nieuws

‘Harmonisatie milieuprestatie een grote vooruitgang’

bouwbreed Premium

De harmonisatie van de methode voor het bepalen van de milieuprestatie van bouwwerken is een grote vooruitgang. Dat vindt Harry van Ewijk, accountmanager ketenbeheer bij milieukundig adviesbureau IVAM in Amsterdam.


Van Ewijk stond aan de wieg van Eco-Quantum, één van de instrumenten voor het bepalen van de milieu-effecten van bouwwerken. Eco-Quantum is niet direct bij de harmonisatie door de projectgroep van de stichting MRPI en de Dutch Green Building Council betrokken. Daarom staat IVAM relatief onafhankelijk tegenover de ontwikkeling. “De belangen rond de harmonisatie zijn groot, dat levert automatisch strijd op. Maar de nieuwe methode wordt breed gedragen en biedt ruimte voor continue verbetering”, aldus Van Ewijk. “Ik zie de harmonisatie dan ook als een heel grote vooruitgang”, oordeelt Van Ewijk. “Instrumenten zoals GreenCalc+, GPR-Gebouw en DuboCalc houden de vrijheid om het resultaat van de berekening in een milieu-index of een rapportcijfer te vatten, maar het milieuprofiel als tussenrapportage is altijd hetzelfde. Producenten van bouwproducten worden nu niet meer met verschillende scores geconfronteerd.” De harmonisatie gaat een stap verder dan de Life Cycle Analyse (LCA)-methode.
Gemeenten kunnen met GPR-gebouw blijven werken, terwijl architecten GreenCalc+ kunnen blijven gebruiken. De uitkomsten van de geharmoniseerde methode zijn namelijk hetzelfde. “Iedereen heeft belang bij de nieuwe methode”, stelt Van Ewijk. “NEN 8006 (de norm voor het bepalen van een LCA) van bouwproducten wordt op sommige punten overstemd door de geharmoniseerde methode. De impact van het slopen is niet opgenomen, maar de bestemming en verwerking van de vrijkomende materialen wel.”
Van Ewijk wijst wel op beperkingen van de geharmoniseerde methode. “Hij geldt alleen voor LCA-onderwerpen. De LCA-methode is wereldwijd geaccepteerd en richt zich specifiek op de meetbare aspecten. Effecten op de gezondheid en welzijn zijn lastiger. Die zijn niet zo goed te kwantificeren.” Van Ewijk weet dat op Europees niveau hard wordt gewerkt aan normalisatie van duurzaamheid. Daarbij wordt ook gekeken naar effecten op gezondheid, welzijn en ‘life cycle costs’ van bouwwerken.

Reageer op dit artikel