nieuws

Nieuw ontwikkelingsbeleid maakt eind aan versnippering

bouwbreed

Er is sprake van een flinke verandering in het ontwikkelingsbeleid van het kabinet Rutte. De gekozen prioriteiten De gekozen prioriteiten sluiten aan op de sterke punten van het Nederlandse bedrijfsleven, in het bijzonder de Nederlandse ingenieursbranche, die met name zijn deskundigheid op het gebied van water, mobiliteit en infrastructuur aan de wereld te bieden heeft, vindt Ed Nijpels.

Er is sprake van een flinke verandering in het ontwikkelingsbeleid van het kabinet Rutte. De gekozen prioriteiten sluiten aan op de sterke punten van het Nederlandse bedrijfsleven, in het bijzonder de Nederlandse ingenieursbranche, die met name zijn deskundigheid op het gebied van water, mobiliteit en infrastructuur aan de wereld te bieden heeft, vindt Ed Nijpels.
Ooit gehoord van de Yamuna? Ik ook niet, tot voor kort. Het is een van de grootste, belangrijkste én heilige rivieren van India. Een consortium onder leiding van een Nederlands ingenieursbureau heeft in 2010 met succes een aantal meerjarenplannen opgesteld voor deze rivier. Het gaat om de riolering, stormwaterafvoer en rioolwaterzuivering voor acht steden aan de Yamuna, waar in totaal 12 miljoen mensen wonen. Alle lagen van de maatschappij zijn bij deze plannen betrokken, met speciale aandacht voor de mensen in de sloppenwijken.

Inbedding

Het is een mooi voorbeeld van de waarde van Nederlandse expertise in het buitenland. Nederlandse bedrijven staan wereldwijd bekend om hun kennis op het gebied van natte waterbouw, watermanagement, deltatechnologie, irrigatie en landbouw. Ze werken daarbij mee aan de bredere maatschappelijke inbedding, met veel aandacht voor milieu, institutionele ontwikkeling en duurzaamheid.
Het is ook een perfect voorbeeld van hoe ontwikkelingssamenwerking 2.0 er volgens het kabinet-Rutte uit moet zien. Op 26 november heeft staatssecretaris Ben Knapen in een brief aan de Tweede Kamer de contouren van het nieuwe beleid uiteengezet. De brief volgt grotendeels het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie. Ontwikkelingshulp die verschil maakt’, van januari 2010.
Kort samengevat is sprake van een flinke verandering. Het aantal partnerlanden wordt drastisch teruggebracht, van 36 naar maximaal 16. Nederland gaat zich richten op de landen waar we het verschil kunnen maken. Gezondheidszorg en onderwijs krijgen minder aandacht; de focus verschuift naar economische ontwikkeling, toegespitst op een aantal thema’s, waaronder voedselzekerheid en -het verbaast mij niet- water. De private sector wordt belangrijker. De zelfredzaamheid van de partnerlanden staat daarbij voorop. Zij moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen; Nederland helpt door te investeren in duurzame groei. Door deze combinatie van beperking, verdieping en specialisatie moet er een eind komen aan de versnippering.
Knapen maakt er geen geheim van dat ontwikkelingssamenwerking een mes moet zijn dat snijdt aan twee kanten. Een belangrijk criterium voor samenwerking wordt wat een ontwikkelingsland wil bereiken en wat Nederland heeft te bieden. Ik vind dat uitstekend. Eindelijk wordt de hypocrisie doorbroken die lange tijd rond dit onderwerp heeft gehangen. Ontwikkelingssamenwerking mocht eigenlijk alleen als het niet goed was voor jezelf. Onzin, zo laat het voorbeeld van de Yamuna zien. Als we kunnen bijdragen met kennis en kunde om de economische ontwikkeling in een ander land te bevorderen, waarom zouden we daar dan zelf ook niet beter van mogen worden?
Ontwikkelingssamenwerking 2.0 moet het met minder geld doen. Het budget wordt de komende twee jaar verlaagd van 0,8 procent van het BNP in 2010 naar 0,7 procent vanaf 2012. Dat heeft een politieke achtergrond. Het CDA moest tijdens de kabinetsformatie een concessie doen aan de VVD (die halvering van het budget wilde) en de PVV (die helemaal geen budget meer wilde). Bij die 0,7 procent moet het wat mij betreft blijven. Een nog verdere bezuiniging is contraproductief. Bovendien moet Nederland zich conformeren aan internationale normen.

Beperking

De uitwerking van het beleid volgt in de eerste helft van 2011. Het is nog even afwachten wat het precies gaat opleveren. Maar de gekozen richting is zonder meer goed. De beperking van het aantal partnerlanden maakt een eind aan de verbrokkeling. De gekozen prioriteiten sluiten aan op de sterke punten van het Nederlandse bedrijfsleven, in het bijzonder de Nederlandse ingenieursbranche, die met name zijn deskundigheid op het gebied van water, mobiliteit en infrastructuur aan de wereld te bieden heeft. Die sector zal dan ook graag meedenken over de precieze uitwerking en de nieuwe koers. Hoe meer het Nederlandse bedrijfsleven bij ontwikkelingssamenwerking wordt betrokken, hoe steviger het draagvlak ervoor zal worden.
Voorzitter NLingenieurs
Branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels