nieuws

Winstmarge Europese bouw daalt naar magere 1 procent

bouwbreed

De orderboeken van de twintig grootste Europese bouwbedrijven zijn gemiddeld met 6 procent gegroeid. De winstgevendheid daalde echter met 43 procent, en de schuldpositie is “schrikbarend”, blijkt uit onderzoek van adviesbureau Ernst & Young (E&Y).

“Iedereen had verwacht dat de orderboeken fors zouden leeglopen. Dat blijkt
niet het geval”, zegt onderzoeker Ad Buisman van Enst & Young Real Estate.
De twintig grootste bouwers hebben, blijkens hun gepubliceerde
halfjaarresultaten, gezamenlijk voor bijna 400 miljard euro aan orders uitstaan.
De stijging van 6 procent van de orderboeken is vooral te danken aan het Spaanse
bedrijf Sacyr Vallehermoso en het Britse Taylor Wimpey die hun omzet met 35
respectievelijk 36 procent zagen stijgen. “Als je de cijfers van het Spaanse
bedrijf eruit haalt, kom je op 0 procent. De orderboeken groeien niet, maar
krimpen ook niet.” Dewinstgevendheid van de Europese bouwers is het afgelopen
jaar verslechterd. Kwam de winstmarge vorig jaar nog uit rond de 2 procent, dit
jaar moeten de bedrijven het doen met een schrale 1 procent. “De bouw suggereert
ten onrechte dat marges van 4 procent goed mogelijk zijn. De praktijk is
blijkbaar anders.” De schuldpositie van de bouwers noemt Buisman “schrikbarend”.
De verhouding schuld ten opzichte van het bruto bedrijfsresultaat (ebitda) is
5,5. “Bedrijven krijgen normaal gesproken geen lening als deze ratio hoger is
dan 3. Voor bouwbedrijven wordt het ontzettend moeilijk om leningen te
herfinancieren.” De solvabiliteit is voor de meeste bedrijven wel voldoende.
Gemiddeld werken bouwers met een derde eigen vermogen en twee derde vreemd
vermogen. “Dat is helemaal niet zo slecht”, meent Buisman.

Pessimistisch

E&Y maakte de resultaten bekend op de jaarlijkse CFO-conferentie voor
financiële directeuren van bouwbedrijven, die dit jaar in München gehouden werd.
De bedrijven waren niet geschrokken van de cijfers, de meeste CFO’s zijn
pessimistisch. “De groep die denkt dat de bodem van de economische recessie wel
bereikt is, is kleiner dan 10 procent. Het ergste zou best nog wel eens kunnen
komen.” Buisman gelooft niet dat de groei van orderboeken vooral door
overheidsinvesteringen is te verklaren. “Je ziet dat het meeste overheidsgeld
maar mondjesmaat vrijkomt. Dat is een langdurig proces voordat dat helemaal
rondkomt.” Hij schat dat nog niet de helft van het beloofde overheidsgeld
toebedeeld is. Wel worden de relatief goede orderboekcijfers mogelijk beïnvloed
door het feit dat grote bouwers relatief veel infraprojecten doen; de crisis
heeft daar minder toegeslagen. De twee in de top 20 opgenomen Nederlandse
bedrijven doen het slecht. Nederlands grootste bouwer BAM staat op een
achttiende plaats. Het verliesgevende Heijmans staat zelfs helemaal onderaan.
Heijmans was dit jaar in de lijst opgenomen, omdat het in omzet grotere
bouwbedrijf VolkerWessels zijn halfjaarresultaten nog niet had gepubliceerd. In
omzet scoren de Franse bedrijven Vinci en Bouygues het hoogst. Duitse bedrijven
als Bilfinger Berger scoren het beste als het gaat om financiële soliditeit. In
de overall ranking komt het Britse Carrillion het beste uit de bus. Op basis van
omzet staat het bedrijf vijftiende. Buisman: “De grootste bedrijven zijn
blijkbaar niet altijd de beste bedrijven.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels