nieuws

Installatiesector kan forse energiewinst boeken

bouwbreed Premium

Ondanks de mislukte klimaattop in Kopenhagen is duidelijk dat alleen draconische maatregelen en gedragsveranderingen moeten worden doorgevoerd om verdere opwarming van de aarde te voorkomen

Elke sector heeft in dat opzicht een eigen verantwoordelijkheid en dat geldt zeker voor de installatietechniek, meent Theo de Boer.
Onderzoek en ervaringen van de Dutch Green Building Council wijzen uit dat veel energiebesparing in de bouw mogelijk en noodzakelijk is. Of het nu om nieuwbouw, onderhoud, renovatie of sloop gaat. En of het nu woningbouw of utiliteitsbouw is. Weliswaar is maatwerk geboden, maar met relatief geringe investeringen en met een creatieve inslag valt op dat terrein forse energiewinst te boeken. Dat het vooral de installatiesector is die daartoe een belangrijke speler is, wordt door voorzitter Nijpels van NLingenieurs veelvuldig geventileerd. Maar hij is nog te veel een roepende in de woestijn. En dat is opmerkelijk omdat juist in de praktijk veel duurzaamheidwinst in de installatietechnische hoek wordt geboekt. De resultaten spreken in dat opzicht boekdelen. Het is dan ook opvallend dat die prestaties nog onvoldoende uitgelicht en bekend zijn. De introductie van slimme meters, led-verlichting of detectieapparatuur zijn allemaal succesvolle voorbeelden van wat nu al mogelijk is. Maar er valt veel meer milieuwinst te boeken. Nieuwe installaties, maar ook het opnieuw inregelen van installaties of in het verbeteren van ventilatie leiden direct tot aanmerkelijke besparingen die zich ook nog eens binnen korte termijn terugverdienen. Bedieningsgemak en regelbaarheid moeten dan wel op niveau zijn. Wat dat laatste betreft is het opvallend dat drs. P.F.M. Jägers, directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst, het belang aangeeft van investering in installaties bij de rijkshuisvesting. Dat alleen al is zo’n 40 procent van de totale bouwsom bij nieuwbouwprojecten. In een recent interview in Valstar Visie spreekt hij de verwachting uit dat de installatiesector in staat moet worden geacht een innovatieve krachtinspanning te leveren inclusief aansprekende en overtuigende initiatieven en best practices. Een terechte verwachting waaraan nu hard aan gewerkt wordt. Maar het zijn zeker niet alleen technische of bouwkundige maatregelen die direct of indirect leiden tot energiebesparing, aldus Jägers. “Door de verantwoordelijkheid rechtstreeks bij de gebruiker te leggen ontstaat ook bij hen het besef dat er winst te behalen is. Je ziet dat nu al in sommige kantoren waar bijvoorbeeld op een slimme manier afval wordt gescheiden of energiebesparingprogramma’s worden geïmplementeerd. En van groot belang is en blijft dat er een begrijpelijke en overzichtelijke vorm van monitoring van de duurzaamheideffecten plaatsvindt. Dat ontbreekt er nog wel eens aan, waardoor het inzicht en belangstelling voor dit thema verflauwen.”
Structurele energiebesparing vormt nu een gezamenlijke opgave waarvoor opdrachtgevers en adviseurs staan. Het uiteindelijke doel is uiteraard te komen tot energieneutrale gebouwen. Of gebouwen die energie opleveren, zoals in de kassenbouw al gedemonstreerd wordt. Die ontwikkeling is nu ingezet. Samen met de overheid, marktpartijen en kennisinstituten zal de bewijsvoering moeten worden geleverd. Het perspectief is duidelijk en de omstandigheden zijn gunstig. Duurzame, energiezuinige gebouwen leveren immers op termijn geld op.
Adviseur/directeur Valstar Simonis (t.a.deboer@valstar-simonis.nl)

Reageer op dit artikel