nieuws

‘Ik vrees een vloedgolf aan ondeugdelijke woningen’

bouwbreed

Als Maarten Wijk, voormalig hoogleraar Toegankelijkheid aan de TU Delft, in zijn woning annex kantoor in Dordrecht struikelt over de hoge drempel bij zijn balkondeur, onderdrukt hij met moeite een vloek. Het zinloze obstakel vindt hij illustratief voor de manier waarop de meeste huizen in Nederland worden gebouwd.

Woningen zouden standaard

Basaal wooncomfort wordt volgens hem ondergeschikt gemaakt aan het kostenplaatje van de projectontwikkelaar. Liever bezuinigen op de toegankelijkheid van een huis, dan tegen een relatief geringe meerprijs een deurkozijn zonder dorpel inbouwen.
Wijk staat aan het hoofd van onderzoek- en adviesbureau Wijk Oka. Hij pleit al jaren voor het bouwen van huizen waarin iedereen in alle levensfasen kan wonen, dat wil zeggen, levensloopbestendige woningen. Als daarvoor extra kosten moeten worden gemaakt, dan verdienen die zichzelf terug, meent hij. Een woning zonder drempels, met brede deuropeningen en goede bereikbaarheid vertegenwoordigt domweg een hogere waarde dan een huis zonder zulke essentiële eigenschappen.
“De toegankelijkheidsdiscussie duurt in Nederland al zo’n vijftig jaar. Hij begon met Mies Bouwman en de actie Open Het Dorp, gericht op het bouwen van een woongemeenschap die toegankelijk was voor mensen met een ernstige handicap. Veel zijn we sindsdien niet opgeschoten. Er worden nog steeds op zeer grote schaal huizen gebouwd die niet voor iedereen toegankelijk zijn. En dat is eigenlijk nergens voor nodig.”
De woningvoorraad zorgt daardoor voor een probleem. Wijk licht dat toe met een voorbeeld. “Een aantal jaren geleden brak mijn oma haar heup. Haar huis was niet berekend op een bejaarde die slecht ter been was, met als gevolg dat ze in een verzorgingshuis werd opgenomen. Was haar woning wel toegankelijk geweest, met bijvoorbeeld een grotere badkamer, een wat minder steile trap, dan had ze nog vier jaar zelfstandig kunnen wonen. De kosten om iemand al die jaren te verplegen in een verzorgingshuis, zijn ongeveer net zo hoog als een nieuwbouwwoning. En mijn oma is natuurlijk niet de enige.”
Ondanks dat het idee om woningen te bouwen die voor iedereen geschikt zijn allang geleden werd geïntroduceerd, verrijzen in Nederland slechts in beperkte mate huizen die geschikt zijn voor bewoners in uiteenlopende fasen van hun leven. Dat heeft volgens Wijk verschillende oorzaken.
Een fenomeen dat de bouw van beter toegankelijke woningen in de weg staat, is dat de projectontwikkelaars weten dat huizen toch wel worden verkocht, ook als er onnodige drempels in zitten, gangen te nauw zijn, liften ontbreken en de toekomstige bewoner in de badkamer en het toilet zijn kont niet kan keren. “Bij de meest uiteenlopende producten, van auto tot scheerapparaat, staat het gebruiksgemak centraal. Maar bij woningen ligt dat anders.”

Vanzelfsprekend

Weliswaar stellen veel gemeenten hogere eisen aan nieuwbouw dan het Bouwbesluit, maar als puntje bij paaltje komt, wordt daar toch van afgeweken. “Sterker nog, soms wordt zelfs niet consequent voldaan aan het Bouwbesluit. En dat wordt als vanzelfsprekend geaccepteerd.”
Projectontwikkelaars zeggen dat ze toegankelijk bouwen duur vinden, stelt hij vast. “En er wordt hen nauwelijks iets in de weg gelegd als ze zich niet houden aan de afspraken. De overheid ziet er onvoldoende op toe. Ambtenaren van bouw en woning toezicht laten het vaak langs hun kant gaan. En ook is er sprake van morele chantage. “We hebben er geen geld voor”, zegt de projectontwikkelaar dan. En daar legt de gemeentefunctionaris zich bij neer.”
Bovendien heerst bij gemeenten vaak wat Wijk een ‘Calimerocomplex’ noemt. “Projectontwikkelaars zijn machtiger dan wij, vinden gemeentebesturen. Dus laten we maar aanvaarden dat ze slecht toegankelijke huizen bouwen.”
Als voorbeeld daarvan noemt hij de Amsterdamse nieuwbouwwijk Zeeburg. “Het gemeentebestuur had hier hoge ambities, toen die echter niet werden gehaald, legde de toenmalige wethouder Duco Stadig zich er bij neer. Hij vond een hoge productie belangrijker dan kwaliteit.”
Wijk stelt daartegenover dat bouwproductie en comfort gemakkelijk hand in hand kunnen gaan. Het kost niets meer. Mits de kwaliteitseisen consequent vanaf de eerste planvorming worden opgenomen.
Om in de huidige situatie verandering te brengen, is een mentaliteitsverandering nodig, betoogt Wijk. De overheid moet standvastig zijn in het handhaven van de hoge ambities voor de bouw van levensloopbestendige woningen. En ten minste stringent toezien op naleving van het Bouwbesluit, vindt hij.

Mondiger

Daarnaast zouden ook huizenkopers mondiger moeten worden. “Als we de huidige bouwpraktijk handhaven, komt er een tsunami van ondeugdelijke woningen op ons af. Jaarlijks worden er zo’n vijftigduizend huizen gebouwd. Als we nu niet de hoge kwaliteitsstandaard hanteren zitten we over dertig jaar met een vloedgolf van problemen. Er zou een politiek figuur moeten opstaan, die Nederland wakker schudt. Een soort Al Gore. Maar dan een die daadwerkelijk orde op zaken stelt. Nu gebeurt er structureel te weinig om toegankelijkheid te stimuleren. “Met een zucht: “Toegankelijk bouwen is eigenlijk heel eenvoudig. Je moet het gewoon doen.” ■

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels