nieuws

‘Breek gebouw af bij een fout’

bouwbreed

‘Breek gebouw af bij een fout’

De kwaliteit van bouwen staat al jaren onder druk. Tijd voor een tweegesprek met Kees Vriesman, waarnemend directeur van de Stichting Bouwkwaliteit (SKB), en Komo-directeur Lodewijk Niemöller. Over strengere straffen en gecertificeerde bouwprocessen.

Twaalf keurmerken, dertien ongelukken. Zo droevig is het nog niet, maar
voorbeelden zoals de Groningse gevels die verkeerd zijn gedetailleerd en de
voorpagina van Cobouw halen, zeggen Vriesman en Niemöller meer dan duizend
woorden: de kwaliteit van de bouw staat al jaren onder druk. Grote veranderingen
blijven uit. Markt en overheid worstelen in Nederland al jaren over een
kwaliteitsslag in de bouw.

Vriesman: “De kwaliteit van bouwen staat sterk onder druk.
Kennis verdwijnt doordat de grijze golf van vakmensen de komende jaren met
pensioen gaat.” Hij wijst naar zijn eigen haar.
Niemöller: “En er heerst een inflatie van keurmerken. Dat is
slecht voor de bouwkwaliteit.”

Wat moet er anders?
Vriesman: “Er moet een keurmerk komen voor het
bouwproces. En daar moet een stempel op van kwaliteit…” Vriesman slaat hard op
de tafel met zijn vuist, koffiekopjes schudden, en hij vervolgt: “Dat betekent
wat ons betreft gecertificeerde ingenieursbureaus en ingenieurs. Dan is ook
duidelijker wie verantwoordelijk is voor het geheel.”

En dan bouwen we foutloos…
Vriesman: “Authentieke fouten kun je nooit helemaal
voorkomen. Fouten door onbekendheid, slordigheid of gebrek aan concentratie wel.
Met een beter georganiseerd bouwproces ban je die fouten uit.”
Niemöller: “Hoe bedoel je Kees?”
Vriesman: “De communicatie moet beter, duidelijker,
begrijpelijker. Gigantische slagen zijn gemaakt met het certificeren van
producten, maar bij elkaar opgeteld levert dat niet automatisch een kwalitatief
bouwwerk op.”
Niemöller in de verdediging: “Van onze 7000 Komo-certificaten
zijn er 2000 procesgericht, zoals die voor installateurs en voor afbouwers. We
zijn de marktleider van de gecertificeerde bouwkwaliteit, van grondstof tot
complete gebouwen. Het klopt dat er nog geen certificaat voor het toetsen van
een plan vóór, tijdens en na de bouw bestaat, maar dat komt er wel aan.”

Jullie pleiten voor certificatie van de gehele bouwketen. Maakt dat
de gemeentelijke afdelingen Bouw- en woningtoezicht overbodig?

Vriesman: “Dat zou ik niet zeggen. Afdelingen Bouw- en
woningtoezicht kunnen die gecertificeerde bureaus inhuren. Dat is ook veel
slimmer, omdat ze dan wisselende kennis kunnen inkopen. De ene keer heb je een
dakingenieur nodig, de andere keer een ingenieur voor een brug. Wie waar
verantwoordelijk voor is, moeten de partijen á priori altijd afspreken.”

En bij een instorting is de ingenieur aansprakelijk, zoals een
chirurg de schuld krijgt als hij een fout maakt?

Vriesman: “Naming and shaming is de dood in de pot. Het zal de
moed om te vernieuwen verlammen. Maar opdrachtgevers en gebruikers hebben wel
het recht te weten wie waarop aanspreekbaar is. Bij een gemeente die toetst, is
nu helemaal niemand aanspreekbaar.”

Denkt u ook aan een keurmerk voor hoofduitvoerders?
Een aarzelende Vriesman: “Ik moet oppassen met wat ik
me allemaal op de hals haal. Natuurlijk moet een uitvoerder professioneel
werken, maar het is de vraag of zijn functie ook periodieke bijscholing vereist.
Als dat niet zo is, dan is certificering van zijn ambt volgens mij niet nodig.”

Niemöller: “Ik denk van wel.”

Ingenieurs kunnen als keurmeesters van bouwprocessen toch ook
onmogelijk overal toetsen?
Vriesman: “Controle op alles is inderdaad niet
mogelijk. Dat zal met steekproeven moeten. Daar horen wel strengere sancties
bij: afbreken als iets niet voldoet.”

Waarom is Komo vorig jaar losgekoppeld van de SBK?
Niemöller: “Het beheren van een eigen keurmerk paste
niet meer bij de toetsende rol op kwaliteitsmerken die de Stichting
Bouwkwaliteit kreeg van de overheid. De schijn van belangenverstrengeling moest
weg. Nu toetst de SBK ons.”

Hebben aannemers Komo nog wel nodig als de wetgever zegt: Het
onderdeel doet er niet toe, het gaat om het eindproduct?
Niemöller: “Natuurlijk. Onze gecertificeerde
‘onderdelen’ zijn onmisbaar in dat systeem. Sinds Komo en Kiwa vijf jaar geleden
uit het Bouwbesluit verdwenen, is er wel een inflatie aan keurmerken ontstaan.
Maar uiteindelijk komt iedereen bij ons terug. Een nieuw merk in de markt
zetten, is niet zo gemakkelijk. Dat kost tonnen, zo niet miljoenen.”

Komo was altijd gelieerd aan de overheid, nu is het een stichting die
op eigen benen staat. Is dat niet een beetje link?
Niemöller: “Nee. Stukadoors, gespecialiseerde
aannemers, producenten en gecertificeerde instellingen hebben een gezamenlijk
belang. Als er een Komo-balkonnetje naar beneden kukelt, hebben zij namelijk
allemaal een probleem. Er een zooitje van maken, kan niet in dit systeem.”
Vriesman: “Daarom moet de bouw ook zo blij zijn dat dit kabinet
de adviezen van de Commissie Dekker (toezicht definitief overhevelen naar de
markt, red.) opnam in het regeerakkoord.”

Adviesbureau PRC concludeert dat de Bouwproductenverordening, die
genoegen neemt met CE-markering, keurmerken zoals Komo overbodig maakt. Hoe
kijkt u daar tegen aan?
Niemöller: “CE-markering biedt opdrachtgevers weinig
bescherming. Bovendien blijven er altijd verschillen tussen landen bestaan die
resulteren in verschillende gebouw- en producteisen. Daarbij stelt het
Bouwbesluit eisen aan een gebouw, terwijl de CE-markering gericht is op
productkarakteristieken.

Komo slaat daar een brug tussen.”
Komo-productcertificaten leven nog lang en gelukkig…
Niemöller: “Ik denk in elk geval niet dat Kees en ik
het verdwijnen van Komo nog gaan meemaken. Eén Europese bouwmarkt klinkt mooi,
maar we hebben geen Europees Bouwbesluit. Gelukkig merken wij bij aannemers ook
een toenemende behoefte. Dagelijks krijgen we tientallen telefoontjes en
mailtjes van aannemers die zekerheid zoeken. Het aantal certificaten daalt ook
niet.”

Andersom: Wat als Komo nu wegvalt?
Niemöller: “Er zal een chaos ontstaan, omdat het een
stap terug is in de tijd. Iedereen moet dan alles controleren. Dat wordt een
ramp hoor.”

Zijn er niet teveel regels? Waarom de verantwoordelijkheid niet
helemaal bij aannemers leggen?
Niemöller: “Als een gebouw eenmaal staat, is herstel
van een gebrek moeilijk, kostbaar en soms onmogelijk. Het kan bovendien jaren
duren voor een gebrek aan het licht komt. Bij een ongeval is die aannemer
nauwelijks meer te traceren. Als die aannemer al niet zelf is omgevallen. De
maatschappelijke kosten zijn kortweg te groot om fouten te laten gebeuren.”

K.O.M.O.

Nog maar weinigen weten waar de afkorting Komo – bij het grote publiek bekend
van vuilniszakken – voor staat. De volledige naam, Keuring Onderzoek Materialen
Overheid, gaat ook niet meer op sinds Komo op eigen benen staat en in wezen
niets meer met de overheid te maken heeft. Sinds vorig jaar vaart het
kwaliteitsmerk ook niet meer onder de vlag van de Stichting Bouwkwaliteit die
onafhankelijk toeziet op de waarde van alle twaalf keurmerken die in de
aannemerij vandaag de dag een rol spelen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels