nieuws

Regionale sturing lost overaanbod van kantoren op

bouwbreed Premium

In veel gemeenten is structurele leegstand op oudere bedrijventerreinen. Iedereen kent ze: de rommelige en onveilige bedrijventerreinen. Veel van die terreinen komen door een gebrek aan investeringen in een neerwaartse spiraal. Volgens Norbert van Doorn en Bart Herremans gaat deze situatie zichzelf niet oplossen. Er is behalve geld, aandacht en tijd nodig.

Bedrijven die een nieuwe locatie zoeken hebben twee opties: herontwikkeling van een locatie op een bestaand terrein of nieuwbouw op een nieuw bedrijventerrein. De keuze tussen deze opties heeft te maken met de eisen die aan de locatie worden gesteld maar natuurlijk ook met een economische afweging. Daarbij blijken nieuwe bedrijventerreinen vaak goedkoper uit te pakken, terwijl ze ook op andere aspecten goed scoren. Het verschil in investeringskosten wordt deels verklaard doordat oude eigenaars de boekwaarde terug willen zien voor hun opstallen. Het grootste verschil wordt echter bepaald door de gunstige prijsstelling van kavels op nieuwe terreinen. Gemeenten hebben belang bij het generen van inkomsten uit de uitgifte, zeker nu de inkomsten uit woon- en kantoorlocaties op een laag pitje staan. Bovendien is werkgelegenheid nu overal welkom.

Gevolgen

Wat heeft dit voor gevolgen voor leeglopende bedrijventerreinen? Dat ligt aan de plek. Voor de, vaak oudere, binnenstedelijke bedrijvenlocaties lijkt meer sprake van een kans dan van een probleem. Transformatie naar nieuwe bestemmingen zoals wonen, werken, retail en leisure kunnen de maatschappelijke en economische waarde van de locaties doen toenemen. Met de recentere locaties aan de randen van de steden komt het niet vanzelf goed. Landelijk en regionaal is er beleid ontwikkeld om revitalisering te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn het advies van de Taskforce (her)ontwikkeling bedrijventerreinen, het Provinciaal Herstructureringsplan van de Provincie Utrecht en de Experimentenwet Bedrijven Investerings-Zones. Tot nu toe leiden deze maatregelen nog nauwelijks tot initiatieven, omdat vooral gewacht wordt op initiatieven van marktpartijen.
De meest voor de hand liggende partijen die iets kunnen en moeten doen zijn gemeenten. Maar ook binnen die gemeenten spelen tegenstrijdige belangen. Enerzijds roept men dat het tij moet worden gekeerd op bedrijventerreinen die dreigen te verpauperen: revitaliseren dus. Maar anderzijds gaan de grondbedrijven door met het uitgeven van nieuwe terreinen, waarmee verdere leegloop wordt gestimuleerd. Soms ligt daar een bewuste keus achter. Bijvoorbeeld prioriteit geven aan het genereren van geld boven het oplossen van ruimtelijke problemen. Maar te vaak wordt er niet gekozen en werken het beleid op economisch en ruimtelijk vlak elkaar tegen. De gevolgen hiervan zijn het verder afglijden van bestaande locaties tot echte probleemgebieden, maar ook een structureel overaanbod aan nieuwe locaties. Dat ontwikkelaars, ontwerpers en bouwers daar tijdelijk van meeprofiteren is het enige positieve wat hierover is te zeggen.
De situatie gaat zichzelf niet oplossen. Er is aandacht, tijd en geld nodig. En er zijn best gemeenten die het voor elkaar krijgen om bedrijven van elders te stimuleren zich te vestigen op terreinen die zo’n impuls hard nodig hadden. Een mooi voorbeeld is de vestiging van Ziggo op Lage Weide in Utrecht. De vraag is alleen of zo’n succes de opmaat is voor een verdere opleving. Dat lukt alleen als er ook iets wordt gedaan aan het op langere termijn borgen van de kwaliteit van het gebied (openbare ruimte, ov, parkmanagement).

Inperken

De oplossing voor het probleem van overaanbod ligt in regionale sturing. En vooral in het inperken van de mogelijkheden om nieuwe bedrijventerreinen te bestemmen in regio’s waar nog voldoende oud aanbod is. Daarmee kan een uit de hand gelopen overaanbodsituatie, zoals op de kantorenmarkt, worden voorkomen. Hier ligt de taak voor stadsregio’s, provincies en het Rijk om de regie te nemen. Het kan niet zo zijn dat iedere gemeente op eigen initiatief terreintjes blijft uitgeven om de eigen begroting kloppend te krijgen. Investeren in revitaliseren heeft dan geen enkele zin.
Directeur van Procap adviseurs en projectmanagers en voorzitter van NLPB, de branchevereniging van projectmanagementbureaus in ruimtelijke projecten.
Senior adviseur bij Procap. Procap is gevestigd op bedrijventerrein Lage Weide te Utrecht.
Reacties naar: vandoorn@procap.nl.

Reageer op dit artikel