nieuws

Ziekenhuizen stellen nieuwbouw steeds vaker uit

bouwbreed

Ziekenhuizen stellen nieuwbouw steeds vaker uit

Ziekenhuizen gaan minder bouwen. Dat komt volgens directeur Herman Bellers van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) vooral door de nieuwe zorgfinanciering.

“Instellingen met projecten uit de oude doos krijgen het moeilijk”, stelt
Bellers. Ziekenhuizen die enkele jaren geleden onder de oude regelgeving zijn
begonnen met de ontwikkeling van hun nieuwbouw- of renovatieproject, hebben
momenteel grote moeite hun financiering rond te krijgen. Het Delftse Reinier de
Graafziekenhuis, dat een nieuw ziekenhuis neer wilde zetten van 66.000 vierkante
meter, is een van de eerste slachtoffers van de stelselwijziging. De
aanbesteding van het project begon in het voorjaar 2007, maar begin dit jaar
liet de instelling weten dat de bouw niet doorgaat omdat de exploitatie niet
rendabel zou zijn. Het ziekenhuis gaat de huidige huisvesting nu renoveren en
wil op termijn naar een andere locatie binnen of buiten Delft verhuizen. Voor de
planners van zorgbouwprojecten staat de wereld sinds vorig jaar op zijn kop. Tot
1 januari 2008 betaalde het Rijk na goedkeuring van de plannen de
zorghuisvesting. De financiering van een nieuwbouwproject was hierdoor een
laatste formaliteit. De overheid betaalde altijd de rente en dus was de bouw van
een ziekenhuis voor een bank een vrij risicoloze belegging. En dus werd er
altijd gretig en tegen lage rentes gefinancierd. Het kabinet wil de huisvesting
van zorginstellingen efficiënter maken. Bellers: “Want beleidsmakers vonden dat
er onder het oude regime te ruim werd gebouwd.” En daarom zijn ziekenhuizen nu
zelf verantwoordelijk voor de financiering van hun huisvesting. Ziekenhuizen
moeten onder de nieuwe regelgeving de investeringen zelf terugverdienen met de
inkomsten die een ziekenhuis met het gebouw kan verwerven. En dus willen banken
nu gedetailleerde businessplannen zien voor zij geld steken in een nieuw
ziekenhuis. De stelselovergang haalt niet alleen verouderde projecten zoals in
Delft van de markt. De nieuwe financieringswijze van het zorgvastgoed zorgt
volgens Bellers ook voor veel onduidelijkheid. “We zitten in een overgangsfase.
Hierdoor is het moeilijk om een inschatting te maken van hoe het beleid zich op
de lange termijn ontwikkelt.”

Risico’s

Minister Ab Klink van Volksgezondheid heeft bijvoorbeeld nog niet aangegeven
welk deel van de zorgtarieven vrij onderhandelbaar wordt en wanneer dat gaat
gebeuren. Momenteel is dat voor ziekenhuizen ongeveer eenderde van het totaal,
maar dat aandeel zou de komende jaren groter kunnen en moeten worden. “De
belangrijkste vraag die banken stellen aan instellingen – wat zijn je inkomsten
in de komende jaren en kun je daar je rente en aflossing van betalen? – kunnen
zij hierdoor niet goed beantwoorden”, stelt Bellers. De toegenomen risico’s, de
onduidelijkheid en de daaruit voortvloeiende onzekerheid wordt door banken
vertaald in een hogere renteopslag. De financieringslasten van ziekenhuizen
lopen hierdoor op. En dat terwijl de kosten voor huisvesting door de kortere
afschrijvingstermijnen die gehanteerd moeten worden toch al aanzienlijk stijgen.
Bellers: “Een ziekenhuis werd vroeger over vijftig jaar afgeschreven. Dat is
niet marktconform. De termijn is nu eerder dertig tot vijfendertig jaar. Wat
zich vertaalt in hogere lasten.” De gevolgen van de oplopende rente zijn volgens
Bellers nu nog relatief beperkt omdat de marktrente laag is. Een veel groter
probleem is volgens de WFZ-directeur dat door de kredietcrisis de concurrentie
tussen de banken onder druk staat. De bouw van een ziekenhuis kost algauw 200
tot 300 miljoen euro. Onder de oude regelgeving kwam het vaak voor dat één bank
het hele bedrag financierde. Maar nu gebeurt dat niet meer. “Geen bank kan zich
meer permitteren om zoveel geld in één ziekenhuis te stoppen.” Omdat het
vermogen van de banken door de crisis is uitgehold, moeten zorginstellingen met
een grote financieringsbehoefte een consortium van banken formeren. En dat maakt
het vergelijken van verschillende aanbiedingen vrijwel onmogelijk. Want op de
markt voor de financiering van zorgvastgoed zijn in Nederland slechts een aantal
grote spelers actief. “Als elke bank 100 miljoen euro voor zijn rekening neemt,
dan heb je bij een groot project alle partijen wel zo’n beetje bij elkaar. Dat
beperkt de concurrentie. Tegenwoordig mag je blij zijn als je bij dergelijke
nieuwbouw één offerte krijgt.”

Terughoudend

De uitkristallisering van het nieuwe beleid en de stroevere financiering
zorgen volgens Bellers op twee manieren voor een daling van het
investeringsvolume. Allereerst worden ziekenhuizen terughoudend. “Als de
noodzaak er niet is, dan worden bouwplannen uitgesteld.” En de projecten die er
zijn lopen aanzienlijke vertraging op omdat ze veel kritischer worden bekeken
dan voorheen. En dat kost veel extra tijd. “Zo blijft er veel in de pijplijn
zitten.”

Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)

Het Waarborgfonds voor de Zorgsector borgt de leningen van zorginstellingen.
Hierdoor betalen zij 1 tot 1,5 procent minder rente. Gaat een instelling
failliet, dan betaalt het fonds de schuldeisers. Het fonds wordt op zijn beurt
gedekt door de Nederlandse staat. De dubbele dekking maakt de leningen vrijwel
risicoloos waardoor banken lagere tarieven in rekening brengen. Het WFZ heeft in
totaal voor 7,2 miljard euro leningen geborgd van ziekenhuizen en andere
zorginstellingen waaronder verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Ruim de helft
van alle zorginstellingen is aangesloten bij het WFZ. Bij ziekenhuizen ligt dat
aandeel op driekwart.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels