneming en dat meer uitdragen naar naar de klanten en andere
relaties”. Behalve de naamsbekendheid, wil Eelkman Rooda ook de omzet opvoeren.
In drie, vier jaar tijd moeten de opbrengsten zijn verdubbeld. Meer omvang is
volgens hem noodzakelijk om ook in de toekomst in aanmerking te blijven komen
voor grote en bijzondere opdrachten. Die zijn weer nodig om goede vakmensen aan
te kunnen trekken, aldus de directeur. Uitbreiding zal vooral worden gezocht in
de markten waarop Homij reeds actief is: utiliteit, infrastructuur en industrie.
Niet uitgesloten is echter dat de onderneming ook nieuwe markten zal betreden.
Eelkman Rooda: “Dat is een mogelijkheid, al is daar nog geen besluit over
genomen. Ik vind wel dat we op een aantal terreinen onvoldoende aanwezig zijn.
Welke, laat ik in het midden. Je moet de concurrentie niet wijzer maken dan ze
al is.”

Zware jongens

Homij zal zich volgens Eelkman Rooda in ieder geval vaker gaan mengen in de
strijd om de grote, complexere opdrachten. Om die reden zijn inmiddels enkele
stevige projectmanagers binnengehaald. Of zoals Eelkman Rooda ze noemt, zware
jongens. “Hun standplaats is het hoofdkantoor in Nieuwegein, maar ze zullen
overal in het land worden ingezet. De lokale vestigingen kunnen daardoor ook
inschrijven op grotere werken en voor uitbreiding zorgen.” De eerste successen
zijn al geboekt. Homij won eind vorig jaar 7 van de 21 onderhoudscontracten die
de Rijksgebouwendienst had aanbesteed. De technisch dienstverlener is daardoor
komende vier jaar verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van onder meer
het Van Gogh Museum, de Eerste en Tweede Kamer, de Ridderzaal en het Centraal
Justitieel Bureau Incasso. Eerder verwierf Homij al de renovatie van de
Haringvliet- en Volkeraksluizen. Eelkman Rooda verzekert dat de voorgenomen
uitbreiding niet ten koste zal gaan van de persoonlijke aandacht voor klanten,
werknemers en zakelijke relaties. “We worden geen tanker”, benadrukt hij. Ook
mag het aanwezige ondernemerschap er niet door verdwijnen. “Eigenlijk moet Homij
straks een soort Volker Wessels in het klein worden. Centraal wat centraal kan
en de rest overlaten aan de lokale vestigingen. Want daar zit het
ondernemerschap. We moeten en zullen dichtbij de klant blijven. Vooral voor onze
activiteiten op het gebied van facility management is dat van groot belang.” Dat
de crisis groei momenteel bijzonder lastig maakt, komt Eelkman Rooda eigenlijk
wel goed uit. “Wij zijn nu druk bezig om de basis te versterken, zodat we straks
een sprong voorwaarts kunnen maken. De huidige periode leent zich daar goed
voor”, verklaart hij. “Maar de crisis moet natuurlijk niet nog vijf jaar duren.
Dan ga ik mijn groeidoelstelling niet halen.” De nieuwe topman van Homij
verwacht dat met name de utiliteitsmarkt dit en volgend jaar lastig blijft. De
infra-markt trekt wel wat aan, mede dankzij de overheid. “De druk op prijzen in
onze sector is hoog. Dat is vervelend, maar houdt ons aan de andere kant ook
scherp. De organisatie moet wel goed zijn, anders krijg je klappen. De crisis is
dus ook een stimulans om zaken nog beter te organiseren.” Zorgen maakt Eelkman
Rooda zich wel over het structurele tekort aan gekwalificeerd personeel. Die kan
de plannen van de technisch dienstverlener in gevaar brengen. “Als er
onvoldoende vaklieden beschikbaar zijn om te groeien, dan bieden overnames
wellicht uitkomst. Die sluit ik dan ook zeker niet uit.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels