nieuws

Waterbeheer in overgangsfase

bouwbreed Premium

Het waterbeheer in Nederland ondergaat een metamorfose. Dat brengt mogelijkheden met zich mee, maar ook obstakels. Het boek ‘Gebiedsontwikkeling in woelig water’ probeert die ontwikkelingen inzichtelijk te maken.

De publicatie ontstond door intensieve samenwerking tussen drie bestuurskundigen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, te weten de hoogleraren Jurian Eddelenbos en Erik Hans Klijn en universitair docent Arwin van Buuren. Ieder deskundig op het gebied van waterbeheer en besluitvorming.
Elk van de tien hoofdstukken van hun studie richt de schijnwerper op een deelaspect van het vaderlandse waterbeheer. Daarbij snijden ze sterk uiteenlopende onderwerpen aan, variërend van de geschiedenis van het waterbeheer en de groeiende maatschappelijke betrokkenheid tot en met het management in de watersector.
Gebiedsontwikkeling in woelig water is een toonbeeld van academische degelijkheid. De onderwerpen zijn dui
dellijk afgebakend, de verhalen strak opgebouwd en het taalgebruik is overwegend zakelijk, waardoor het boek ook voor de leek toegankelijk is. Dat maakt het echter niet tot lichte kost want de tekst bevat een hoge informatiedichtheid.

Moerasgebieden

Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in een alinea als deze over de vroege geschiedenis van de waterhuishouding: “De lokale buurtschappen spelen een belangrijke rol in de coördinatie van het waterbeheer. Vanaf de elfde eeuw pakken deze buurtschappen diverse waterproblemen op. Zij richten zich op het beheersen van het water door het aanleggen van dijken en afwateringssystemen in de natte moerasgebieden waar Nederland grotendeels uit bestaat. Dit is de eerste vorm van organisatie rond water.”
Zulke passages zijn in het boek veelvuldig te vinden. Weliswaar is dat geen diskwalificatie, maar het maakt de publicatie minder aantrekkelijk voor burgers die zich in dit onderwerp willen verdiepen. En dat terwijl de auteurs opmerken dat de maatschappelijke betrokkenheid bij het waterbeheer groeit. “Maatschappelijke tegenstanders weten dat een negatieve strategie (‘we zijn overal tegen’) niet tot het einde houdbaar is”, constateren ze. “En ontwikkelen derhalve een dubbele strategie, zowel tegengas geven aan plannen (media opzoeken, protest aantekenen, lobby op politiek, enzovoort) als meedenken onder het motto ‘als het plan er toch moet komen, laten we dan kijken hoe we dat het meest naar ons voordeel kunnen trekken.”
Met het oog op die ontwikkeling zou een publicatie die zich richt op een breder publiek nuttig kunnen zijn. Niet als handleiding voor saboteurs, wel om de maatschappelijke betrokkenheid te voeden.
In tegenstelling tot de opponenten die per definitie overal op tegen zijn, kunnen critici die bereid zijn mee te denken over breed gedragen oplossingen voor belangrijke knelpunten een positieve rol spelen in de overgangsfase waarin het waterbeheer zich bevindt.

Arwin van Buuren, Jurian Edelenbos, Erik-Hans Klijn (m.m.v Jitske Verkerk), Gebiedsontwikkeling in woelig water; Over water governance bewegend tussen adaptief waterbeheer en ruimtelijke besluitvorming.
Boom/Lemma uitgevers
Den Haag 2010
ISBN 978-90-5931-558-7

Reageer op dit artikel