nieuws

Verkeerde cementvoegmortel bijna fataal voor De Cruquius

bouwbreed Premium

Verkeerde cementvoegmortel bijna fataal voor De Cruquius

Gietijzeren ramen en deuren worden ontroest, behandeld en opnieuw geschilderd.

Een stortvloer is gedeeltelijk vernieuwd. Metsel- en voegwerk worden
hersteld. Volgend jaar mei moet Stoomgemaal De Cruquius, gebouwd rond 1846, in
oude luister zijn hersteld. In de bouwkeet naast stoomgemaal De Cruquius pakt
Jan Vermeulen een stapeltje documenten. Het zijn maandverslagen uit de jaren
1846-1852, de periode waarin het massieve bouwwerk verrees. “Voordat de
restauratie begon, heb ik ze allemaal doorgelezen. Ik was benieuwd hoe dit
complex destijds is gebouwd. Het fascineert me. Je krijgt niet vaak de kans een
gebouw als dit te restaureren”, zegt de 60-jarige uitvoerder van
Aannemingsmaatschappij Konst & van Polen uit Westwoud. Het bedrijf is door
Vereniging Hendrick de Keyzer, eigenaar van het gemaal, aangetrokken als
hoofdaannemer van de eerste fase van het restauratiewerk, naar een ontwerp van
Tak Architecten uit Delft.

Vakwerk

De aanneemsom, 1,4 miljoen euro, wordt bekostigd uit subsidies van onder meer
de Bankgiroloterij, het Rijk en de provincie Noord-Holland. Vermeulen glimlacht
breed en wijst naar buiten waar zo’n tien restauratiespecialisten bezig zijn met
het herstel van het rijksmonument. Ze gaan aan de slag met het herstellen van
bakstenen muren, een houten stortvloer, verschillende gietijzeren deuren, ramen
en balustraden. “Tijdens het hoogtepunt van de bouw werkten hier op dit relatief
kleine stukje grond indertijd 450 man tegelijkertijd”, zegt de uitvoerder. “De
materialen werden met paard en wagen aangevoerd. En dan waren er nog zo’n
tachtig paarden nodig om het water uit het Haarlemmermeer weg te pompen. Anders
hadden de bouwvakkers doorlopend natte voeten gehad. Je kunt het je nu
nauwelijks voorstellen, maar dat was toen de praktijk.” Hij verlaat de bouwkeet
en staat even stil voor het gebouw van bruine baksteen. Met zijn massieve muren,
voorzien van kantelen, de spitsbogen en steunberen oogt De Cruquius als een
robuust militair verdedigingwerk van waaruit de omliggende polders kunnen worden
bewaakt. In werkelijkheid heeft de constructie nooit als zodanig gediend. Het
bouwwerk, een ontwerp van architect Jan Anne Beijerinck (1800-1874), was een van
de drie stoomgemalen waarmee het Haarlemmermeer werd drooggelegd. In het hart
van De Cruquius en de andere gemalen, stonden enorme stoommachines die ervoor
zorgden dat 800 miljoen kubieke meter water uit het Haarlemmermeer werd
weggepompt. Van dit drietal is alleen De Cruquius nog in min of meer
oorspronkelijke staat bewaard gebleven.

Reusachtige balansarmen

De bouwvakkers van destijds hebben vakwerk afgeleverd, stelt uitvoerder
Vermeulen vast, met een hoofdknik naar de imposante muren van het gemaal. “Ze
zijn meters dik. Dat moest ook wel anders konden ze nooit de krachten opvangen
die vrijkomen als de stoommachine in werking is.” Hij wijst naar de reusachtige
balansarmen van gietijzer die uit het gebouw steken. Er zijn zuigers aan
bevestigd die als waterpomp werken, legt hij uit. Bij elke slag van de
stoommachine pompten ze 64.000 liter water omhoog naar de hoger gelegen
stortvloer rond de machinekamer, waarna het via sluizen werd afgevoerd naar de
ringvaart. De houten vloer had daaronder zwaar te leiden. “We constateerden veel
houtrot. Daarom hebben we waar dat nodig was de vloer en de een deel van de
bijbehorende balklaag vervangen. De schade aan de balkkoppen viel gelukkig mee.
Toch hebben we sommige ervan moeten versterken.”

Grootste uitdaging

Voordat aan het karwei kon worden begonnen, moest het kanaal rondom De
Cruquius worden drooggelegd. “Dat was voor mij de grootste uitdaging. Voordat we
ook maar iets konden herstellen of vervangen, hebben we een damwand geslagen en
vervolgens 600 kuub baggerslib weggehaald.” Hij kijkt naar de balansarmen. Net
als de deuren, de ramen en de balustraden van het gebouw, zijn ze van gietijzer.
Voor de restauratie waren ze door roest aangetast. Nu zien ze er uit als nieuw.
“De Cruquius heeft acht van die armen, met een gewicht van tien ton per stuk.
Als de machine in werking is, maken ze een op- en neergaande beweging, dat is
nodig voor het pompen. Dus ga maar na wat die muren te verduren hebben als het
gemaal op volle toeren draait. Het gebouw , dat rond de stoommachine werd
gebouwd, is in feite onderdeel van het apparaat.” De geweldige constructie, die
tot 1932 in gebruik was, vereist dan ook veel onderhoud. Maar daarmee werd niet
altijd rekening gehouden, verzucht Vermeulen. Hij loopt door de ruimte die de
stoommachine herbergt. Houdt even stil bij het glimmende koper van het apparaat,
blikt dan bewonderend naar een imposante wenteltrap die leidt naar een hoger
gelegen ruimte. “Allemaal van gietijzer. Het is schoongemaakt, gestraald en waar
nodig gerepareerd.”

Trascement

Hij wijst op het metselwerk. Tijdens eerdere restauraties in de jaren vijftig
van de vorige eeuw zijn cruciale fouten gemaakt, vertelt hij. Er werden
verkeerde cementvoegmortels gebruikt. Met als gevolg dat er keiharde voegen
ontstonden, die verpulvering veroorzaakten van de zachtere bakstenen. De
Cruquius was er dan ook slecht aan toe, daarover zijn alle partijen het eens.
“Oorspronkelijk was voor de voegen het zogeheten trascement gebruikt, waarin
gebroken en fijngemalen tufsteen is verwerkt. Dit hield het vocht tegen”, legt
hij uit. ” Om het gebouw zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat te
herstellen, gebruiken we het nu weer. En dat is best bijzonder, want trascement
wordt bijna niet meer toegepast. Ik heb me er echt in moeten verdiepen voordat
we ermee aan de slag konden.” Het werk vordert gestaag. Toch zal het niet voor
mei volgend jaar worden opgeleverd. “Het is geen haastklus, dit gebouw verdient
een gedegen restauratie.” Hij streelt het koper van de stoommachine. “Met dat
apparaat doen we niets. Voor dat soort restauraties zijn andere specialisten.”
In zijn stem klinkt een zweem van spijt. Dan enthousiast: “Wij beperken ons tot
het bouwkundige gedeelte. En dat doen we met volle inzet. De Cruquius is een
waardevol gebouw en na de restauratie kan het er weer jaren tegen.”

Reageer op dit artikel