nieuws

Crisis goed voor aanpak faalkosten

bouwbreed

Al decennia lang wordt er zwaar gediscussieerd over het terugdringen van de faalkosten in de bouw. In de praktijk gebeurt er echter bedroevend weinig. De huidige crisis kan de katalysator zijn om eindelijk toch wat te doen.

Het idee van FNV Bouw om een taskforce in het leven te roepen die de
faalkosten moet aanpakken, is sympathiek maar leidt het ook ergens toe? Ons land
ritselt van de stuur-, project- en werkgroepen die derhalve goed zijn voor de
werkgelegenheid van vergadertijgers, maar of de resultaten ervan nu
daadwerkelijk bijdragen aan een betere maatschappij, is vaak twijfelachtig.
Sinds een maand is de discussie over faalkosten weer eens aangezwengeld op het
Netwerk van Vernieuwers op LinkedIn door Jos Plas, de directeur van de Pro
Balance Group. Wie die discussie volgt, wordt overmand door een gevoel van
machteloosheid. De reacties staan bol van kernwoorden als wantrouwen tussen de
verschillende schakels in de bouwketen, wel willen maar niet kunnen, en de
schuld zoeken bij anderen. Toch is de discussie daarmee niet zinloos. Over één
ding zijn vernieuwers het roerend eens. De ‘need of urgency’ ontbreekt. Daar
komt dan de crisis om de hoek kijken. Niemand weet exact hoe hoog de faalkosten
in de bouw zijn. De bedragen die ermee gemoeid zouden zijn variëren van 7 tot 20
miljard. Het gaat dus in ieder geval over enorme bedragen. Zelfs bij een beperkt
terugdringen van faalkosten is een geweldige winst te behalen. Dat kan
geïsoleerd worden aangepakt. Uit onderzoek van TNO en het CUR Platform
Constructieve Veiligheid blijkt dat 51 procent van de bouwfouten tijdens het
ontwerp en 37 procent tijdens de uitvoering wordt gemaakt. De meeste winst lijkt
derhalve te behalen in het opvoeden van architecten en constructeurs met als
goede tweede de uitvoerende bouw.

Schijnoplossing

Dat is echter een schijnoplossing die slechts marginaal tot verbetering zal
leiden. Zoals George Ang, voormalig directeur bij de Rijksgebouwendienst en nu
eigenaar van Building Process Innovation Consult & Research schrijft:
“Faalkosten zijn een onlosmakelijk deel geworden van onze bouwhistorie en
traditionele bouwcultuur, die enerzijds gekenmerkt wordt door een gefragmenteerd
maakproces – splitsing verantwoordelijkheden ontwerp en uitvoering – en
anderzijds op prijsconcurrentie is gebaseerd”. In zijn visie is
prijsconcurrentie echter alleen mogelijk in een situatie waarin er sprake is van
een integraal maakproces met ontwerp en uitvoering in één hand vanuit één
totaalvisie. Dan ontstaat vanzelf concurrentie op de prijs-kwaliteitverhouding.
Om op dat punt een doorbraak te forceren moet ‘iemand’ beginnen, bijvoorbeeld de
overheid als opdrachtgever. In Denemarken, Australiëen Hong Kong heeft dat tot
positieve resultaten geleid. Efficiency-winsten tot 17 procent zijn het
resultaat geweest. Een ander punt in zijn visie is de bereidheid om de
faalkosten daadwerkelijk aan te pakken. Die zal er pas echt komen als aangetoond
kan worden dat procesvernieuwing op korte termijn rendement oplevert. Nu in deze
crisis omzetten en resultaten onder druk staan, wordt het aantonen van die snel
te behalen winst een stuk makkelijker. In goede tijden interesseert het maar
weinig mensen dat de faalkosten er zijn. Er wordt toch wel verdiend, dus waarom
zou je je druk maken. Ook daarover bestaat redelijke consensus bij de
vernieuwers.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels