nieuws

Bestuurders moeten regie voeren

bouwbreed Premium

Uitkomsten van maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van ruimtelijke projecten brengen bestuurders vaak in verlegenheid

Hierdoor ligt dit instrument onder vuur, ook in de Tweede Kamer. Dat is
jammer vindt Michiel van Pelt, want MKBA is een nuttig instrument. Bestuurders
moeten bij een MKBA de touwtjes veel steviger in handen nemen. Het is tijd dat
ze accepteren dat het instrument geen wondermiddel is. Voor een afgewogen
besluit is meer nodig. Met MKBA bepalen economen of een project de nationale
welvaart zal verhogen. Het instrument wordt al jaren bij infrastructuurprojecten
gebruikt. Sinds kort toetst het Rijk ook ruimtelijke projecten via MKBA. Een
nuttige exercitie, zou je denken. Maar in de praktijk leiden MKBA’s van
ruimtelijke projecten vaak tot consternatie onder bestuurders. Omdat de MKBA
vaak negatief uitvalt, dreigt menig project te sneuvelen. Recente voorbeelden
zijn de IJmeerverbinding tussen Amsterdam en Almere, de ontwikkeling van Holland
Rijnland (het gebied tussen Leiden en Katwijk, inclusief Valkenburg) en de
herstructurering van het oude havengebied in Rotterdam. Onder politici,
bestuurders en wetenschappers komt MKBA als instrument voor publieke
besluitvorming steeds meer ter discussie te staan. Minister Cramer van VROM
heeft twee planbureaus gevraagd om haar te adviseren. De negatieve MKBA’s
brengen haar ook in een lastig parket. Immers: als ze een project met een
negatieve MKBA afblaast, dan jaagt ze regionale bestuurders tegen zich in het
harnas. Zet de minister zo’n project toch door, dan roept dàt weer kritische
vragen op. De minister wil toch geen maatschappelijk onrendabele projecten
steunen?

Sleutel

Het zijn bestuurders zelf die de sleutel in handen hebben om geploeter met
MKBA te voorkomen. Om te beginnen door vanaf de start van een MKBA te sturen op
essentiële punten. Dat begint bij de organisatie van het proces. Een (negatieve)
MKBA is een koude douche voor bestuurders die al vergaande afspraken over een
project gemaakt hebben. Om dit te voorkomen, moeten bestuurders vooraf stappen
in MKBA en onderhandelingen op elkaar afstemmen. Ook bij inhoudelijke
uitgangspunten voor een MKBA moeten bestuurders regie voeren. Bijvoorbeeld bij
de keuze van het zogenoemde nul-alternatief, de veronderstelde wereld zonder
project. Die keuze is van grote invloed op het uiteindelijke oordeel over een
project. Hetzelfde geldt voor de scope van het project, zeker bij
gebiedsontwikkeling. Vormen woningbouw, infrastructuur en natuurontwikkeling één
geheel voor de MKBA, of wordt elk onderdeel afzonderlijk beoordeeld? Nu maken
economen hier de keuzen, en blijkt pas achteraf dat andere wetenschappers of
betrokkenen er anders over denken. Verstandige bestuurders organiseren vroeg in
het traject een discussie over dergelijke punten, en vragen om aparte
doorrekeningen van de MKBA voor varianten. Bestuurders kunnen zo veel doen om te
voorkomen dat ze overvallen worden door MKBA resultaten. Minstens zo belangrijk
is het dat MKBA wordt aangezien voor wat het is: een handig instrument, maar
geen panacee. Zo valt een beleidsdoel als de verdeling van welvaart buiten MKBA.
Het voorspellen van de betekenis van infrastructuur voor een stedelijke
agglomeratie blijkt duivels lastig. En de bekende ‘PM’s’ in een MKBA
symboliseren onmacht om bijvoorbeeld biodiversiteit in euro’s te waarderen. Een
pragmatische bestuurder accepteert die beperkingen van MKBA. En erkent dat voor
een goed besluit over het project dus meer nodig is.

Beleidsdoelen

Náást een MKBA is een bredere toets op beleidsdoelen onmisbaar. Zo streeft
het kabinet voor de Randstad naar economische concurrentiekracht, sociale
dynamiek en ruimtelijke kwaliteit. Denk niet dat MKBA-economen met uitsluitend
eigen kennis en spelregels de score van een project op dergelijke doelen kunnen
inschatten. Daarvoor moeten ze samenwerken met ecologen, sociologen en
bestuurskundigen. Hun uitdaging is om ook met ‘zachte’ informatie te komen tot
een gezamenlijk beeld van de betekenis van het project voor regio’s en
Nederland. Hopelijk maken de planbureaus in hun advies aan minister Cramer korte
metten met de illusie dat sleutelen aan MKBA de oplossing biedt. En gaat hun
advies vooral over de noodzaak van een bredere afweging en transparantere rollen
van bestuurders, onderzoekers en andere ‘stakeholders’ daarin.

Michiel van Pelt
Ruimtelijk Advies en Management

Reageer op dit artikel