nieuws

Nederlands-Vlaamse bouwtaalstrijd

bouwbreed Premium

Dat een verkeersbrug een brug is waar uitsluitend wegverkeer overheen dendert, is voor een Belg niet vanzelfsprekend. En dus verzonnen de Nederlandse en Belgische normalisatie-instituten een woord waar constructeurs uit beide landen mee uit de voeten kunnen: ‘een wegverkeersbrug’.

De twee buurlanden sloten tot nu toe 715 compromissen over bouwtermen.
Vertaalde Eurocodes moeten begrepen worden. De ‘blijde’ intocht van Europese
constructienormen in de Nederlandse bouwwereld gaat vergezeld met de aftocht van
een fiks aantal bouwtermen waar menig constructeur misschien wel een traan om
zal laten. Dat ingebeitelde woorden sneuvelen door de drang naar één
begrijpelijke Europese codetaal, heeft te maken met het simpele feit dat
Nederland en België er hun eigen bouwjargon op na houden. Beide landen doen
concessies. Zo ruilt Nederland de term ‘permanente belasting’ in voor ‘blijvende
belasting’ en doen we afstand van ‘capaciteit’ of ‘sterkte’, waarvoor niet
zonder slag af stoot het woord weerstand in de plaats komt.

Lachsalvo’s

De steeds langer wordende bijsluiter van vertaalde Eurocodes kent ook termen
die in een doorsnee bundeltje lachsalvo’s niet misstaan. Waar de Belgen al jaren
werken met de ‘rekenwaarde van de aangrijpende snedekracht’, zijn ze bereid in
te stemmen met de ‘rekenwaarde van de aangrijpende snedegrootheid’. Water bij de
wijn doen de Belgen evenzeer. Zo zeggen ze het woord werk – als bouwwerk –
vaarwel, zoals ze ook ‘de stelling’ uitzwaaien, omdat ze wel kunnen leven met
‘de steiger’. Omdat het ‘afzonderlijke project’ eveneens verwarring zaait,
kiezen de landen voor de omschrijving ‘een project in het bijzonder’. De term
‘alle brandlasten’ wordt ‘totale vuurlast’, ‘warmteafgifte’ wordt
‘brandvermogen’, terwijl de ‘brandweerstand’ het moet afleggen tegen het
Nederlandse woord ‘brandwerendheid’.

Galloping Gertie

Vermoedelijk komt ook de dichter des vaderlands met de bijzondere
begrippenlijst aan zijn trekken. Weet hij geen raad met woorden als
brandvoortplanting, schrikstrook, tandemstelsel of stootrand, dan kan hij zich
altijd nog laten inspireren door kreten als de spoorwegbrug of de scheenwand. De
vrije ruimte onder een brug is voor eens en altijd de onderdoorrijdhoogte
terwijl er ook geen misverstand meer kan bestaan over de vleugelmuur (niet
verwarren met vleugelmoer) die wijkt voor de vleugelwand. Daar waar de
Hollanders en de Belgen helemaal stuklopen, klampen zij zich vast aan the
original English words. De bezwijkterm ‘galloping’ is daarvan het mooiste
voorbeeld. Galloping Gertie verwijst naar een Amerikaanse brug die in 1940 door
extreme wind als een opzwepend touw begon te wapperen en uiteindelijk stuk
stortte. Zonder meer is het compromis van lettergrepen waar twee landen al zes
jaar aan trekken een knap staaltje werk. En of de constructeur nu tranen laat of
niet, de Eurocodevertaler geeft hem een ticket naar de vergetelheid. De
constructeur bestaat in de nieuwe bouwbijbel namelijk niet meer.

Reageer op dit artikel