nieuws

‘Vrijkomende blaasmiddelen in bouwschuim bedreigen milieu’

bouwbreed

Elke keer wanneer een stuk bouwschuim wordt losmaakt, komt er blaasmiddel uit vrij. Slecht voor het milieu want het tast de ozonlaag aan en draagt bij aan de opwarming van de aarde. “Geschuimde bouwproducten zouden gecontroleerd verwijderd en (her)verwerkt moeten worden”, vindt Guus Velders van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Bouwschuim is een verzamelnaam voor producten die met een blaasmiddel zijn
verwerkt. Zo’n middel blaast het product bijvoorbeeld uit een spuitbus. “Dat
drijfgas bestaat vaak uit chloorfluorkoolwaterstoffen oftewel CFK’s die de
ozonlaag aantasten”, weet Velders. Deze gassen zijn tegenwoordig verboden maar
‘slapen’ nog steeds in de producten waarvoor ze zijn gebruikt. Net als de
hydrochloorfluorkoolwaterstoffen oftewel HCFK’s die als vervanger voor de CFK’s
zijn gebruikt en de hydrofluorkoolwaterstoffen oftewel HFK’s die als alternatief
voor HCFK’s worden toegepast. “Zolang deze materialen op hun plek blijven zitten
is er weinig aan de hand”, meent Velders. “Het blaasmiddel ontwijkt nauwelijks.”
Maar als het bij sloop of renovatie wordt weggehaald komen er beschadigingen in
waardoor de opgesloten gassen kunnen ontsnappen. Het chloor uit CFK’s en HCFK’s
reageert dan met de ozonlaag die daardoor dunner wordt. HFK’s tasten de ozonlaag
niet aan maar blijken sterke broeikasgassen die onmiskenbaar bijdragen aan de
klimaatverandering. Geringe hoeveelheden zijn het nog maar als die nu al niet
worden ingeperkt kunnen ze in 2050 voor zo’n 19 procent bijdragen aan de
opwarming van de aarde.

Ozonlaag

In de loop der jaren is heel wat schuim verwerkt tot bouw- en andere
producten. Velders: “Zoveel zelfs dat het de ozonlaag niet ongemoeid laat als
alle opgesloten drijfgassen vrijkomen.” Dat vooruitzicht pleit wat hem betreft
voor gecontroleerde verwerking van overbodig geworden schuimproducten waarbij de
vrijkomende drijfgassen worden opgevangen. Een nuttige herbestemming is voor die
gassen (nog) niet te vinden zodat ze onschadelijk moeten worden gemaakt. Dat
vraagt expertise en voorzieningen om deze producten in te zamelen en te
verwerken. Het gaat dan niet alleen om gassen uit schuimproducten maar ook om
koudemiddelen uit koel- en klimaatinstallaties. Deze middelen zijn eveneens
samengesteld uit H(C)FK’s. “Internationaal is afgesproken dat ontwikkelde landen
uiterlijk 2020 geen HCFK’s meer gebruiken en dat de ontwikkelingslanden er in
2030 mee stoppen”, zegt Velders. Een simpele vervanging door HFK’s volstaat
volgens hem echter niet omdat het om een keuze tussen twee kwaden gaat. Er zijn
neutrale alternatieven maar de ontwikkeling daarvan gaat nog niet zo snel.
Wereldwijd zal het gebruik van HFK’s door een grotere vraag naar koeling en
klimaatbeheersing in de komende decennia toenemen. Vooral in ontwikkelingslanden
waar de vraag in 2050 naar verwachting zo’n 800 procent groter is dan in de
ontwikkelde landen. En daarmee dreigt het positieve effect voor het klimaat van
de CO2-reductie in het niet te vallen. Haast is dan ook geboden, schrijft
Velders in een recente publicatie van de National Academy of Sciences.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels