nieuws

Geen tijdverlies voor bouwplannen bouwprojecten

bouwbreed Premium

Per 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden

De Wabo wijzigt onder andere de Wet ruimtelijke ordening en Woningwet. Om de wijzigingen in goede banen te leiden, voorziet de Invoeringswet Wabo in overgangsrecht. Het overgangsrecht is echter niet in alle gevallen toereikend, constateren Valentijn Leijh en Fleur Spijker.
Specifiek moet worden gewezen op het zogenaamde separate projectbesluit. Dit is de situatie waarin een projectbesluit (voorheen: artikel 19-vrijstelling) is verleend vóór 1 oktober 2010 en de indiening van de daarbij behorende vergunningsaanvraag om te bouwen pas plaatsvindt na 1 oktober 2010. Het huidige overgangsrecht is zo geformuleerd dat het projectbesluit dan niet meer als onderlegger kan dienen voor de bouwvergunning, (nu: omgevingsvergunning voor bouwen) met als gevolg dat het projectbesluit in dergelijke gevallen ‘waardeloos’ is geworden. Wat dan resteert is het opstarten van een nieuwe procedure. Papierwerk voor niets dus. Eerder vroegen wij al aandacht voor dit overgangsrechtelijke probleem in Cobouw van 6 juli 2010 ‘VROM veroorzaakt probleem door gebrek in overgangsrecht’.
Ook de minister erkende al eerder dat sprake is van een hiaat in het overgangsrecht, maar gaf toen aan geen herstelwetgeving te zullen opstellen. Deze berichtgeving heeft in het veld tot grote onzekerheid geleid. Iets waar de bouwsector momenteel niet op zit te wachten. Het kamerlid Koopmans (CDA) heeft daarop kamervragen aan de minister gesteld. Op 7 oktober 2010 zijn deze vragen door de minister beantwoord. Uit de beantwoording valt af te leiden dat er nu wordt gewerkt aan het opstellen van herstelwetgeving waarin zal worden voorzien in adequaat overgangsrecht. Deze herstelwetgeving zal als onderdeel van een meeromvattend wetsvoorstel zo snel mogelijk in procedure gaan. De minister benadrukt in de beantwoording dat ook in de periode dat nog geen adequaat overgangsrecht aanwezig is nauwelijks tijdverlies hoeft te worden geleden. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor bouw zal toetsing plaatsvinden aan het bestemmingsplan. Past het bouwplan niet dan zal een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik (de opvolger van het projectbesluit/de vrijstelling) worden afgegeven. De minister geeft aan dat het niet meer dan een formaliteit zal zijn om de inhoud van het eerdere projectbesluit om te zetten in een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Laten we hopen dat gemeenten zo pragmatisch met de procedures zullen omgaan.

Einde

Met de aanvulling van het overgangsrecht wordt in ieder geval een einde gemaakt aan de juridische onduidelijkheid over de bruikbaarheid van het separate projectbesluit en de onzekerheid die dat in de praktijk met zich meebrengt. Wat ons betreft is nog belangrijker dat de minister ook aandacht besteedt aan de ‘oude’ artikel 19-vrijstellingen. Zijn die nog niet gebruikt en wordt een omgevingsvergunning voor bouwen aangevraagd dan kan ook die vrijstelling nog worden gebruikt en behoeft geen nieuwe procedure te worden doorlopen. Nu het jaren lang goed gebruik is geweest artikel 19-vrijstellingen af te geven, zal de aanvulling van het overgangsrecht in de praktijk een groter toepassingbereik kennen dan men op het eerste gezicht zou verwachten.
Auteurs zijn werkzaam als advocaat op de sectie Vastgoed van Boekel De Nerée NV te Amsterdam.

Reageer op dit artikel