nieuws

Commentaar: Crisis- en herstelwet

bouwbreed

De Crisis- en herstelwet is eindelijk een feit.

De bouw verwacht er veel van, hoewel nog niemand kan zeggen wat de directe
effecten precies zijn. Demissionair minister Eurlings heeft inmiddels al het
goede voorbeeld gegeven door direct het ontwerptracé-besluit van de A4
Midden-Delfland te tekenen. De wet betekent in elk geval niet dat de gehele bouw
aan zijn trekken zal komen. In de wet is juist een aantal grote projecten met
name genoemd. Dit betekent per definitie dat die vooral naar het grootbedrijf
toe zullen gaan. Niet dat het midden- en kleinbedrijf volledig buitenspel staat
om als hoofdaannemer mee te doen. De wet biedt de mogelijkheid aan de minister
om bij algemene maatregel van bestuur andere projecten toe te voegen. Gezien de
aandacht die de Eerste Kamer heeft gegeven aan het mkb, mag worden verwacht dat
als er sprake is van toevoegingen, de minister vooral zal kijken naar wat
kleinschaliger projecten die bij uitstek voor mkb-bedrijven bereikbaar en
behapbaar zijn. Nog belangrijker van de wet is echter de toekomst. De Crisis- en
herstelwet loopt weliswaar maar tot 2014, maar het is duidelijk dat de
aanbevelingen van de commissie-Elverding die voor een belangrijk deel in de wet
zijn opgenomen, ook daarna nog steeds zullen gelden. Een andere belangrijke
conclusie kan zijn dat het midden- en kleinbedrijf op termijn ook baat zal
hebben bij de politieke discussie in de senaat. Nu worden kleinere bedrijven
vaak bij voorbaat uitgesloten vanwege disproportionele eisen die aan
inschrijvers worden gesteld. Het kabinet heeft toegezegd in de Aanbestedingswet
hier iets aan te zullen doen. Het kortetermijneffect, het versnellen van een
aantal met name genoemde projecten, zal zich nu in de praktijk moeten bewijzen.
Het langeretermijneffect is echter minstens zo belangrijk. Ook in economisch
normale tijden vindt de bouw het op zijn zachtst gezegd niet verkeerd als
besluitvorming over projecten sneller kan plaatsvinden.

Reageer op dit artikel