nieuws

Hoofdverdachte hekelt strafdossier

bouwbreed

Hoofdverdachte Rob A. heeft gisteren stevige kritiek geuit op het strafdossier. Volgens de voormalig directeur van Janssen de Jong Infra is sprake van “een hoop knip- en plakwerk”.

Het was voor het eerst dat A. van zich liet horen tijdens het omkopings- en
corruptieproces. Op een “Geen commentaar” en “Ik beroep me op mijn zwijgrecht”
na, bleven zijn lippen tijdens de eerste zittingsdagen vooral stevig op elkaar.
Maandag doorbrak hij even zijn stilzwijgen. Aanleiding vormde het citaat ‘voor
wat hoort wat’. A. sprak die woorden tijdens het verhoor bij de Rijksrecherche,
die hem vorig jaar veelvuldig aan de tand voelde over de vermeende
omkopingspraktijken binnen het wegenbouwbedrijf. De zin, die lijkt op een
bekentenis, werd gisteren tijdens de behandeling van de strafzaak tegen twee
vermeende corrupte ambtenaren meerdere malen aangehaald. Dit tot grote ergernis
van A. “Ik heb het een keer gezegd en nu komen die woorden met een hoop knip- en
plakwerk op iedere bladzijde van het dossier voor”, zei hij verongelijkt. A.
wilde zijn ingetogen tirade voortzetten, maar werd tegengehouden door zijn
advocaat.

Woede

De rechtbank kon zich de woede van A. wel enigszins voorstellen. “Het viel
mij ook al op dat er veel uit één verhoor geput is”, merkte een van de rechters
op. Overigens kwamen gisteren meer verklaringen uit de verhoren van A. naar
boven. Daar viel voorzichtig uit op te maken dat hij wel wist dat ambtenaren in
de watten werden gelegd. Het betrof volgens hem echter geen omkoping, maar “een
vorm van relatiebeheer die gaandeweg is ontstaan”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels