nieuws

Debattemperatuur loopt op in zicht van stembus

bouwbreed Premium

Debattemperatuur loopt op in zicht van stembus

Breda- Een zinderend warme zaterdagmiddag. Op een bouwplaats in Breda wapperen vlaggen van BredaBouw vanwege de Dag van de Bouw. Tussen twee rijen sociale huurwoningen in aanbouw verzamelen zich bouwers, politici en toeschouwers voor het allereerste Cobouw verkiezingsdebat.

Een zinderend warme zaterdagmiddag. Op een bouwplaats in Breda wapperen
vlaggen van BredaBouw vanwege de Dag van de Bouw. Tussen twee rijen sociale
huurwoningen in aanbouw verzamelen zich bouwers, politici en toeschouwers voor
het allereerste Cobouw verkiezingsdebat. Vier Tweede Kamerleden Paulus Jansen
(SP), Ger Koopmans (CDA), Jan Boelhouwer (PvdA) en Brigitte van der Burg (VVD)
bestijgen het podium om de degens te kruisen met mensen uit de bouwpraktijk. Dat
zijn Cees Kwaaitaal, directeur van Breda Bouw en gastheer van de middag, Elco
Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, Gijs Buijs, bestuurslid van
Aannemersfederatie Nederland en directeur van Travhydro steigerbouw, Johannes
Hoogstraten, columnist van de Dagblad Cobouw en directeur van
stratenmakersbedrijf Hoogstraten Wegenbouw BV en Menno Lammers. De laatste,
werkzaam bij Vernieuwing Bouw, zit namens de NieuwBouw aan tafel. Cobouw legt
het gezelschap een aantal prangende vragen voor.

Weet de politiek te weinig van de bouw en lijdt de sector
daaronder?

“Dat is echt kletskoek”, reageert Koopmans. “Kamerleden moeten helemaal geen
deskundigen willen zijn. Goede regelgeving ontstaat door goede samenwerking
tussen branche en medewerkers, daar hoeven kamerleden niet eens bij te komen. Ik
zie juist debatten soms ontsporen als mensen er echt verstand van hebben.” “Het
is zeker geen kletskoek”, stelt Hoogstraten. “Als je de discussie over de zware
beroepen ziet: de afstand is wel degelijk heel groot. Die klacht is er op de
werkvloer en bij aanbestedingen. We zien de mensen niet, we horen ze niet. We
krijgen alleen maar de leeftijdsverhoging, zzp’ers en Polen in de nek.” ” Met
name op het detailniveau van de regelgeving zit veel rotzooi”, voegt Koopmans
toe. “Bijvoorbeeld bij het Bouwbesluit, wat je dan ineens meemaakt is
ongelofelijk. Veel regelgeving wordt geregeld met AMvB’s en ministeriële
regelingen, die gaan buiten de Tweede Kamer om. Daar zouden we ons als parlement
wel meer tegenaan willen bemoeien, maar dat is qua werk niet te overzien.”
Volgens Jansen zitten er weinig mensen met een technische achtergrond in de
kamer. “Bouw is een heel technisch onderwerp. Toch zijn de debatten over bouw nu
wel veel levendiger dan een paar jaar terug.” Volgens Kwaaitaal zou de politiek
de bouw in ieder geval helpen door helderheid te geven over maatregelen. “Veel
regelingen zijn onduidelijk of onbekend bij de consument. We hebben te maken met
leegloop in de markt, dus geef duidelijkheid over regelingen en wees
consequent.”

Gaat het akkoord van de sociale partners over de AOW – doorwerken tot
66 in 2020 – te ver?

Hoogstraten: “Het maakt niet uit of het 65 of 85 jaar wordt want we worden in
dit beroep toch niet ouder dan 55. Ik kan niet verlangen van een stratenmaker
dat ie 65 wordt in dit beroep, laat staan 67 jaar. Dus de vraag is: Wat gaat de
politiek er tegenoverzetten?” Brinkman reageert: ” Het is ontzettend moeilijk om
te bepalen wat zwaar is en wat niet zwaar. Maar er zijn voor de nieuwere
generaties grotere en kleinere bestratingsmachines. Alle werkzaamheden zijn
daardoor licht uit te voeren. Dat geldt natuurlijk niet voor de oudere
generatie, maar wel voor de jongere. Ieder jaar kunnen we de overlevingstabellen
naar boven bijstellen.” Bouwvakkers in het publiek zijn het er niet mee eens:
“We zijn de hele dag in de weer, het terrein is ongelijk, ook met machines
blijft het zwaar werk.” Boelhouwer: ” Er is allerlei speelgoed in de bouw om de
werkzaamheden te verlichten, maar de discussie wat onder de zware beroepen valt,
blijft een moeilijke. De meeste mensen in ambachtelijke beroepen beginnen jong,
dus na 45 jaar werken met pensioen is een redelijke oplossing waarbij je de
zware beroepen-discussie niet hoeft te voeren.” Menno Lammers merkt op dat de
arbeidsvoorwaarden vaak traditioneel zijn. “We moeten ook de ruimte krijgen om
te innoveren, die is er nu onvoldoende.”

Wordt het geen tijd de belangenbehartiging van het mkb en de grote
bedrijven te verenigen?

Brinkman reageert gestoken: “Ik zit hier niet namens de grote bedrijven alleen,
ik zit hier namens álle bedrijven. U moet eens ophouden met die stemmingmakerij.
Hoort u dat ik daar boos en verdrietig over ben? We hebben een gezamenlijk
belang, dus we moeten ophouden met ruzie maken in eigen tent. Daarmee zetten we
een totaal verkeerd beeld neer naar de politiek.” Buijs ziet het anders: “Het
mkb komt er niet tussen. Wij worden als branche minder gehoord dan het old
boys-netwerk. In bijvoorbeeld de Crisis- en Herstelwet staat te weinig voor het
mkb. Het is alleen voor grote projecten.” Dat is niet waar volgens Koopmans. “In
de wet barst het van de kleine projecten. Maar het clusteren van projecten is
totaal doorgeslagen. Daar moeten jullie met de VNG over spreken en ook
Rijkswaterstaat moet daarmee stoppen.” Buijs maakt een handreiking naar Bouwend
Nederland: “We moeten toch maar weer eens samen om tafel.” Brinkman antwoordt:
“We doen niet anders dan praten.”

Heeft Nederland meer asfalt nodig?
Jazeker, volgens VVD-Kamerlid Van der Burg. “Meer investeren in asfalt is
noodzaak om de files aan te pakken.” Boelhouwer is het daarmee niet eens. “Je
kunt de files niet oplossen door alleen meer asfalt te draaien. Je moet een
kilometerbeprijzing invoeren zodat mensen niet op de weg zijn als ze daar op
piektijden niet hoeven zijn”, stelt hij. Van der Burg ziet eerder een oplossing
in de ict. “Door de kilometerheffing verplaats je eerder de files dan dat je ze
oplost. Je moet kijken naar nieuwe manier van werken, bijvoorbeeld thuiswerken.”
Ook in het publiek zijn de meningen tegengesteld. Een medewerker van Breda Bouw
vindt dat slimmer met de werktijden moet worden omgegaan. “Veel mensen zitten op
hetzelfde moment op de weg, je kunt ook schuiven met werktijden.” Zijn collega
is het niet met hem eens. Thuiswerken is in de bouw geen optie. “En ik werk in
een team, ik kan mijn werktijden niet zelf bepalen”, reageert hij. Boelhouwer
meent echter: “We komen in de decennia van de slimme mobiliteit. We moeten met
mobiliteit doen wat in de bouw ook gebeurt: Niet alleen maar veel investeren,
maar met kleine stapjes beter gebruik maken van je potentieel.”

Reageer op dit artikel