nieuws

VROM idealiseert Europese markt voor bouwers

bouwbreed

Harmonisatie van bouwregels biedt ook middelgrote bouwbedrijven kansen in het buitenland, stelt het ministerie van VROM. De praktijk is echter weerbarstiger. Alleen de bedrijven die een samenwerking aangaan, kunnen de hobbels nemen.

Er is een karrenvracht aan veranderingen van bouwregels op komst; allemaal aangejaagd door Brussel. Deze maand besluit de Europese Raad of er een strenge verordening komt in plaats van de soepelere richtlijn voor het CE-merkteken op bouwproducten. Het antwoord is vrijwel zeker ‘ja’. Alleen producten met zo’n CE-testkeurmerk mogen dan nog worden gebruikt. Tegelijkertijd komen de Eurocodes eraan, die NEN-normen gaan vervangen. Volgend jaar valt het besluit hierover in Nederland. En tot slot wil Europa de richtlijnen voor energieprestaties van gebouwen verbeteren, lees: opschroeven. Nederland heeft zich hieraan al gecommitteerd.
Het ministerie van VROM juicht alle veranderingen toe. Immers, eenduidige richtlijnen en testprotocollen voor héél Europa helpen de berg rompslomp te slechten en drukken de kosten nog ook. Fabrikanten hoeven slechts één keer hun product te testen en kunnen de Europese markt op. Ook voor bouwondernemingen geldt dat ze, aldus het ministerie, veel makkelijker de grens over kunnen. “Of je nou in Nederland bouwt of in Duitsland, je bouwt in Europa”, stelt directeur-generaal Leon van Halle. Deze ene grote markt biedt volop kansen, vindt hij.
Bouwpractici zijn echter sceptischer. Ze kijken heel anders tegen de Europese markt aan dan het ambtelijk circuit. Niet regels maken een markt, maar cultuur en historie. De bouwmarkt in Europa is versnipperd in duizenden kleine lokale marktjes met hun eigenaardigheden, weet Pieter van Boom van Bartels Ingenieurs, actief in Polen en Duitsland. Zelfs op landelijk niveau gaat het praktisch gezien al fout. De Duitsers willen geen spouwisolatie, maar isolatie aan de buitenkant. Nederlanders werken met grind in beton, elders is steenslag de ongeschreven wet. En bovenal is de vraag: wordt de Nederlandse bouwer, installateur of ingenieur wel geaccepteerd, zeggen bouwers die over de grens actief zijn.

Samenwerking

Het sleutelwoord voor succes is samenwerking. Wie over de grens wil bouwen, moet een alliantie aangaan met een partner aldaar en zoveel mogelijk integraal bouwen. De partner compenseert het onvermogen van de Nederlander en levert nieuwe klanten aan. Volgens innovatieadviseur Peter Stans van Syntens begint het met slimme basisconcepten, die in alle Europese landen op maat worden uitgerold. “Denk aan een slim concept voor levensbestendig bouwen (eerst een eengezinswoning, later makkelijk om te bouwen tot ouderenwoning, red.) en bouw dat huis met materialen die de lokale klant wenst.”
Om Nederlandse bedrijven te helpen bij het netwerken heeft het Enterprise European Network (EEN) een database gevuld met potentiële samenwerkers. In die bank wordt naar de ideale ‘dates’ gezocht. Om de drempel zo laag mogelijk te maken, kunnen ondernemers anoniem inschrijven. Binnen EEN werken Senter Novem, Syntens en EVD samen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels