nieuws

Schilders en stukadoors trekken samen op

bouwbreed

Schilders en stukadoors trekken samen op

De schilders en de stukadoors gaan innig samenwerken. Dat hebben de besturen van Fosag en NOA besloten. Het samenwerkingsverband krijgt de naam Fosag-NOA.

SDLqWe werken samen in paritaire organisaties, in opleidingsinstituut
Savantis, leden werken samen, dan moeten de brancheorganisaties ook samenwerken.
Daar komt bij dat je schaalgrootte nodig hebt om kwaliteit te blijven leveren en
dat moet je voor de leden tegen de laagst mogelijke kosten doen”, verklaart
Fosag-voorzitter Jan van Walsem de stap. Enigszins opmerkelijk is de stap wel.
In 2003 was er een verschil van mening die ertoe leidde dat de schilders uit het
hoofdbedrijfsschap afbouw zijn gestapt. “Wij hadden toen inderdaad wat andere
opvattingen. Dat was puur zakelijk en betekent niet dat we persoonlijk niet door
één deur zouden kunnen”, aldus Van Walsem ondersteunt door instemmend geknik van
NOA-voorzitter Jan van de Kant. Als partijen dan willen samenwerken, waarom dan
niet via de Federatie van Ondernemingen in de Afbouw (FOA), is dan de vraag. “De
FOA, die goed werk heeft gedaan in de lobby voor het lage btw-tarief voor de
afbouwsector, is lang niet zo bekend als NOA en Fosag. We zouden ons best moeten
doen die op de kaart te zetten. Logischer is dan om de bekende namen te
gebruiken”, vindt Van de Kant. “Een fusie is op dit moment niet aan de orde, we
gaan ervaring opdoen met intensieve samenwerking.” De samenwerking houdt in dat
de staf-afdelingen van beide verenigingen heel innig gaan samenwerken. Over en
weer worden daarnaast collectieve pakketten aangeboden voor onder meer
verzekeringen en telefoon. “En niet te vergeten we gaan onze know how delen”,
zegt Van de Kant.

Kwaliteit

Ook in hun sectoren is de toekomstige kwaliteit een punt van zorg waarop zij
van plan zijn samen op te trekken. “Het probleem is niet zozeer de instroom,
maar de werkplekken voor de jongeren. Bedrijven zijn bang om in deze tijd mensen
aan te nemen. Als jongeren die we straks hard nodig hebben, nu geen goede
opleiding krijgen, dan komen onszelf straks keihard tegen”, weet Van de Kant.
Niet voor niets heeft de schildersbranche inmiddels 5 miljoen beschikbaar
gesteld om te zorgen dat de opleidingen van jongeren door kunnen gaan. Ook in de
afbouwbedrijfstak wordt over dit onderwerp gesproken. Dat moet volgens beide
heren voldoende zijn temeer omdat de bedrijven zelf ook geacht worden wat bij te
dragen. In ieder geval in de schildersbranche zou dat moeten kunnen. Waar de
bouw, en dan vooral de woningbouw, klappen krijgt en nog hardere gaat krijgen,
lijkt het in de schildersbranche nog goed te gaan. “Niet bij de
nieuwbouwschilders, maar in het onderhoud gaat het goed”, aldus Van Walsem.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels