nieuws

Arnold Henselmans: ‘Veel mensen zijn gedupeerd, dat is het ergst’

bouwbreed Premium

Arnold Henselmans: ‘Veel mensen zijn gedupeerd, dat is het ergst’

Het faillissement van Henselmans Bouw betekent het einde van een 132 jaar oud familiebedrijf. Directeur Arnold Henselmans is er kapot van en hoopt op een doorstart. “Daar stop ik 300 procent van mijn energie in.”

Dinsdag 5 oktober kregen de 68 werknemers van Henselmans Bouw en
dochterbedrijven Gielens en Houtenbos in het hoofdkantoor in Noord-Scharwoude te
horen dat het bedrijf failliet was. Het bedrijf, dat vorig jaar een verlies van
1,7 miljoen euro leed bij een omzet van 29 miljoen euro, had de afgelopen tijd
onvoldoende nieuwe projecten kunnen binnenhalen. De huisbank trok de stekker
eruit. “Het is voor onze werknemers als een enorme klap aangekomen”, zegt
directeur Arnold Henselmans, afstammeling in de vijfde generatie van naamgenoot
en oprichter Arnold Henselmans van het Noord-Hollandse bouwbedrijf. “We waren
druk doende met een reorganisatie en het voor elkaar krijgen van de
herfinanciering.” De hoop was verder gericht op twee projecten. “Maar één werk
ging op het laatste moment naar een Duitse aannemer. En het andere project kon
niet starten vanwege bezwaren van omwonenden, die nu behandeld gaan worden door
de bestuursrechter.” Arnold Henselmans zucht. Het valt hem zwaar. “Het is een
132 jaar oud familiebedrijf. Bij ons werkten veel mensen met een lange
diensttijd, we hadden heel veel toegewijd personeel. En we hadden een paar
honderd toeleveranciers en onderaannemers. Ze zijn allemaal gedupeerd. Dat vind
ik het ergst. Dat heb je allemaal aan je naam hangen. Zoiets doet pijn.” De
beslissing om bouwbedrijf Gielens in april 2008 over te nemen, is achteraf
ongelukkig geweest, meent Henselmans. “We hadden tweeënhalf jaar geleden een
groeiscenario uitgestippeld. Gielens werd begin 2008 uit een faillissement
gekocht. We hadden de hoop dat we in de markt die er was, marktaandeel konden
genereren.”

Onvoldoende

Dat liep door het uitbreken van de crisis anders. “Veel opdrachten liepen uit
of liepen weg”, herinnert de bouwdirecteur zich. Terwijl Henselmans project na
project opleverde, kwamen er onvoldoende nieuwe projecten bij om alle mensen aan
het werk te houden. Op de vraag of het overmacht is of dat hij zichzelf iets
kwalijk neemt, aarzelt de bouwdirecteur even. Dan zegt hij: “Ik neem zelf die
beslissing om te groeien. Achteraf denk ik: de overname en de groei – dat hadden
we niet moeten doen. Maar ja, wie had op dat moment gedacht dat er een crisis
zou komen die zulke klappen zou uitdelen? Meer dan 60 procent van ons werk was
woningbouw. Die markt is helemaal stil komen te vallen.” In goede tijden draaide
het bouwbedrijf zo’n tien stevige projecten. Aan het slot waren er nog zo’n
“drie à vijf”. “Het schoof allemaal op.” Nadat de twee broodnodige projecten
niet doorgingen heeft de bank de geldkraan dichtgedraaid. Ze konden niet anders,
meent Henselmans. “Ze hadden geen andere keuze meer. Ik ga niet zeggen dat de
bank ons bedrijf kapot heeft gemaakt. De bank heeft alles gedaan wat ze kon
doen.” Maar er was geen redden meer aan. In de huidige markt bleek het voor
Henselmans onmogelijk het hoofd boven water te houden. Zo is er op de
aanbestedingsmarkt geen droog brood meer te verdienen. “De prijzen zijn zó
ontzettend slecht. Met een bouwteam zit je vaak tonnen onder de kostprijs. We
gunnen elkaar het verlies niet. Dat is al anderhalf jaar zo. Projecten worden
dik onder de kostprijs aangenomen, de prijzen zijn zo’n 20 procent omlaag
gegaan. Daarnaast worden ook nog eens de algemene kosten en de bouwplaatskosten
niet gesteld.”

Doorstart

De bouwdirecteur hoopt dat het de curator lukt het bedrijf snel door te laten
starten. “Ik stop 300 procent van mijn energie erin om het bedrijf overeind te
houden”, verzekert Henselmans. Maar het zal lastig worden. “Banken zijn niet
echt toegeeflijk en bereid om zoiets te ondersteunen tegenwoordig.” Andere
bouwers verzamelen zich ondertussen als aaseters rond het bedrijf. “Er zijn heel
veel gieren in de lucht. Als ze hun oog niet hebben laten vallen op het
personeel, dan kijken ze wel naar de projecten”, merkt Henselmans. Behulpzame
collega-bouwers zijn er echter ook. “Ik word ook gebeld door collega’s die
zeggen: ‘als ik je kan helpen, dan hoor ik het wel’. Ze zijn bijvoorbeeld bereid
personeel tijdelijk te stallen.” Die steun doet de bouwdirecteur goed. Maar
teleurstelling overheerst. Tot een paar weken terug had Arnold Henselmans het
geloof dat het wel goed zou komen. “Hoop is in deze tijd uitgestelde
teleurstelling. Die hoop is nu weg.”

Reageer op dit artikel