nieuws

‘Het moet anders, we pikken te veel’

bouwbreed

‘Het moet anders, we pikken te veel’

De commissie-Duivesteijn constateerde in 2005 dat de Tweede Kamer totaal geen grip heeft op moeilijke infrastructurele projecten en haar controletaak daardoor niet of nauwelijks kan uitvoeren. Ondanks vele aanbevelingen lijkt er vier jaar later weinig veranderd, constateert VVD-Kamerlid Charlie Aptroot die in de commissie zat. “Ons gedrag moet anders. We pikken te veel.”

Dit is de tweede aflevering van een vierdelige serie over de vraag waarom
grote projecten financieel zo uit de hand lopen. De hsl-zuid en Betuweroute
werden miljardenprojecten met een matig maatschappelijk draagvlak. De
commissie-Duivesteijn riep in 2004: Zo mag het nooit meer gaan. Anno 2009 lijkt
er met de misère rond de Noord-Zuidlijn en de tunnels A73 niets verandert.

Het interview vindt plaats rond de perikelen van de JSF. Aptroot is fel tegen
de aanschaf van de straaljager. In de Kamer vinden ‘nu wel vooraf’ pittige
debatten plaats. Een paar weken na het gesprek met de VVD’er stelt het kabinet
de definitieve keuze voor de JSF uit. Aptroot zag het min of meer aankomen. Bij
ingewikkelde bouwprojecten van miljarden zou het volgens hem ook zo moeten gaan.
Vooraf met de Kamer discussiëren over verschillende opties. “Neem de hsl-zuid.
Wij oppositiepartijen krijgen daar zoveel tegenstrijdige informatie over.
Eigenlijk had dat plan vooraf onafhankelijk moet worden onderzocht. Nu is het te
laat ja.” Aptroot maakt zich er kwaad over dat er rond de hsl-zuid nog steeds
veel onduidelijk is. “De minister verandert contracten zonder dat wij het weten.
Schuift honderden miljoenen naar voren. We krijgen een vertrouwelijk rapport
waar niets vertrouwelijks in staat, maar wel dat de minister het goed heeft
gedaan. Ik wil onderzoek, maar de coalitie houdt dat tegen.” De Noord-Zuidlijn,
de tunnels van de A73. De Tweede Kamer staat erbij en kijkt ernaar, constateert
Aptroot. “De Kamer worstelt nog steeds met grote projecten. Puur bij gebrek aan
informatie. Soms krijgen we twee dagen voor een besluit nog stukken van de
verantwoordelijke minister. Dat zouden we niet meer moeten accepteren.” Hij
herinnert zich de commissieDuivesteijn. “Kamerbreed werd ons rapport omarmd.”
Niet dat er helemaal niets veranderde. “Er kwam een bureau onderzoek
rijksuitgaven. Dat bureau loopt dingen voor ons na en adviseert ons. Het is wel
vrij klein nog.” In een nieuwe onafhankelijk instituut voor Nederlandse
bouwprojecten van Rijk en gemeenten gelooft Aptroot niet. Zoiets bepleitte
SP-kamerlid Roemer onlangs, naar het voorbeeld van het American Congressional
Budget Office. “Een second opinion-organisatie optuigen voor de Kamer zal nooit
lukken. Het is te duur.” De Tweede Kamer zou wel meer gebruik moeten kunnen
maken van bestaande kennisinstituten, oordeelt Aptroot. “Om beter zelfstandig
een oordeel over een bouwproject te kunnen vellen, zouden we vooraf zelf
onderzoeksinstanties moeten kunnen horen of inschakelen. Ik denk aan het RIVM,
het kennisinstituut mobiliteit, en het Centraal Plan Bureau. Neem de
A73-tunnels. Een second opinion over een bouwproject zou je wettelijk moeten
vastleggen.”

Aannemerij

Daarmee zijn ook ministers geholpen, vindt hij. “Als je de risico’s vooraf
beter in beeld hebt, maakt het ook niet uit als een project veel duurder
uitvalt. De termijn van een kostenbaten-analyse moet je toch relativeren. Kijk
naar het Noordzeekanaal, naar spoorlijnen, en wegen. Na honderd jaar liggen die
er nog. Samen moeten we eerlijk leren te begroten, fatsoenlijk leren te
begroten. Dat zou ook voor aannemers prettiger zijn. Nu krijg je al gauw het
verwijt dat de aannemerij maar wat doet.” Het Kamerlid kijkt ook in de spiegel.
“Het gedrag van Kamerleden moet veranderen. We moeten veel kritischer zijn.
Beroep op derden doen we nauwelijks, terwijl het om grote bedragen gaat.”

Tweede Kamerlid Charlie Aptroot

Charles Bernhard Aptroot (1950) bezet sinds 2003 een VVD-zetel in de Tweede
Kamer. Aptroot zat in de Tijdelijke Commissie Infrastructuur, die in 2005
pijnlijk vaststelde dat Kamerleden nauwelijks grip hebben op moeilijke
projecten. Nu toont hij weinig medelijden met Amsterdam over de Noord-Zuidlijn.
Sterker nog, als de hoofdstad de metrolijn niet helemaal afbouwt, vindt hij dat
Amsterdam een deel van de rijksbijdrage aan het project (een miljard euro) moet
terug betalen. Op het gebied van spoorbouw laat Aptroot ook vaker van zich
horen. Onlangs stelde hij Kamervragen over verzakkingen van het spoor op
meerdere plaatsen in het land. In de Tweede Kamer richt hij zich ook op het
midden- en kleinbedrijf, administratieve lasten, telecommunicatie, mededinging
en btw. Van een tweede zeesluis bij Amsterdam is Aptroot groot voorstander.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels