nieuws

‘Gedetailleerd Bouwbesluit schiet doel voorbij’

bouwbreed

Bouwregels en brandveiligheid staan vandaag in de Tweede Kamer ter discussie. Rob Wijnands, oud-directeur van het Nederlandse Verbond voor Toeleveranciers in de Bouw (NVTB) vermoedt dat een fundamentele discussie uitblijft. Zijn pleidooi? “Het Bouwbesluit moet volledig op de schop. Kijk naar het Australisch model.”

Het bruingetinte gezicht van Wijnands (68) laat zich makkelijk verklaren. “In
Frankrijk ben ik mijn huis aan het verbouwen.” De voormalige NVTB-directeur
geniet van zijn pensioen, maar helemaal niets doen, komt niet in hem op. Bij het
Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB) zit hij in de raad van toezichthouders.
“Hier en daar adviseer ik nog wat. Ik ben consultant zoals dat heet.” Wijnands
adviseert over bouwregels. Geen makkelijke opgave vandaag de dag: “De
Nederlandse bouwregelgeving is niet meer werkbaar.” Hij verwijst naar de
‘doorgeschoten, rare’ regels over brandveiligheid die uit een soort
paniekreactie op rampen zijn voortgekomen. “In het Gebruiksbesluit is na branden
in Volendam en het cellencomplex bij Schiphol uitgegaan van de zwaarste
regelgeving. Dus niet de meest optimale. Hoor je? Niet de meest effectieve
benadering. Ja, alleen voor de brandweer.” Wijnands oppert dat het Bouwbesluit
te ingewikkeld is geworden. Handhaving en controle is daardoor nauwelijks
mogelijk, stelt hij. Hij weet wel hoe het anders moet. Australië is zijn
voorbeeld. “Zij gaan heel anders met toezicht om. Ze werken sinds een jaar of
vier met beëdigde bouwinspecteurs die namens de overheid bouwprocessen in de
gaten houden en de volledige verantwoordelijkheid dragen over bouwwerken. Op die
manier is de kwaliteit van de handhaving geborgd en blijft de overheid op
gewenste afstand.” Wijnands heeft nog een ander idee. “Maak het Bouwbesluit
eenvoudiger met een praktijkvoorbeeldenboek. Daarin laat je zien hoe
verschillende typen huizen er volgens de regels uit moeten zien. Gemeenten
kunnen zich dan concentreren op meer op specifieke zaken. “

Innovaties

Het voorbeeldenboek maakt tachtig procent van de huidige regels overbodig,
meent hij. “De 20 procent die je vervolgens overhoudt, vereenvoudig je. De
laatste 5 procent moet ruimte bieden aan maatwerk en innovaties die je niet in
regels kunt vastleggen.” Wijnands heeft niet de indruk dat zijn ideeën in het
herziene Bouwbesluit (de derde trance Bouwbesluit 2003 loopt nu en moet in 2010
zijn afgerond) worden meegenomen. Een wet wijzigen is niet de favoriete
bezigheid van de Tweede Kamer, oppert hij. “Het parlement redeneert dat het te
veel geld kost. Ik denk dat het tegendeel waar is; met betere bouwregels valt
geld te verdienen. Ik heb het niet uitgerekend maar ik schat grofweg een miljard
of twee.” Wijnands herinnert zich betere tijden. “In 1992 hadden we met het
Bouwbesluit de beste bouwregelgeving ter wereld. Als eerste land zeiden wij:
‘wij beoordelen het eindproduct, het bouwwerk.’ Net zoals wasmachines niet op
onderdelen worden afgerekend. Veiligheid, gezondheid en milieu waren de
belangrijkste criteria, waarmee rekening moest worden gehouden.” Wijnands zag
‘de voorsprong op de rest van de wereld’, snel wegebben. “De hele Nederlandse
bouw is daar debet aan, maar de oorzaak ligt vooral in ons poldermodel. Hoe ver
dat ons in het verleden ook heeft gebracht. Polderen over een kernbom doet toch
niemand? Over het remvermogen van een auto toch ook niet? Waarom polderen we dan
wel over bouwwerken? Wat is dat voor onzin?”

Eindgebruiker

Als voorbeeld noemt Wijnands weer brandveiligheid. “Het ministerie van
Binnenlandse Zaken, VROM en Financiën denken mee. Eigenlijk is dat waanzin.”
Waar Nederland zich in de modder ‘wegpolderde’ haalden andere landen ons in. Het
Bouwbesluit, besluit Wijnands, moet weer in dienst komen te staan van de
eindgebruiker. “Alleen op die manier kun je de concurrentie winnen. Ook in
Europa.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels