nieuws

‘Minister Cramer stelde de VROM-Inspectie teleur’

bouwbreed Premium

– Vanaf het moment dat de VROM-Inspectie in 2002 werd opgericht, was Erik Kool als vakspecialist bouwen erbij. Een week voor zijn vertrek maakt hij de balans op. “Voorlopers, goede bouwbedrijven en ingenieursbureaus nemen onze lessen over, nu het peloton nog.”

Platte daken die instortten, verborgen gebreken, problemen met brandveiligheid, met balansventilatie, met kanaalplaatvloeren, de brand in Hoofddorp, vallende gevelplaten. Namens de VROM-Inspectie behandelde Kool tal van hoofdpijndossiers. Maar, wie is hij? En vooral. Wat draagt de VROM-Inspectie bij aan het ‘gebouw’ in Nederland? Is de dienst een tandeloze tijger, zoals boze tongen beweren? Nee, concludeert Kool.
Wat heeft Erik Kool met de bouw?
“Mijn hele leven staat in het teken van de bouw. Vroeger op het strand van Scheveningen bouwde ik al zandkastelen. Later studeerde ik af aan de TU-Delft. Als vrijwilliger heb ik nog een school gebouwd in Afrika. Was ik architect en uitvoerder tegelijk. Dat waren bevlogen jaren. Daarna kwam ik eigenlijk al gauw aan de administratieve kant terecht. Nee, ik heb nooit voor een bouwbedrijf gewerkt.”
Wat maakt de bouw zo interessant?
“Bouwen heeft iets magisch. Is heel elementairs. Beton, zand, staal. Het heeft iets creatiefs. Iets maken wat er nog niet is.”
U vindt bouwen prachtig, toch werd u toezichthouder. Waarom?
“Goede vraag. Ik ben nooit iemand geweest die zei: dit wil ik. Het komt op je pad.”
Het allereerste begin van de VROM-Inspectie maakte u mee. Welke opdracht kreeg u mee?
“Organiseren, uitvoeringen checken, samen met de bouw zaken beter geregeld krijgen. Sommige onderdelen van de VROM-Inspectie houden eerstelijnstoezicht, sporen fouten op. In de bouw is dat een gemeentelijke bevoegdheid. Al treden zijn nauwelijks verbaliserend op.”

Handhaven gemeenten nauwelijks? “Het overtreden van de Woningwet is een economisch delict. Daaruit kan een proces verbaal volgen, maar dat gebeurt amper, omdat de mensen die op de afdeling Bouw- en Woningtoezicht werken, vooral praktisch zijn ingesteld. Als zij een fout zien, grijpen ze niet snel naar het bonnenboekje, maar doen ze er met de bouwer alles aan om de boel in orde te maken. Een rechtszaak past daar niet bij.”
Vindt u dat een gemeente vaker bouwprojecten moet stilleggen?
“Ja. Op termijn denk ik zeker dat het beter is de bouw beter bij de les te houden. Een gemeente moet ook niet bang zijn om van zijn bevoegdheden gebruik te maken.”
Bent u van mening dat de VROM-Inspectie voldoende gezag heeft?
“Als een gemeente in een concrete situatie weigert op te treden, kan de minister sinds twee jaar van de gemeente eisen dat zij handhavend optreedt, door bijvoorbeeld de eigenaar een dwangsom op te leggen als een gebouw niet deugt. Nee, dat is nog nooit gebeurd, maar het is wel een goede stok achter de deur.”
De Arbeidsinspectie heeft meer bevoegdheid, inspecteert, waarschuwt en schrijft boetes uit….
“Andersom kun je redeneren dat een gemeente ook wel de arbeidsomstandigheden zou kunnen controleren.”
Toezicht op de bouwplaats staat al jaren ter discussie. Met de voorgestelde 25 omgevingsdiensten die de milieu en bouwtaken van gemeenten zouden overnemen, leek de oplossing gevonden. Nu puntje bij paaltje komt, blijven de bouwtaken toch bij de gemeente.
“Dat is voor ons ook een teleurstelling. Minister Cramer heeft ons vooraf gevraagd wat wij van de omgevingsdiensten vonden. Op onze steun kon ze rekenen. Voor de bouwzaken wilden de gemeenten er helaas niet aan.”
Een geldkwestie?
“Dat weet ik niet. Bouwleges zijn voor gemeenten natuurlijk een belangrijke inkomstenbron. Misschien zijn ze bang speelruimte te verliezen.”
Met welke bedoeling is de VROM-Inspectie in 2002 opgericht?
“In de inspectiedienst gingen drie diensten op om slagvaardiger te kunnen optreden. Bouw kreeg daarbij meer aandacht. In die tijd bleek ook dat gemeenten brandveiligheidsbepalingen niet stevig genoeg handhaafden. Ook omdat het ontbrak aan tweedelijnstoezicht. Met de VROM-Inspectie is dat mankement in de Woningwet die al 90 jaar bestond, eigenlijk pas rechtgezet.”
Brandveiligheid kreeg direct aandacht.
“Ja. We onderzochten de zorginstellingen, de ziekenhuizen, de disco’s de overdekte kinderinstellingen, sociale werkplaatsen. Maar, vaak werden we ook weer door de werkelijkheid ingehaald. De brand in het dententiecentrum bij Schiphol is daar het beste voorbeeld van. Die centra waren nu juist niet onderzocht.”
Het klinkt bijna als een schuldbekentenis? Had u de brand kunnen voorkomen?”
“Ik zou het geen schuldbekentenis willen noemen. Als we de centra eerder waren gaan controleren, dan hadden we de problemen bij Schiphol ook over het hoofd kunnen zien. Wij controleren namelijk altijd steekproefsgewijs.”
Wat levert 8 jaar VROM-Inspectie op?
“Overal ter wereld komen nog steeds akelige discobranden voor, maar niet in Nederland. Verder zijn de belangrijkste problemen in de bouw benoemd: met constructieve veiligheid, brandveiligheid, binnenmilieu. Daarbij wordt gewerkt aan verbetering. Voorlopers nemen lessen over. Het peloton moet nog een zetje krijgen.”
Voegt een VROM-Inspectie iets toe?
“Het is goed dat er een landelijke club is die problemen bij de oren pakt. Van bouwbedrijven hoor ik dat ook.”
Wanneer boekt u een succes?
“Als de branche de door ons geschetste problematiek aanpakt, zoals bij de oprichting van het ABC-meldpunt (registratie van bouwfouten, red.). Nooit ben ik tevreden geweest als het rapport overhandigd was aan de minister. Dat is pas het begin.”
Is het moeilijk om de politiek te bewegen als het over bouwproblemen gaat?
“Inhoudelijk wel. Vaak wordt de bouw als ingewikkeld ervaren. Zelfs bij de specialisten van de fracties is bijvoorbeeld niet even helder hoe het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit zich tot elkaar verhouden. Wij moeten een boodschap die wij uitdragen, ook vaak herhalen.”
Gelooft u in een beter Bouwbesluit?
“Veel mogelijkheden om het Bouwbesluit te vereenvoudigen zie ik niet. Je zou wel kunnen denken aan zeven of acht dunne boekjes die uitleggen hoe het gros van kantoren, gebouwen, woningen moet worden gebouwd. NEN studeert daar ook al op.”
Voelt u zich verantwoordelijk als een bouwwerk plots instort?
“Nooit kan de overheid verantwoordelijk zijn voor alle gebouwen.”
U gaat nu een jaar scholen helpen bouwen op Bonaire. Wat zou u nog tegen aannemers willen zeggen?
“Dat ze meer oog moeten hebben voor kwaliteit. Maar, dat verhaal begint bij de opdrachtgevers.”
Vraagt betere kwaliteit niet gewoon om beter toezicht? Voetbal loopt ook uit de hand met een matige scheidsrechter.
“Dat klopt deels, maar dan kom ik toch weer terug bij de gemeente. Die moet minder zelf oplossingen bedenken zoals ‘daar nog een steunbeer en dan is het goed.’ De gemeente moet het probleem terugleggen bij de opdrachtgever en desnoods de bouw stilleggen. Maar, in principe moet de bouwer zèlf goed toezicht organiseren.”

Resumerend: De VROM-Inspectie is geen tandeloze tijger?
“We zijn een vechtlustige terriër, die vasthoudend moet zijn. Bouwprocessen veranderen langzaam.” ■

Reageer op dit artikel