nieuws

‘Markt moet nieuwe regels wel kunnen bijbenen’

bouwbreed Premium

Architecten zijn straks de eersten die te maken krijgen met het nieuwe Bouwbesluit

Zij staan vooraan in de bouwketen en moeten de eerste vertaalslag maken van de regels naar het schetsboek.
Beleidsmedewerker Alexander Pastoors houdt namens de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) een vinger aan de pols. Hij zit in de Juridisch Technische Commissie (JTC) die bij VROM het nieuwe Bouwbesluit tegen het licht houdt. De effecten van de regelgeving hebben volgens hem breder onderzocht nodig dan nu het geval is. Ook moet er ruim tijd zitten tussen bekendmaking en inwerkingtreding van het Bouwbesluit om goed met de nieuwe regelgeving te kunnen ontwerpen.”
Pastoors pleit voor voldoende tijd tussen bekendmaking en inwerkingtreding van het Bouwbesluit, bij voorkeur 9 maanden. “Wij moeten de regels ons tijdig eigen maken. Architecten zitten voor in de keten. De regels moeten in ons hoofd zitten als we de eerste schetslijnen op papier zetten, anders dan bijvoorbeeld bij handhaving. Daarbij hebben complexe ontwerpen zoals bijvoorbeeld voor een ziekenhuis een doorlooptijd van een aantal jaar. Die ontwerpen moeten tijdig worden aangepast, zonder al te veel economische schade. Het is uiteindelijk een half jaar geworden.”
Het Bouwbesluit is vaak een aanjager van innovatie, volgens Pastoors. “Scherpere regels in het Bouwbesluit kunnen soms voor substantiële verbeteringen in bouw zorgen. Hogere plafonds, minder steile trappen. Dat soort zaken zijn doorgevoerd doordat VROM dat heeft afgedwongen met het Bouwbesluit. Maar je kunt de eisen alleen met kleine stapjes aanscherpen. Je moet oppassen dat de markt het niet meer kan bijbenen, waardoor je onbetaalbare woningen of onwenselijke situaties krijgt”, waarschuwt hij.
Een van de voorbeelden is de energieprestatiecoëfficiënt (epc). “Na de aanscherping van de epc van 1 naar 0,8 is gekeken of dit heeft geleid tot substantiële veranderingen in de architectuur. Dat bleek niet zo te zijn. Het leidde met name tot een investering in extra techniek. Voor de aanscherping naar 0,6 is dat tot op zekere hoogte ook zo. Maar als de epc straks verder wordt aangescherpt, zoals het Rijk heeft uitgestippeld, raakt dat waarschijnlijk wel de architectuur.”
Volgens Pastoors is dat niet alleen maar goed. “Je moet integraal kijken naar strengere epc-eisen en architectonische en stedenbouwkundige aspecten. Het heeft bijvoorbeeld consequenties voor stedenbouw als je anders moet verkavelen om meer op de zon te kunnen oriënteren. Ook moet je als ontwerper onderzoeken of de oplossingen die je eerder gebruikte nog werkbaar zijn. Warmte-koudeopslag wordt nu bijvoorbeeld veel gebruikt, maar in de ondergrond wordt het steeds drukker, dus misschien werkt die oplossing straks niet meer. Daarbij is een trend gaande van binnenstedelijke herontwikkeling. Hoe strikt wil je bijvoorbeeld zijn als een afgebrand huis energieneutraal herbouwd moet worden binnen een beschermd stadsgezicht? Daarvoor moet je flexibel en integraal kunnen omgaan met regels. Maar de discussie hoe je kwalitatief goede woningen maakt, daar ontbreekt het nu aan.”
Hij ziet wel een discussie ontstaan over de gevolgen van een verscherpte epc op andere vlakken. “Onder meer in het Lenteakkoord is dit een van de punten. De BNA en Neprom hebben dat aangekaart: Je moet ook kijken naar bijvoorbeeld de gevolgen voor de gezondheid van de bewoner en of hij nog kan omgaan met alle techniek. Zo zou niet alleen ventilatie maar ook oververhitting, zoals ook Harry Nieman (NLingenieurs, red.) eerder in Cobouwheeft aangegeven, in het Bouwbesluit moeten worden opgenomen.”
Daarbij moet VROM volgens Pastoors niet alleen kijken naar de epc van de nieuwbouwvoorraad. “Wij vernieuwen in Nederland jaarlijks 1 procent van de bouwvoorraad. Aan die ene procent worden steeds hogere eisen gesteld, terwijl de grootste klap wat betreft energiebesparing en CO2-besparing in de bestaande voorraad zit. Misschien moet de overheid haar pijlen meer richten op de vraag hoe je alle woningen die nu een F- of een G-label hebben, naar een B- of en A-label krijgt. De programma’s die daar nu voor zijn, richten zich met name op installaties en schilrenovatie. Daar moet je ook architectonisch over nadenken: Hoe gaan we die kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad maken? Die discussie wordt te weinig gevoerd”, constateert hij. “Als je kijkt naar het programma Meer met Minder, komt daar het woord architectuur niet in voor. Het wordt te veel gezien als een technisch probleem. Maar als je over die verbeterslag niet architectonisch nadenkt, creëer je straks nieuwe stadsvernieuwingswijken met verschrikkelijke beplanting. Je zou die ontwikkelingen eigenlijk moeten koppelen aan de Vogelaarwijken en achterstandswijken.”
Een andere discussie die hij mist bij de bouwregelgeving is de noodzaak van bepaalde regels. “Zo worden eisen gesteld aan de overklimbaarheid van balkonhekken, vanwege de veiligheid. Maar er is, naar mijn weten, nooit onderzoek gedaan of met deze hekken significant minder ongelukken gebeuren dan met andere hekken die vóór de introductie van het Bouwbesluit zijn gemaakt. Hoe die regels dan toch in het Bouwbesluit zijn gekomen, is een gevolg van incidentpolitiek en lobbygroepen.”
Maar belangrijker nog dan noodzakelijkheid, is voor de vormgevers helderheid en eenduidigheid, stelt hij. “Schrappen van artikelen uit het Bouwbesluit leidt niet noodzakelijkerwijs één op één tot vermindering van de regeldruk. Regels die onduidelijk zijn, kunnen meer last veroorzaken dan een extra regeltje waarover geen discussie is. Het is zonde als tijd verloren gaat met discussies over de interpretatie van regels.”
Volgens Pastoors is het daarom belangrijk dat VROM meer geld vrijmaakt voor de commissie Gelijkwaardigheid. “Zeker met zo’n nieuw Bouwbesluit, waar nieuwe vragen naar voren komen, moet je de vraag kunnen voorleggen zodat een gezaghebbend orgaan een uitspraak kan doen. Niet voor ieder wissewasje maar voor fundamentele keuzes waar veel kosten mee zijn gemoeid en waar je onderling met Bouw- en Woningtoezicht niet uitkomt, is zo’n orgaan erg nodig. Daarvoor moet zo’n commissie wel zijn geëquipeerd, dat is ze nu niet. Ze gaat nu alleen nog over brandveiligheid en ze neemt nu al geen nieuwe vragen meer aan.”
In de vorige aflevering over het Bouwbesluit in Cobouw legde Michiel Nieuwenhuys van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw de BNA de vraag voor of de bond zijn ei voldoende kwijt kan in het Bouwbesluit. Pastoors antwoordt volmondig ja. “Grosso modo is dit nieuwe Bouwbesluit een redelijk stuk waar wij als ontwerpers denken goed mee uit de voeten kunnen. De praktijktoets zal daar definitief uitsluitsel over geven. Voor ons zijn met name eenduidige regels en voldoende ontwerpvrijheid van belang en dit Bouwbesluit is een flinke stap voorwaarts.”
Voor het volgende interview geeft hij graag het stokje door aan Gert-Jan van Leeuwen, voorzitter van de Vereniging Bouw en Woningtoezicht Nederland. “Ik heb een paar vragen aan hem. Namelijk: Wordt het toetsen voor hen makkelijker met het nieuwe Bouwbesluit? Hoe zien zij de commissie Gelijkwaardigheid en denken ze dat minder discussie zal ontstaan op het gebied van gelijkwaardigheid?”■

Reageer op dit artikel