nieuws

Bezwaarmaker moet direct belang hebben

bouwbreed Premium

Bezwaar maken tegen bouwprojecten met verkeerde argumenten door niet direct belanghebbenden moet niet meer kunnen, vindt minister Hirsch Ballin


De bewindsman van Justitie stuurde een wetswijzigingsvoorstel naar de Tweede Kamer. De veranderde wet moet voorkomen dat bezwaarmakers met alle denkbare argumenten een bouwproject kunnen laten stilleggen door een rechter. Een bekend voorbeeld hiervan is de bezwaarmaker die tegen de komst van een woonwagenkamp is, maar in zijn bezwaar juist de belangen van het woonwagenkamp gebruikt: “ik wil ze beschermen tegen geluidsoverlast”.
Over het zogeheten relativiteitsvereiste in het bestuursrecht wordt al jaren gesproken. Dat de regel niet eerder in wetgeving te vinden is, heeft zo zijn oorzaken, weet Jan Struiksma, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. “Niet iedereen is ervan overtuigd dat het iets oplevert. Bij het voorbeeld van het woonwagenkamp is iedereen het over eens. Maar er zijn tal van voorbeelden waarover de meningen uiteen lopen.”

‘Argumenten’

Als voorbeeld noemt Struiksma de bouw van een tankstation op Ameland. “De concurrent maakt bezwaar, de bouwvergunning wordt ingetrokken, maar later komt het nieuwe pompstation er toch. De concurrent kan fluiten naar een schadevergoeding, omdat de wet ruimtelijke ordening niets zegt over economische schade door bouwprojecten.”
Struiksma benadrukt dat bezwaar maken met ‘onzinnige argumenten’ ook na de wetswijziging nog mogelijk is. “Die bezwaarmaker komt gewoon binnen bij de rechter. Die bepaalt dan pas of het bezwaar van de juiste bezwaarmaker komt. Op dat moment is een bouwproject al vertraagd.”
De Crisis- en herstelwet, de tijdelijke wet die bouwprocedures van een beperkt aantal bouwprojecten moet versnellen, maakt al gebruik van het relativiteitsvereiste. Of de maatregel werkt, is nog onduidelijk. De wet die Balkenende introduceerde bestaat nog geen half jaar.

Reageer op dit artikel