nieuws

Fransen introduceerden ‘entreprise général’

bouwbreed Premium

Fransen introduceerden ‘entreprise général’

Openbare aanbesteding lijkt zo gewoon, maar was dat lange tijd helemaal niet. Het waren tweehonderd jaar geleden de Franse bezetters die de ‘entreprise général’ naar Nederland brachten. En daar moesten de Hollanders in eerste instantie niets van hebben.

Partiële aanbestedingen kenden Nederland al langer, maar de eerste ‘openbare
aanbesteding in massa’ vond pas plaats op 22 juli 1808. Dat gebeurde op
persoonlijk bevel van koning Lodewijk Napoleon (bijgenaamd ‘Konijn van
Holland’). Het betrof de nieuwbouw van de Overtoomse schutsluis. Die moest een
einde maken aan de primitieve overhaal, waarbij schepen over land werden
getrokken van de Schinkel naar de Kostverlorenvaart. Volgens het onvolprezen
boekwerk ‘Geschiedenis van de techniek in Nederland’ van Harry Lintsen ging de
gunning van het werk door opbod en ‘afmijnen’ naar Korstiaan den Bouwmeester –
hij riep het eerst ‘mijn!’ en kreeg het werk. Daarmee werd voor het eerst in
Nederland een geheel werk aangenomen door één hoofdaannemer, die vervolgens
onderdelen ervan uitbesteedde aan verschillende onderaannemers. Bij de
aannemingssom was de ‘Leverancie van alle de daartoe noodige Materialen en
Arbeidsloonen’ inbegrepen.

Onnutte tussenpersonen

Het Ministerie van Waterstaat vond het nieuwe systeem van aanbesteding een
prachtidee. De inspecteur-generaal streefde namelijk naar een meer uniforme
uitvoering en beheer van waterbouwkundige werken. Maar de bouwsector reageerde
afwachtend. Feitelijk was de eerste ‘aannemer van publieke werken’ naar voren
geschoven vanuit de gilden die het tot de Franse tijd voor het zeggen hadden
gehad. Toen Lodewijk Napoleon in 1810 de bouw van de Oranje-Nassaukazerne in
Amsterdam op eenzelfde manier probeerde aan te besteden werd het geen succes.
Slechts een deel van het werk werd openbaar aanbesteed, de rest pakte
stadsarchitect Abraham van der Hart in eigen beheer aan. Pas toen stadsbesturen
in de Gemeentewet van 1851 verplicht werden hun werken openbaar aan te besteden,
werd de nieuwe aanpak algemeen ingevoerd. Dat wil niet zeggen dat de openbare
algemene aanbesteding plotseling ook algemeen geaccepteerd werd. Begin
twintigste eeuw nog verzette een groep architecten onder leiding van de
Amsterdamse stadsarchitect A.W. Weissman (1858-1923) zich fel tegen de
aannemerij die door de nieuwe aanbestedingspraktijk groot was geworden.
Aannemers waren wat hem betreft ‘schadelijke en onnutte tussenpersonen’, want de
architect kan zelf een werk wel in onderdelen aanbesteden aan daarvoor
aangewezen ambachtslieden. Het bleek een achterhoedegevecht, de rol van de
aannemer als grote organisator op de bouwplaats zou in de twintigste eeuw alleen
maar verder groeien, mede door de explosief groeiende overheidsopdrachten. En de
Overtoomse Sluis? Die bleek in 1940 op zijn beurt een obstakel voor de
scheepvaart en werd vervangen door de Schinkelsluis.

Reageer op dit artikel