nieuws

‘Zuinig ontwerpen schept gevaren van de toekomst’

bouwbreed

‘Zuinig ontwerpen schept gevaren van de toekomst’

Overlast en vandalisme grijpen de burgerij naar de keel. Een kwart van de Nederlanders werd afgelopen jaar het slachtoffer van criminaliteit. Harm Jan Korthals Altes roept op de sociale veiligheid hoger op de agenda te zetten.

“Het nieuwe handboek Veilig Ontwerp en Beheer zou een vaste plek moeten
krijgen op de hogere technische scholen en universiteiten”, vindt
veiligheidsexpert Korthals Altes van ingenieursbureau DHV. “De ontwerpers
krijgen op dit punt onvoldoende opleiding. Architecten fotograferen hun gebouw
het liefst bij oplevering en zijn weg voor er op hun gebouw graffiti zit.” De
vuistregels voor sociale veiligheid zijn niet zo ingewikkeld. Zorg voor
zichtbaarheid en schep eenduidige territoria. Let bovendien op de
toegankelijkheid en maak de omgeving aantrekkelijk. Vier kernregels. Met als
toetje het regelen van goed beheer. Kan toch allemaal niet zo moeilijk zijn? DHV
bepleit wettelijke minimumeisen bij kritische projecten zoals stations, scholen
en parkeergarages. “Zien en gezien worden”. Ook ’s avonds. Daarbij zijn de
zichtlijnen van belang en natuurlijk de verlichting. Wat het kernpunt eenduidige
territoria betreft: alles is van iemand, niks van niemand. Maak geen anonieme
gebieden, geef territoria aan met symbolische middelen als afsluiting en lage
hekken. Kies voor kleinschaligheid. Beperk het aantal woningen per portiek tot
tien, dan kun je de medebewoners makkelijk onthouden en onderscheiden van iemand
die er niets te zoeken heeft.”

Controleerbaar

De toegankelijkheid vergt een speciaal oog. Je wilt dat een potentiële dader
ergens moeilijk kan komen, en tegelijk wil je dat een potentieel slachtoffer
gemakkelijk weg kan vluchten. Achterpaden kun je het beste kort en
overzichtelijk maken, controleerbaar dus. Maar je kunt ook een omgekeerde
benadering volgen: het afsluiten van de achterpaden met hekken en het uitdelen
van sleutels aan de bewoners. “Punt vier is de aantrekkelijkheid. Wat er mooi
uitziet, wordt minder gauw vernield. En er wordt goed op gelet.” Waarom de
vuistregels niet in elk plan toegepast worden? Daar zijn redenen voor. “De
ontwerpers kennen die regels niet of ze kennen er maar eentje. Ik hoor
architecten die alleen maar werken met het motto zien en gezien worden. Anderen
zeggen: als het maar mooi is, heb je nooit een probleem.” Opdrachtgevers als
gemeenten en corporaties kennen de narigheden voortvloeiend uit een gebrek aan
sociale veiligheid. Krijgen ook de rekeningen. Anderen halen de schouders op,
vinden veiligheid niet sexy. “Je hebt groepen ontwerpers met een geheel andere
visie op de fundamentele vraag: moet het overal wel veilig zijn? Die willen
juist verborgen hoekjes maken. Daar geven pubers immers elkaar de eerste kus? Ze
willen niet dat rechte, dat controleerbare. Ook tegen verlichting hoor je soms
bezwaren. Bewoners klagen dat van het licht de vogels niet kunnen slapen.”
Korthals Altes zou graag zien dat opdrachtgevers in hun programma van eisen
specifieke voorwaarden opnemen over de sociale veiligheid. In elke planfase kan
vervolgens getoetst worden of de afspraken zijn nagekomen. Dat scheelt schade,
frustratie en kosten achteraf. “Sinds de jaren tachtig is de stedenbouw erg
vooruitgegaan. We zien niet meer de grootschalige flatgebouwen waar geen sociale
controle mogelijk is. Ook in de stationsgebieden is de vooruitgang enorm. Dat
heeft NS Poort goed in de vingers gekregen. In nieuwe parkeergarages heb je soms
het gevoel dat je veiliger bent dan op straat. Dertig jaar geleden verdwenen
onze auto’s nog in spelonken, spookhuizen.” Ondanks alle progressie liggen
nieuwe gevaren op de loer. Bij het peperdure binnenstedelijke bouwen, de trend
bij uitstek de komende decennia, dreigen forse bezuinigingen op garages. De in
opkomst zijnde transferia bij het openbaar vervoer, kunnen in de late uren
gemakkelijk verloederen tot gevaarlijke niemandslanden. “We krijgen steeds meer
ondergrondse ruimtes. Garages, winkels. Hoe dieper ze liggen, hoe gevoeliger. Ik
maak me ongerust of de aandacht voor de veiligheid wel voldoende is. Het gevaar
is aanzienlijk dat we nu de probleemgebieden van de toekomst ontwerpen.” ■

Regioverschillen

Meer dan een op de zes inwoners van Nederland voelt zich wel eens onveilig in
de eigen buurt. De argwaan komt vooral voor in de sterk verstedelijkte gebieden.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaf eind 2008 een op de vier
Nederlanders aan in de voorgaande twaalf maanden het slachtoffer te zijn geweest
van de een of andere vorm van criminaliteit. Het gevoel van onveiligheid is het
hoogst in Amsterdam, Rotterdam en de politieregio Hollands Midden. Burgers in
Twente, de Achterhoek en Drenthe maken zich de minste zorgen.

Oude buurtjes

De Amerikaanse Jane Jacobs maakte zich een halve eeuw geleden kwaad over het
‘platbulldozeren’ van oude buurtjes in New York waarin iedereen elkaar nog
kende. Haar boek ‘Death and Life of Great American Cities’ (1960) was een
aanklacht tegen de stedelijke herontwikkeling die ten koste van de sociale
samenhang vrij baan maakte voor de auto. Het boek werd een inspiratiebron voor
planners, die terug wilden naar kleinschaligheid en levendigheid op straat, met
dan maar wat minder ruimte voor de auto. Midden jaren tachtig waaide het
gedachtegoed van Jacobs over naar Nederland, waar de aanleg van de metro de
Wibautstraat in Amsterdam overhoop haalde. Het accent kwam in ons land
aanvankelijk te liggen op de onveiligheid voor vrouwen. Van der Voordt 0x26 Van
Wegen werkten in 1990 het thema uit en ontwierpen een jarenlang gebruikte
controlelijst. De gemoderniseerde opvolger van het boek is het door Thoth in
Bussum uitgegeven werk Handboek Veilig Ontwerp en Beheer, geschreven onder
redactie van Ita Luten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels