nieuws

Zet in op hernieuwbare energie

bouwbreed

Tot nu toe stagneerde de grootschalige uitrol van duurzame energieprojecten

Daar kan nu een einde aan komen want de meeste technische en organisatorische problemen zijn inmiddels oplosbaar, meent Marcel Goemans.
“Ieder nadeel heb z’n voordeel.” Wie had ooit kunnen denken dat de beroemde uitspraak van Johan Cruijff vandaag toepasbaar is op ons energieverbruik. Inderdaad, de laagconjunctuur heeft als groot voordeel dat het wereldwijde energieverbruik als vanzelf naar de Kyoto doelstellingen neigt. Echter, als de financieel-economische vooruitzichten weer wat sterker zijn, zullen de maatregelen die moeten leiden tot energiebesparing en duurzaamheid vooral structureel van aard zijn.

Vernieuwingen

Stijgende energieprijzen, onze afhankelijkheid van onstabiele regio’s voor onze energievoorziening en klimaatveranderingen dwingen ons tot vernieuwingen en aanpassingen op het vlak van energieproductie en energieverbruik. Dat betekent dat er meer geïntegreerd geïnvesteerd zal moeten worden, waarbij ook de bouw- en installatiesector een belangrijke bijdrage leveren waar het gaat om de ontwikkeling van efficiënt energiegebruik en hernieuwbare energie. De markt is er in technische en organisatorische zin grotendeels klaar voor. Zo zijn wetgeving en stimulerend beleid – zeker in Europees verband – er op gericht om zon, wind, water, biomassa en afval als energiebron in te zetten. Er zijn verschillende stimuleringsmaatregelen, zoals investeringssteun, groene stroom- en warmtekrachtcertificaten, feed-in tariffs en fiscale maatregelen waaronder verhoogde investeringsaftrek. Deze maatregelen hebben een grote en positieve impact op de ontwikkeling van technologieën voor decentrale (hernieuwbare) energieopwekking: fotovoltaïsche zonnepanelen, kleinschalige warmtekracht installaties, windturbines en biomassacentrales hebben allemaal de status van bewezen technologie bereikt. Er wordt ook hard gewerkt om de distributieinfrastructuur aan te passen aan de nieuwe realiteit, maar daar is nog een weg af te leggen. Slimme netten, assimilatie van duizenden microproducenten die ook consumenten zijn, elektrische wagens waarvan de accu wordt gebruikt voor energieopslag, het vraagt tijd om dit allemaal te realiseren en de volle draagwijdte te beseffen. We worden immers in een decennium tijd van een 19de eeuws concept van energieopwekking en -distributie naar een 21ste eeuws concept gekatapulteerd. De spelers in de sector van de duurzame energie hebben echter niet gewacht tot alle puzzelstukjes op hun plaats liggen. Er zijn de afgelopen jaren veel geslaagde projecten gerealiseerd, die tot decentrale energieopwekking hebben geleid – al dan niet uit hernieuwbare bronnen – en aanmerkelijke besparingen in het energieverbruik. Naast de alom gekende voorbeelden van fotovoltaïsche zonnepanelen en windmolens gaat het ook om kleinschalige biomassa/bioafval projecten waarbij lokaal aanwezige organische reststromen – zoals waterzuiveringsslib, stro, bermmaaisel, groente- fruit- en tuinafval of afval uit de voedingsmiddelenindustrie – worden gebruikt als grondstof voor elektriciteit en/of warmteproduktie. Dergelijk bioafval heeft als groot voordeel dat het voor 100 procent kan worden hergebruikt, waarmee het een CO2-neutrale energiebron vormt. Zo ‘draait’ een fabriek van United Utilities in Engeland vrijwel volledig op groene energie opgewekt uit slib. In de Belgische Ardennen wordt het industrieterrein van Vielsalm voorzien van groene warmte en elektriciteit uit afval van de bosbouw en houtverwerkende industrie. Een vergelijkbaar project staat in de stijgers in Frankrijk bij Bois Negoce Energie waar een warmtekrachtcentrale op hout en houtafval de energievraag zal invullen voor de nabijgelegen houtverwerkende industrie. MWH bekijkt momenteel op verzoek van een aantal Nederlandse gemeenten wat het potentieel is om op gemeentelijk niveau organisch afval om te zetten in elektriciteit en warmte. Dit wil niet zeggen dat fossiele bronnen overbodig worden. Juist door een flexibele en complementaire inzet van verschillende bronnen kunnen energiecentrales die vooral ‘gevoed’ worden door afval en biomassa zich bewijzen als een duurzame en efficiënte oplossing.

Omzeild

De efficiëntie van biomassacentrales kan inderdaad nog gevoelig verbeterd worden indien deze gecombineerd worden met klassieke aardgasgestookte centrales. Problemen inherent aan biomassa verbranding – zoals de hogere zoutconcentraties in de brandstof – kunnen zo omzeild worden zonder dat er aan rendement wordt ingeboet.
Nu de meeste technische en organisatorische problemen oplosbaar en betaalbaar zijn, kan de grootschalige uitrol van duurzame energieprojecten starten. Daarbij wordt maximaal ingezet op productie van hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling al dan niet gekoppeld aan warmte-koude opslag, integratie van decentrale energiecentrales in de nabijheid van energiebronnen en afnemers zoals industrie of bevolkingscentra. Zo kunnen verliezen en kosten verbonden aan het transport van brandstof, elektriciteit en warmte worden beperkt en energiebesparingsmaatregelen uitgevoerd, odat de energievraag structureel daalt. Tot nu toe stagneerde de invoering van dergelijke holistische concepten in Europa nog enigszins. Maar daar kan nu een einde aan komen. De markt voor groene energie is een realiteit.
Sector directeur voor afval en hernieuwbare energie voor MWH Europa-Afrika en gastprofessor aan het Instituut voor milieu en duurzame ontwikkeling van de universiteit van Antwerpen.

Reageer op dit artikel