nieuws

Martin van Pernis: ‘Vertrouwen is er, maar het moet beter’

bouwbreed

Martin van Pernis: ‘Vertrouwen is er, maar het moet beter’

Na twee Regieraden en PSIBouw is het vertrouwen in de bouw gegroeid, maar het moet nog beter. Dat zegt Vernieuwing Bouw-voorzitter Martin van Pernis op de dag van het congres.

“Onder onze voorgangers, de beide Regieraden en PSIBouw, is een beweging op
gang gebracht die het nodige heeft losgemaakt. Maar we zijn er nog niet, er moet
nog veel gebeuren”, overziet Van Pernis de verhoudingen in de bouw. De
financiële en economische crisis hebben zijns inziens duidelijk invloed gehad op
het tempo van de verandering. “Dat blijkt ook uit ons onderzoek. Opdrachtnemers
zien dat de macht van de opdrachtgevers is toegenomen. Zij hebben op hun beurt
weer meer vertrouwen in de bouw gekregen.”

Juridisering

Van Pernis ziet dan ook zaken nog niet zo lopen als ze volgens hem kunnen en
moeten. “Zo zit er nog veel te veel juridisering in. In bestekken worden punten
opgenomen waaruit wantrouwen spreekt. Dat je juridisch afdekt wat je afspreekt,
is goed, maar dat moet aan de achterkant gebeuren. Wat dat betreft spreekt het
Chinese model mij aan. Als er iets aan de hand is, gaan opdrachtgevers en
opdrachtnemers om de tafel zitten. Zij moeten binnen 14 dagen met oplossingen
komen. Daarna komen pas de juristen die het vastleggen.” Bij Siemens Nederland
heeft hij de juridisering van nabij meegemaakt. “Toen ik bij Siemens kwam,
hadden we één jurist in dienst, toen ik wegging waren er veertien. Wij zitten
nog te veel met het principe, eerst het werk afmaken en dan ruzie maken. Dat kan
anders”, is zijn stellige overtuiging. Groot voorstander is Van Pernis van
alliantiemodellen; opdrachtgever en opdrachtnemer doen samen een project en als
dat goed draait, is voor beiden winst te halen. “Je ziet minder ruzie omdat de
nadruk ligt op het gezamenlijk belang in plaats van op de verschillen.” Lastig
punt blijf de risicoverdeling. Vooral bij zaken waarop geen van de partijen
invloed heeft. “Neem wijziging van de milieuwetgeving. Gerrit Zalm zei eens toen
hij nog minister van Financiën was, dat als je een fabriek hebt, je toch ook
niet bij hem op de stoep staat met de rekening bij veranderende wetgeving.
Dergelijke investeringen zijn ondernemersrisico, vond hij.” Ondanks deze
verbeterpunten is Van Pernis bepaald niet pessimistisch. “Grote opdrachtgevers
als Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst hebben het goed begrepen. Andere
overheidsopdrachtgevers, de goede uiteraard niet te na gesproken, hebben er nog
moeite mee. En waar de grote opdrachtgever het goed doet, zie je het ook fout
gaan in de verhouding hoofdaannemer-gespecialiseerde aannemer. Dat is
uiteindelijk slecht voor de hele keten.” Toepassing van ervaringen uit het
verleden is ook zo’n punt dat wat hem betreft nog verder moet doorsijpelen.
“Goede ervaringen met een leverancier vormen de basis voor vertrouwen. Bovenin
zie je dat komen, onderin nog niet”, neemt hij waar.

Opdrachtgeverschap

Een uiterst belangrijk punt is en blijft nog steeds goed opdrachtgeverschap.
“Nu staan er vaak nog vaagheden in bestekken. Naarmate een opdrachtgever beter
uitvraagt, krijgt hij transparantere aanbiedingen. Dat voorkomt gedonder later.
Functioneel specificeren kan daarbij helpen”, is zijn overtuiging. Zijn
conclusie: “Er zijn grote stappen gemaakt, maar de perceptie is nog anders. We
moeten ook niet vergeten dat de bouw de meest complexe en langste keten is waar
we prachtige dingen mee maken. Als we het zoveel mogelijk in allianties doen,
komen we nog sneller waar we zijn willen. En niet onbelangrijk, we moeten het
met elkaar doen en elkaar vertellen hoe we het goed doen. Goed bij de les
blijven dus.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels