nieuws

‘Milieu heeft een volwassen rol gekregen in besluitvorming’

bouwbreed Premium

Per 1 juli 2010 is de nieuwe procedure voor het milieueffectrapportage (MER) van kracht met minder procedurele verplichtingen en meer maatwerk

Dat betekent ook veranderingen voor de Commissie MER. Directeur Veronica ten Holder en voorzitter Niek Ketting leggen uit wat er gaat veranderen.

Wat vormde de aanleiding om de procedure te veranderen?
Ketting: “De MER is inmiddels 25 jaar oud. Toen de wet van kracht werd, in 1987, was men veel minder bekend met het milieu, dus de wetgever gaf in detail aan wat er allemaal moest gebeuren. Inmiddels heeft milieu een volwassen rol gekregen in de besluitvorming. Er is daarom fris naar de wet gekeken. Daaruit bleek dat we inmiddels veel dingen weten die we kunnen weglaten. Wat betreft andere aspecten, zoals inspraak en participatie van de omgeving in een vroeg stadium, is het goed dat er meer duidelijkheid is gekomen . Meer maatwerk moet mogelijk zijn, dus je moet eenvoudige projecten ook eenvoudig behandelen. Veel kennis over milieurapporten is inmiddels aanwezig bij overheden en initiatiefnemers .”
Wat verandert er precies?
Ten Holder: “De verplichting om een MER op te stellen verandert niet, noch de inhoud. Maar de voorfase wordt vrijwel vormvrij. Ook de verplichting van een advies van de Commissie MER verandert. Tot op heden is haar advies verplicht bij het opstellen van zowel een milieueffectrapportage van een specifiek project, als voor een geheel ontwikkelplan. Twee keer zelfs, een keer vóór het opstellen van de MER en een keer naderhand om de rapportage te toetsen. Na 1 juli is betrokkenheid van de commissie alleen nog wettelijk verplicht bij complexe projecten en plannen waar het bevoegd gezag ook initiatiefnemer is. Daarbij komt de verplichting voor het meest milieuvriendelijke alternatief (mma) te vervallen. Dat is een kop op de Europese verplichtingen. Nu wordt de invulling overgelaten aan de initiatiefnemer.”
Is dat niet erg vrijblijvend?
Ketting: “Nee hoor, de MER moet wel reële milieuvriendelijke alternatieven onderzoeken, dat staat in de Memoire van Toelichting. In de nieuwe situatie vertrouwen we er meer op dat partijen zelf zo’n MER goed inrichten. Ja, daar zitten ook risico’s aan vast. Maar moet je iedereen al die procedurele verplichtingen opleggen, omdat het mis kan gaan? Grosso modo kun je het iedereen makkelijker maken. Betrokken partijen zijn ervan overtuigd dat je heel vroeg goed moet nadenken over de inhoud van een MER-rapport. Daar heb je die procedurele piketpaaltjes niet voor nodig. Het risico zit vooral in partijen die minder vaak met een MER te maken krijgen, dat zijn vooral kleinere gemeenten. Die kunnen we straks doelmatig ondersteunen.”
Wat betekent dat voor de rol van de Commissie MER?
Ten Holder: “We gaan veel meer op vrijwillige basis adviseren. We hebben daarbij van VROM extra capaciteit gekregen om onze functie als kenniscentrum uit te breiden, dus daar zijn we nu druk mee bezig. De Commissie MER biedt zich aan om bij allerhande MER-gerelateerde kwesties mee te denken.”
Ketting vult aan: “Hoe zorg je voor goede timing , participatie en draagvlak? Voor welke projecten moeten straks wel en niet een MER gedaan worden. Wij kunnen behulpzaam zijn bij die afweging. Daarbij kunnen wij alle betrokkenen helpen in de complexe, ingewikkelde wetgeving de goede weg te vinden. We zijn een kenniscentrum waarop iedereen een beroep kan doen. Maak er gebruik van. Dat kan per telefoon of bij een kopje koffie.”
Hoe groot is de capaciteit om die hulp waar te kunnen maken?
Ketting: “Met 37 mensen op het bureau voor ondersteuning en 600 deskundigen in een landelijke pool zorgt de commissie voor advies over allerhande kwesties. Onderzoeksinstellingen, adviesbureaus en universiteiten leveren onafhankelijke deskundigen op elk denkbaar vakgebied. Voor een kleine gemeente kan een bepaald project een hele klus zijn terwijl eenzelfde project voor een grote gemeente een routineklus is. Eerder waren we bij al die projecten verplicht betrokken, straks meer op verzoek. Omdat onze aandacht dan minder wordt versnipperd, kunnen we daar in de toekomst meer aandacht aan besteden. Dat is veel doelmatiger.” Ten Holder: “We geven alleen gevraagd advies. Nu al is 20 procent van onze adviezen op vrijwillige basis. Maar vanaf 1 juli is het niet meer gratis, dan kost het 5000 euro.
Blijft het bij deze veranderingen?
Ketting: “Nee, onze adviestijd wordt korter, van elf naar zes weken. Die periode valt samen met de weken waarin de zienswijzen worden ingediend, dat betekent dat potentieel 10 tot 12 weken tijdswinst is te behalen. Het nadeel daarvan is dat het voor ons moeilijk wordt de zienswijzen mee te nemen in de advisering.”
Zorgt de verandering ook voor versnelling van procedures?
Ten Holder: “Het maakt niet veel uit voor de feitelijke doorlooptijd van een MER. Die wordt namelijk primair bepaald door de tijd die nodig is om het rapport te schrijven. Dat doet de initiatiefnemer. De procedurele verplichtingen in de wet nu vormen misschien 10 procent van de totale doorlooptijd, die zullen wel versnellen maar voor de totale doorlooptijd is het niet bepalend”.
Ketting vult haar aan. “De MER krijgt wel vaak de schuld van vertragingen, maar voor een project zit de meeste tijd in vergunningaanvragen en besluitvorming.”
Dat doet hem denken aan een recente versnellingsfilosofie. “Het zijn niet de feitelijke piketpaaltjes die tijd kosten, maar de discussie: waar willen we naartoe.”
Elverding heeft ook geconstateerd dat daar de grootste tijdswinst zit. Volgens hem kan besluitvorming sneller als je in het begin de tijd neemt om je huiswerk goed te maken. ” ■

Reageer op dit artikel