nieuws

Metropolitane parken als nieuwe bufferzones

bouwbreed

Met haar wens te komen tot metropolitane parken, grijpt minister Cramer (VROM) terug op eerder beleid. Leest Robbert Coops uit het jubileumboek over bufferzones.

Ondanks de geringe investeringsbereidheid maakt het kabinet zich kennelijk weinig zorgen over een duurzame toekomst van verstedelijkt gebied. De nieuwe accenten in de ruimtelijke ontwikkeling staan nu vooral in het teken van het tegengaan van verrommeling en landschappelijke verloedering, vooral bij stadsgrenzen, het betrekken van burgers en bedrijven bij landschapsbeheer en duurzame financiering van landschapsbehoud.
Het jubileumboek ’50 jaar Rijksbufferzones’ belicht het succes van dit instrument (zie kader). Dit is het zeker waard geboekstaafd te worden, maar door de modieuze vaktaal ontstaat lichte verwarring. Is een bufferzone hetzelfde als een metropolitaan park of past hier landschapspark beter? En welke bestuurslaag is verantwoordelijk voor dit beleid? De rijksoverheid voor de Randstad, maar welk departement heeft het voortouw? En wat is de rol van de provincie?
Uit de historie blijkt dat aanwijzen van bufferzones heeft geleid tot een vorm van ‘bevriezingsplanologie’. Autonome ontwikkelingen in die gebieden zijn goeddeels afgeremd. De zones bleven weliswaar gevrijwaard van grootschalige verstedelijking, maar verloederde bedrijfsterreinen en witte schimmel konden niet overal worden voorkomen.
Voor nadere invulling van de bufferzones gaat het er nu om een synthese te vinden wat de stedeling wil én wat landschappelijk past. Er moet sprake zijn - blijkt uit de evaluatie - van een transformatieopgave voor de rijksbufferzones zoals die er zijn. Want behalve agrarische landschappen, vormen ze ook ecologische natuurlandschappen, historische cultuurlandschappen, verplaatsings- en recreatielandschappen. En dat niet alleen. Er is ook op aanpalende terreinen beleid, zoals Natura 2000, Structuurvisie Randstad 2040, Nota Belvedère. Deze stapeling van gebiedscategorieën kan een goede ontwikkeling van groene recreatiegebieden, cultuurlandschappen en natuurgebieden in de weg staan. De Agenda Landschap geeft aan dat het kabinet in 2009 een duidelijk kader en helder ruimtelijk regime zal opstellen. Dan wordt ook duidelijk waar het geld vandaan moet komen, want vooral beheer, exploitatie en onderhoud van bufferzones blijken redelijk onbeheersbaar, terwijl de noodzaak voor nieuwe investeringen aantoonbaar is. Daarmee ligt ook de deur open naar grootschalige transformaties in de hoop dat de markt de investeringen in aanleg en beheer wil doen.

50 Jaar Rijksbufferzones

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Den Haag/Utrecht, 95 blz.

Rijksbufferzones

Zo’n vijftig jaar geleden constateerde de vaste Commissie van de Rijksdienst voor het Nationale Plan dat steden aan elkaar dreigden te groeien. Vier kilometer brede agrarische bufferstroken moesten dit voorkomen. Daarmee deed het instrument bufferzone zijn intrede. De bufferzones moesten in eerste aanleg het landschappelijke en agrarische karakter van de aangewezen gebieden behouden.
In negen locaties, zoals Midden Delfland, Amsterdam-Purmerend, Sittard-Geleen, Utrecht-Hilversum en onlangs in Gelderland (Park Lingezegen tussen Arnhem en Nijmegen) zijn bufferzones aangewezen. Onderzocht wordt of ook in Noord-Brabant daaraan behoefte bestaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels