nieuws

‘Wat telt is dat ik nu voor de eerste keer eindverantwoordelijk ben’

bouwbreed

‘Wat telt is dat ik nu voor de eerste keer eindverantwoordelijk ben’

De decentrale organisatie van Volker Wessels, met zijn netwerk van ruim honderd sterk zelfstandig opererende bedrijven, is Gerard van de Aast uit het hart gegrepen. De nieuwe bestuursvoorzitter van na BAM Nederlands grootste bouwbedrijf zegt dat het model van gebundelde kleinschaligheid hem enorm aanspreekt.

Het model werkt goed en past precies bij mij. Ook in mindere tijden is de
decentrale aanpak goed bestuurbaar. Bij al onze bedrijven zijn de mensen gewend
hun eigen broek op te houden. Daardoor is onze organisatie beter te besturen dan
een grote moloch.” Gerard van de Aast (1957) is weer terug in de bouw. Voelt
zich direct thuis. Op onverwachte momenten blijkt hij jaargenoten van zijn
opleiding HTS Weg 0x26 Waterbouw in Hengelo tegen het lijf te lopen. “Ik heb
echt wel iets verstand van de sector. In ieder geval genoeg om me niets wijs te
laten maken, lach ik dan maar.” De keuze voor Van de Aast als opvolger van
Herman Hazewinkel, zestien jaar boegbeeld van Volker Wessels, kwam als een
verrassing. Wat moest die topbestuurder van uitgeverij Reed Elsevier bij een
bouwbedrijf? Van de Aast werkte eerder in Apeldoorn voor Philips (1988 – 1992),
vertrok voor computerreus Digital naar Boston (1992 – 1998) en hielp Compaq in
München (1998 – 2000). Opgegroeid in het Twentse dorp Langeveen, als zoon van
een handelaar in mengvoer, klopte Van de Aast na zijn studie aan de Hogere
Technische School aan bij ingenieursbureau Witteveen+Bos. Begonnen als
programmeur technische toepassingen ontpopte hij zich als mede-oprichter en
directeur van W+B Software, gespecialiseerd in softwaretoepassingen voor de bouw
en de civiele techniek. “Eind jaren zeventig waren de computers hot. Ik wierp me
– wel vanuit mijn vakgebied – op de ontwikkeling van software. Heel interessant.
Van lieverlee kwam ik in de handel en business terecht. Aan loopbaanplanning heb
ik nooit gedaan. Het gaat altijd weer anders dan je vooraf kunt bedenken. Wel
heb ik een paar weloverwogen stappen gemaakt. Ik wilde naar een groot bedrijf:
dat werd Philips. Een andere stap was ervaringen opdoen in het buitenland. Zo
kwam ik in Amerika, Duitsland en Engeland. Bij Elsevier was ik acht jaar, bij
andere clubs – ook al wisselden die wel vaker van eigenaar – twaalf jaar. Nee,
bij uitgeverij Elsevier was ik nog niet uitgekeken. Maar als dan via een bureau
zo’n telefoontje komt, je voert de eerste gesprekken, dan ga je toch weer andere
dingen zien. Wat telt is natuurlijk ook dat ik nu voor de eerste keer
eindverantwoordelijk ben.”

Oude vrachtauto’s

Een bijzondere passie van de Twentenaar (“dat mijn voorganger Hazewinkel ook
uit Twente komt, is echt toeval”) betreft oude vrachtauto’s. In zijn jeugdjaren
bracht hij tot in de nachtelijke uren over slingerende wegen mengvoer naar de
boeren. Na terugkeer van zijn buitenlandse avonturen kwamen met broer Jos de
oude verhalen weer los. Wat is mooier dan met zo’n oude bak het land af te
toeren? “Weet je wat, ik koop een oude Scania”, besloot Gerard. Waarop Jos niet
kon achterblijven: “Dan regel ik een oplegger”. Af en toe zetten de broers
toerend in hun nostalgische vijftigtonner hun wereld weer op een rij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels