nieuws

Blokkendam uiterst secuur verlegd

bouwbreed Premium

Met speciaal ontwikkeld materieel gaat Puma zo’n 20.000 zware betonblokken oppikken van de zeebodem en heel nauwkeurig weer terugleggen. Maasvlakte 2 moet daardoor beschermd zijn tegen een storm van eens in de 10.000 jaar.

Twee machines verleggen in april de bestaande harde zeewering van de
Maasvlakte: een rippertang gemonteerd op een drijvende en de Blockbuster. De
eerste pakt de betonblokken op, ongeacht hoe ze op de zeebodem liggen. De tweede
legt de gemiddeld 40 ton zware gevaarten tot op 15 centimeter nauwkeurig op hun
plek, zodat de vereiste open constructie ontstaat die de golfenergie dempt.
Daarvoor zijn de apparaten uitgerust met akoestische camera’s om onder water te
kunnen bepalen hoe de blokken precies liggen. Het vergt enige scholing om de
echografie-beelden te kunnen lezen, maar volgens Dick Bodegom van PUMA kunnen de
moderne machinisten van de ‘nintendo-generatie’ er in de praktijk redelijk snel
mee uit de voeten. Slim hergebruik van het materiaal uit de oude zeewering was
een van de punten waardoor de combinatie Boskalis/Van Oord de aanleg van de
tweede Maasvlakte in 2008 kreeg gegund. Oorspronkelijk was een halfhard
keienstrand voorzien als overgang tussen de harde en de zachte zeewering. Maar
terwijl het opspuiten van zand al gaande was, vonden de waterbouwers een
onderhoudsvriendelijker alternatief en schrapten de overgangsconstructie. De
harde zeewering wordt nu gevormd door een keienstrand en een golfbreker. De
laatste wordt opgebouwd uit onder andere de betonblokken met ribben van 2,5
meter uit de kering van de eerste Maasvlakte. PUMA gaat er vanuit dat ongeveer
20.000 blokken opnieuw te gebruiken zijn. Het resterende kleine aantal is bij
het aanbrengen begin jaren zeventig, beschadigd toen ze over de achtersteven van
een ponton in het water werden gekieperd. Ze komen daardoor niet meer aan het
vereiste gewicht van 40 ton. Die ondermaatse stenen worden gebroken tot kleinere
fracties en vinden ergens anders een plekje in de kering. Infographic op pagina
8-9

Reageer op dit artikel