nieuws

Europese bouwjuristen schieten op dbfm-contract

bouwbreed

Na de standaardcontracten voor dbfm(o), werkt het ministerie van Financiën hard aan een model aanbestedingsrichtlijn voor de dialoogfase. “Een bepaalde aanpak kan verstrekkende juridische gevolgen hebben en het is handig daarvan bewust te zijn”, licht Merlijn Nijhof van het ministerie toe.

Volgend jaar verwacht het ministerie het nieuwe model klaar te hebben. Het is het sluitstuk van een reeks standaardcontracten op het gebied van publiek-private samenwerking (pps). Voor infrastructuur zowel als voor gebouwen bestaat een standaardcontract, dat afgelopen week onderwerp van discussie was tijdens de bijeenkomst van de Europese federatie van bouwjuristen.
De nieuwe richtlijn gaat volgens Nijhof veel verder dan de publicatie van Pianoo, waarin ‘tips en trucs’ op een rij zijn gezet. Volgens de jurist wordt in dit geval ingezoomd op de juridische consequenties van inrichting, reikwijdte en volgorde van de dialoogfase.
Inmiddels maakt de dialoogfase deel uit van bijna alle geïntegreerde contracten. Een van de eerste deed zich voor in 2005. Toen voerde Rijkswaterstaat dialooggesprekken met de inschrijvers voor de verbreding van de A4. Onder meer Tweede Coentunnel, N31, A12 Veenendaal, N33 en de A15 Maasvlakte Vaanplein volgden, én alle geïntegreerde contracten van de Rijksgebouwendienst zoals het ministerie van Financiën, detentiecentrum Schiphol en Rotterdam.
Ook aan complexe d&c-projecten kan een dialoogfase vooraf gaan, zoals recent bij de renovatie van acht bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal. De combinatie van ontwerp, uitvoering en onderhoud, al dan niet met financiering, gaat standaard gepaard met een dialoogfase. De gesprekken zijn niet vrijblijvend en bedoeld om te toetsen of de wensen van de opdrachtgever passen bij de bieding van de inschrijvers. Meestal vormt het plan van aanpak de basis voor een dialoog en komen vervolgens risico’s, kwaliteitsborging en werkwijze aan de orde.
Het lastige voor de opdrachtgever is dat ‘cherry picking’ uit den boze is en dat informatie van één consortium niet bij een ander terecht mag komen. Om alle partijen gelijktijdig dezelfde informatie te geven, is ook grote zorgvuldigheid vereist. Zonder uitzondering ervaren de deelnemers de dialoogfase als intensief, vooral de opdrachtgever die alle gesprekken moet voeren.

Jaloezie

Het internationale gezelschap van bouwjuristen kreeg de kans te reageren op de Nederlandse standaardcontracten. Nederland heeft in de afgelopen jaren de dbfm-contracten uniform gemaakt en dat schept veel duidelijkheid, ervaren de Nederlanders. Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers weten wat ze waar in de contracten kunnen verwachten. Financiering, derden, aansprakelijkheid, scopewijzigingen en verzekeringen staan in vaste formuleringen en volgorde.
Met enige jaloezie bestudeerde de Belgische jurist Marco Schoups de standaardcontracten. In België zijn inmiddels wel veel pps-projecten, maar er wordt helemaal niet gewerkt met standaardcontracten en ook de dialoogfase is er niet ingevoerd. Wel valt hem op dat artikel 16 uit het Belgische GCC bijna letterlijk is terug te vinden in de Nederlandse standaardcontracten. De Belgen gebruiken regelmatig Engelse en Nederlandse standaarden als basis, bijvoorbeeld bij de aanleg van de Liefkeshoekspoorverbinding.
De Zwitsers pakken het anders aan. Daar zijn alle contracten, al dan niet geïntegreerd, geënt op het basis bouwcontract uit 1977. Volgens hoogleraar Stoeckli is die basis in de loop der jaren nauwelijks aangepast en toepasbaar voor elke denkbare overeenkomst bij bouwwerken, ook voor megaprojecten als de nieuwe Gotthard spoortunnel.
De juridische haarkloverij spitst zich vooral toe op informatieplicht, aansprakelijkheid en risico’s. Wie betaalt de rekening bij fouten, onvolkomenheden of ongelukken? Was iets verwijtbaar, had iemand het kunnen weten en was er iets gemeld? Daarmee verdienen de bouwjuristen hun brood.
“Mag je verwachten dat een tegel waterdicht is”, stelde een Rotterdamse hoogleraar aan de orde. Uiteraard: een bepaald basisniveau hoort gegarandeerd te zijn, reageert de zaal. In Engeland is hierover een aantal jaren geleden een serieuze rechtszaak gevoerd.
Het is duidelijk dat bouwjuristen voorlopig niet brodeloos zullen zijn, want over interpretatie valt eindeloos te twisten. Ook bij toepassing van standaardcontracten blijft nog altijd veel ruimte om de puntjes op de i te zetten en samenwerking in aparte deelcontracten te regelen. Jurist Arent van Wassenaer van Allen & Overy noemt de dbfm-contracten niet voor niets “een juristenparadijs”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels