nieuws

Pak schijnzelfstandigheid Europees aan

bouwbreed Premium

Het probleem van schijnzelfstandigheid is slechts Europees aan te pakken. Dat vindt hoogleraar arbeidsrecht Yves Jorens van de universiteit van Gent.

Volgens Jorens hebben Europese regels ervoor gezorgd dat schijnzelfstandigheid een probleem is. Dus moeten die regels worden aangepakt. Een van de belangrijkste is wel het beroemde E-101 formulier waarmee landen aangeven dat iemand als zelfstandige werkt. Dat wordt vaak misbruikt. Bovendien is het land waar de zelfstandige vandaan komt verantwoordelijk. Het ontvangende land heeft het domweg te accepteren.
De problemen zijn onder meer sociale uitbuiting van werknemers en verdringing van eigen vaklui door goedkope buitenlandse schijnzelfstandigen al dan niet via moderne koppelbazen. Het kosten voordeel kan groot zijn. Onderzoek heeft laten zien dat in Ierland 11 procent op kosten wordt bespaard door inzetten van schijnzelfstandigen. In Groot-Brittannië is het kostenvoordeel zelfs 35 tot 50 procent.
Probleem hierbij is dat er Europees in ieder geval geen betrouwbare gegevens zijn over het aantal zelfstandigen. “Bijvoorbeeld in Nederland zeggen sommige experts dat 89 procent van de buitenlandse zelfstandigen eigen schijnzelfstandigen zijn, andere bronnen spreken van 40 procent”, aldus Jorens.

Definitie

Daarnaast speelt dat er geen heldere definitie is van schijnzelfstandigheid. “Een hele simpele is te zeggen dat iedereen die niet in loondienst is, zelfstandig is. Dat is iets te makkelijk. In ieder geval blijkt uit jurisprudentie dat een gezagsverhouding een heel belangrijk criterium is. Er zijn echter geen uitspraken van het Europese Hof waarin duidelijk is aangegeven wat nu werknemers zijn, wat zelfstandigen en wat schijnzelfstandigen.”
De hoogleraar ziet overigens wel een tendens in Europa om het verschil weg te poetsen. Daarbij gaat het vooral om zaken die te maken hebben met veiligheid en gezondheid. “Europa wil alle arbeiders beschermen tegen beroepsrisico’s ongeacht hun status. In verschillende regels wordt er dan ook geen onderscheid meer gemaakt tussen werknemers en zelfstandigen.”
Een speciaal geval is het Verenigd Koninkrijk. Volgens onderzoek in opdracht van de Britse vakbond UCATT lopen er momenteel zo’n 400.000 schijnzelfstandigen rond waarvan een groot deel ook nog in het informele circuit werkt. Dat kost de Britse Belastingdienst en de werknemersfondsen zo’n 1,7 miljard pond per jaar.

Reageer op dit artikel