nieuws

Minister Donner bereid met Europese Unie te praten over corporatiesteun

bouwbreed Premium

Minister Donner (binnenlandse zaken) gaat overleggen met de Europese Unie of de staatssteungrens voor sociale woningbouw kan worden aangepast. Dat zegde hij toe tijdens een debat in de Tweede Kamer over staatssteun voor woningcorporaties.

Woningcorporaties zijn door een Europese beschikking per 1 januari 2011 verplicht 90 procent van hun woningvoorraad te reserveren voor bewoners met een inkomen van maximaal 33.000 euro. Dat is de grens die door de EU is goedgekeurd voor staatssteun aan sociale woningbouw.
De Tweede Kamer vindt deze grens wankel. Er wordt onder meer geen rekening gehouden met de regionale verschillen. Bovendien zouden veel huishoudens met een inkomen tussen de 33.000 en 43.000 in de knel komen. “Doordat de woningmarkt op slot zit en vanwege de economische crisis, kunnen mensen in de duurdere regio’s nauwelijks een geschikt huurhuis vinden”, stelde Jacques Monasch (PvdA).

Onderzoeken

Eigenlijk wilde Donner er niet aan. “Waarom zouden we nu ineens iets anders zeggen dan een jaar geleden?” Zelf stelde hij voor om de beschikking in te voeren en vervolgens te kijken waar knelpunten ontstaan. Maar door een breed gesteunde motie zag hij zich genoodzaakt nu meteen al de mogelijkheden te onderzoeken.
Nederland is wettelijk verplicht de beschikking per 1 januari 2011 in werking laten treden. Dat gaat gewoon door, maar Donner gaat nu overleggen welke ruimte voor aanpassingen er nog zit in de beschikking. Hij voelt er daarbij weinig voor om de inkomensgrens op te trekken van 33.000 euro naar 43.000 euro. “In Nederland is 35.000 euro een modaal inkomen, en sociale woningbouw is voor sociaal achtergestelde bevolkingsgroepen. Ik kan moeilijk beweren dat meer dan de helft van de Nederlanders sociaal is achtergesteld.” Andere criteria zoals regionale differentiatie wil hij wel overwegen.
De inhoud van de beschikking is door voormalig minister Van der Laan (wonen) uitonderhandeld met de EU. De gestelde grens heeft tot veel protesten geleid van woningbouwverenigingen enerzijds, die dreigden minder woningen te kunnen bouwen en institutionele vastgoedbeleggers anderzijds. Die vinden een huurprijs van 647 euro nog te hoog voor een sociale huurwoning. Zij vrezen dat corporaties de huurprijzen van veel woningen net onder die grens zullen houden. Dat kan doordat corporaties goedkoop geld kunnen lenen. Bovendien berekenen gemeenten voor sociale woningbouw vaak goedkopere grondprijzen.

Reageer op dit artikel