nieuws

Markt leert sneller dan Rijkswaterstaat

bouwbreed Premium

Markt leert sneller dan Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat verdient nog geen dikke voldoende als professioneel opdrachtgever. “Er zijn grote stappen gezet maar we zijn er nog niet”, stelt Cees Brandsen, Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Infrastructuur. “Samenwerken met de markt klinkt makkelijker dan het is.”

Rijkswaterstaat gaat op 12 november het gesprek aan met de bouw tijdens de
marktdagen. Dit jaar is het evenement weer groots opgezet en staan alle
disciplines bij elkaar. “De basiscriteria zijn voor alle opdrachten gelijk: een
goede uitvraag, duidelijke emvi-criteria (economisch meest voordelige
inschrijving), partijen die hun verantwoordelijkheid begrijpen en toetsend
borgen tijdens de uitvoering van een geïntegreerd contract”, vat Brandsen samen.
De grootste opdrachtgever in de gww-sector zet jaarlijks driehonderd contracten
in de markt met een gezamenlijke waarde van bijna 4 miljard euro. Het aantal
contracten daalt nog jaarlijks en zal nog verder dalen. “We hebben nog te veel
contracten van tussen de 100.000 en 600.000 euro, die gaan we verder bundelen.”

Spannend

Ronduit spannend is de uitkomst van een onderzoek in opdracht van
Rijkswaterstaat onder opdrachtnemers. Het rapportcijfer van de bouw aan de
opdrachtgever, wordt tijdens de marktdag bekendgemaakt. “Een 7,5 is ons doel
voor 2012. Maar laten we onszelf niet overschatten en realistisch zijn: we doen
het nog lang niet op alle fronten goed, dus ik verwacht nu een lager cijfer.”
Brandsen vindt het logisch dat de bouw kritisch reageert richting de
opdrachtgever en zou graag zien dat bouwers open kaart spelen. Nu blijven de
gesprekken tussen opdrachtgever en opdrachtnemers vaak in een kringetje draaien
en wint de beleefdheid het van eerlijkheid. Op het gebied van vervlechten,
veiligheid, tenderkosten, prestatiecontracten en samenwerken zijn nog slagen te
maken en dat weten ook beide kanten. “Als je vijf jaar terugkijkt en vergelijkt
zie je toch de verbeteringen.” Samen naar oplossingen zoeken, klinkt heel
logisch, maar is na een jarenlange traditie van cowboycultuur en
meerwerkgevechten niet vanzelfsprekend. “Dat gaat nog niet overal vlekkeloos. Op
sommige vlakken leert de markt sneller dan wij. Rijkswaterstaat heeft veel
verschillende diensten en samenwerken blijkt in de praktijk best moeilijk.”
Samenwerken is ook noodzakelijk, onderstreept Brandsen. Een opdrachtgever heeft
de macht de markt te dicteren, maar dat werkt niet. “Als een opdrachtgever te
snel gaat, volgen er geen aanbiedingen. Dat is een signaal dat de markt je
opdrachten zo niet wil of niet begrijpt.” Dat gebeurde in het verleden met de
eerste prestatiecontracten. Bij de nieuwste generatie meerjarige
prestatiecontracten voor onderhoud is goed naar de markt geluisterd en verloopt
de contractering een stuk voorspoediger. Vanuit het noorden van Nederland
verspreiden de gebundelde onderhoudscontracten zich gestaag over het wegennet.

Ommezwaai

Brandsen merkt een ommezwaai om informatie met de markt te delen. Rond
aanbestedingen worden inmiddels zo veel mogelijk gegevens verzameld en
vrijgegeven. Zo gaf Rijkswaterstaat ramingen en risicodossiers vrij rond de
aanbesteding van de zes contracten voor de Spoedwet wegverbreding en wil dat
vaker gaan doen. “Maar tijdens de uitvoering bestaat nog steeds de neiging terug
te grijpen naar oude reflexen, zodra maar iets misgaat. Beide partijen worstelen
met die nieuwe rol en klimmen dan vaak nog in de pen in plaats van rond de tafel
te gaan zitten.” De kritiek op het betaalgedrag van Rijkswaterstaat is tanende,
maar spitst zich toe op twee momenten, merkt Brandsen. “De markt vindt dat we te
hoge eisen stellen aan de eerste betaling en voor de laatste 5 tot 10 procent
geldt eigenlijk hetzelfde. Daarvoor moet het complete opleveringsdossier op orde
zijn en veel bouwers hebben nog altijd de mentaliteit: werk klaar en wegwezen,
op naar de volgende klus zonder de puntjes op de i te zetten. De totale keten is
lang en traag.” Rijkswaterstaat is niet van plan veel soepeler te worden, maar
probeert wel meer begrip op te brengen voor de lastige economische situatie
waarin veel bouwbedrijven verkeren.

Reageer op dit artikel