nieuws

Financiële gegoedheid

bouwbreed

Gezien de actuele financiële crisis zullen aanbestedende diensten zich bij een aanbesteding op behoorlijke wijze moeten vergewissen dat de financiële stabiliteit van inschrijvers gewaarborgd is

Concurrenten controleren, zo blijkt uit de hieronder te bespreken zaak die diende bij Rechtbank Zutphen (LJN: BH5751), of de aanbesteder wel streng genoeg is voor, in hun ogen, financieel zwakke inschrijvers.
De gemeente Apeldoorn heeft een aanbesteding uitgeschreven voor drie natuurbrand-bestrijdingsvoertuigen. De gemeente vraagt inschrijvers die “over een gezonde financiële en economische draagkracht beschikken en [waarvan] de continuïteit over een langere periode gewaarborgd [is]”. Daartoe worden eisen gesteld aan de liquiditeit (quick ratio) en de solvabiliteit (EV/TV) van de inschrijver. Verder vraagt de gemeente om een minimum omzet. Ten bewijze van hun gegoedheid vulden de inschrijvers eerst de zogeheten Eigen Verklaring in. Later, zijn door de winnaar ook de vooraf voorgeschreven bewijsmiddelen verstrekt.
Kan er onder omstandigheden sprake zijn van een plicht voor de aanbestedende dienst bij mogelijke twijfel extra onderzoek te doen of extra bewijs te vragen? Over die vraag heeft de Rechtbank Zutphen zich gebogen.
Wat is er gebeurd? De aanbesteding wordt gewonnen door Mucar. Een concurrent (Man) verstrekt de gemeente daarop ongevraagd de bij de KvK gedeponeerde jaarstukken van Mucar aangezien het volgens Man “[…] in de markt bekend is dat Mucar financiële problemen kent” en uit welke stukken, volgens Man blijkt, dat Mucar niet voldoet. De quick ratio zou bij lange na niet worden gehaald en er zou slechts aan de solvabiliteitseis worden voldaan doordat er verscheidene ‘kunstgrepen’ zijn toegepast.
De gemeente meent evenwel dat uit de door Mucar aangeboden bewijsmiddelen, waartoe ook een brief van een accountantskantoor hoort, wel blijkt dat het bedrijf voldoet. De door Man geleverde stukken kunnen daar volgens de gemeente niets aan af doen. Naar eigen zeggen is de gemeente uit hoofde van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel gehouden haar beslissing te baseren op -uitsluitend- de inschrijfgegevens van Mucar en zijn nadere toelichting daarop; zeker in het geval dat geen concrete informatie bestaat dat de verstrekte financiële gegevens niet kloppen. De rechter onderschrijft dat en overweegt “dat in het geval de gemeente een zelfstandig onderzoek zou moeten doen naar de financieel-economische positie van een inschrijver van onder meer de bij de KvK gedeponeerde jaarstukken, het verstrekken van financiële gegevens door de inschrijver zinledig zou zijn.”
Er zijn verschillende manieren om de solvabiliteit van een bedrijf te bepalen. Mucar heeft zichzelf zo goed mogelijk voorgesteld binnen de grenzen van de door de gemeente gehanteerde methode. De rechter ziet hier dan ook geen ‘kunstgrepen’. Ook het feit dat Mucar zijn liquiditeit heeft opgekrikt, ten opzichte van de uit de stukken van de KvK herleidbare liquiditeit, doordat vlak voor de inschrijving een lening van de enig aandeelhouder is terugbetaald is, wordt door de rechter niet gezien als een (ongeoorloofde) kunstgreep: “De vraag of de continuïteit van de onderneming gewaarborgd is, kan slechts worden beantwoord aan de hand van de (…) selectie-eisen vermelde objectief meetbare gegevens.” Mucar voldoet aan deze kengetallen en derhalve mag aan Mucar gegund worden.
Natuurlijk mogen concurrerende inschrijvers de aandacht van de aanbestedende dienst vestigen op het feit dat het met de voorlopige winnaar niet ‘goed’ gaat. Dit is voor de aanbestedende dienst van belang, omdat hij niet halverwege de uitvoering van de opdracht met een failliete onderneming te maken wil hebben. Na een attendering als die van Man zal de aanbestedende dienst meestal nader onderzoek instellen, zoals de gemeente in onderhavige zaak heeft gedaan. De gemeente mocht zich daarbij echter beperken tot de vraag of de inschrijver geen valse gegevens heeft verstrekt. Immers, de aanbesteder mag achteraf zijn selectie-eisen niet meer bijstellen. Het principe van gelijkheid en transparantie brengen bovendien met zich dat de aanbestedende dienst niet opeens andere bewijsmiddelen in aanmerking neemt bij het beoordelen van de financiële geschiktheid van inschrijvers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels