nieuws

‘Hoe je het ook wendt of keert, bouwen is toch mensenwerk’

bouwbreed

‘Hoe je het ook wendt of keert, bouwen is toch mensenwerk’

Halbe Veenstra (39) werkt al zeventien jaar voor BAM in het buitenland. Sinds anderhalf jaar is hij algemeen directeur van BAM International in Dubai. Met 3800 man uit 32 landen onder hem. ”Je moet de juiste mensen op de juiste plekken zetten.”Het is even zoeken naar BAM-baas Halbe Veenstra in Dubai. De drukke verkeersader Sjeik Zayed Road in Dubai, waaraan BAM International is gevestigd, is een kilometerslange file van autoshowrooms, wolkenkrabbers en bouwputten.

Huisnummers, zoals we in Nederland kennen, daar doen ze in het emiraat niet
aan. Wat ook niet helpt, is dat taxichauffeurs de weg niet goed kennen. Dat komt
omdat er hier elke week wel een nieuw gebouw of straat wordt gebouwd, zegt men
hier. Maar een beknopte routebeschrijving volstaat gelukkig. Al Shafar Building,
waar BAM International is gehuisvest, blijkt een onopvallend gebouw. Geen BAM in
neon-letters op de voorgevel. Alleen een klein naambordje van de Britse dochter
Higgs & Hill naast de lift. Op de tweede verdieping achter een Higgs &
Hill-deur werkt een twintigtal Aziaten zij-aan-zij achter grote beeldschermen.
Halbe Veenstra? Next door. Halbe Veenstra verwelkomt me op zijn broeierige
kamer. Buiten is het winter, maar de temperatuur haalt nog moeiteloos 30 graden
Celsius. Veenstra spreekt Nederlands met een Fries en Engels accent tegelijk. Na
Ghana, Indonesië, de Bahama’s en Porto Rico werkt Veenstra nu zeven jaar in
Dubai. Sinds anderhalfjaar is hij algemeen directeur BAM International regio
Golf Staten en Midden-Oosten. Het nomadische bestaan bevalt hem. “Het geeft je
een zelfstandigheid die je in Nederland niet snel zult hebben.” Veenstra heeft
3.800 man onder zich, uit 32 landen. Om die groep tegelijkertijd zo’n tien à elf
projecten te laten draaien is voor Veenstra de kunst. “Hoe je het wendt of
keert, bouwen is toch mensenwerk. Je moet de juiste mensen op de juiste plekken
zetten. De uitdaging is dan ook geschikte mensen aan te nemen en te laten
ontwikkelen. Ik denk dat ik daar de helft van mijn tijd mee bezig ben.” Zo
vliegt hij regelmatig de wereld rond op zoek naar nieuwe mensen. Of hij laat de
mensen naar Dubai vliegen. Elk land heeft wel zijn specialiteiten, weet hij
ondertussen. Constructeurs vindt hij bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië,
architecten in Egypte en bouwkundig uitvoerders op de Filipijnen BAM
International werkt in de regio ook onder de naam van de Britse dochter Higgs
& Hill, dat er sinds 1994 gevestigd is. In onder andere Dubai, Abu Dhabi,
Qatar en Oman werkt het bouwbedrijf aan marine en near shore, zeg maar
waterbouwprojecten, zoals koelwater in- en uitlaten, steigers en kademuren.

Hoge eisen

Ook doet BAM International veel “heavy civil”, zwaarder civiel werk, zoals
zware funderingen en ruwbouw voor industrie, utiliteitsbouw en winkelcentra.
Veenstra: “Vaak gaat het om ingewikkelde projecten met hoge eisen ten aanzien
van kwaliteit, veiligheid, of een hoge tijdsdruk. We doen niet de
huis-tuin-en-keukenprojecten zoals standaard appartementen.” BAM International
maakt jaarlijks in de regio zo’n 180 miljoen euro omzet. Veenstra, bescheiden:
“Dat is maar 2 procent van de totale omzet van BAM, dus zo groot is het nu ook
weer niet.” De meeste bouwvakkers – Veenstra noemt het workforce – die bij BAM
International werken, komen uit India, Pakistan, Sri Lanka en Bangladesh. Hoe
krijg je deze mêlee van nationaliteiten goed aan het werk? Veenstra haalt het
leger aan. Hiërarchisch georganiseerd, met zeven à acht man per leidinggevende.
De korporaal die verantwoording aflegt aan de sergeant die weer verantwoording
afgelegd aan de groepscommandant.

Factor vier

En analoog aan Veenstra’s metafoor: in het Midden-Oosten gebruiken
bouwbedrijven opvallend veel soldaten. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar bij de bouw
van een nieuw metrostation in Dubai dat van Palm Island naar het hart van de
stad leidt. Dertig, veertig bouwvakkers op elkaar gepakt. Veenstra herkent het.
“We spreken hier over een factor vier. Als je in Nederland ergens één werknemer
nodig hebt, dan heb je hier vier mensen nodig. Dat heeft te maken met het
klimaat, het opleidingsniveau en de stand van de techniek.” En natuurlijk spelen
de lage arbeidskosten een rol. Desondanks ligt de bouwsnelheid in Dubai vele
malen hoger dan in Nederland. “Dat ligt aan het voorbereidingstraject.
Vergunningen worden veel sneller afgegeven en de regelgeving is minder
belemmerend.” Maar ook worden veel meer uren van het etmaal gebruikt. Niet zoals
in Nederland vijf dagen van acht uur. Maar zes dagen in de week shifts van 7 tot
6 uur ’s avonds, en een tweede shift van 5 uur ’s middags tot 2 uur ’s nachts.
Een uur overlap voor de overdracht. En soms is er ook een derde shift van 2 uur
’s nachts tot 6 uur ’s ochtends. Bouwvakkers verdienen rond de 200 à 250 euro
per maand. BAM betaalt meer: 300 dollar per maand. “Dat is netto”, zegt de
BAM-baas. “We betalen namelijk ook de huisvesting, het eten en het vervoer.” De
werknemers slapen in kampementen. “Bijna hetzelfde als bij militairen. Ook de
logistieke operatie om de werknemers op de bouwplaatsen te krijgen is enorm.
Vijftig bussen moeten drieduizend man heen en weer rijden.” De relatief hoge
beloning is bewust, vertelt Veenstra. “We zitten in de top tien van de markt als
het gaat om kwaliteit en veiligheid. Een goede beloning leidt uiteindelijk tot
loyaliteit van je medewerkers. Dat is nodig, omdat we het bouwproces willen
beheersen en niet afhankelijk willen zijn.” Die investering in loyaliteit
betaalt zich uit. “We hebben hier bijvoorbeeld een manager rondlopen die hier
vijftien jaar geleden begonnen is alsijzervlechter. Dat vind ik mooi.” Met tien
à elf lopende projecten in de hele Golf-regio merkt Veenstra vooralsnog weinig
van de crisis. “Als aannemer zit je niet in de frontlinie. Maar in het
voortraject hoor je wel steeds meer sombere geluiden. Natuurlijk merken we zelf
dat de markt verandert, toch worden we in verhouding minder beïnvloed in
vergelijking met lokale bedrijven.” Ook het uitstellen van projecten in Dubai
voelt BAM International nog niet aan den lijve. De bouwer zit behalve in Dubai
in nog meer landen in de Golf-regio. “Dat heeft BAM opzettelijk gedaan”, weet
Veenstra. “In principe is BAM daarin redelijk conservatief. We willen niet als
een gek groeien of rare projecten aannemen. De board bekijkt per geval of iets
niet te risicovol is.” Verder maakt ook de flexibiliteit van het personeel de
bouwer crisisbestendiger. “Mensen die we aannemen vertellen we dat we ze
aannemen voor werk in de hele Golf-regio. De uitwisselbaarheid van het personeel
is ook groot. Je kunt een interieurarchitect niet beton laten storten, maar een
ijzervlechter die een kademuur kan vlechten kan ook een celkolom van een
vijfsterrenhotel doen. En ook functies als kwaliteitsmanager en accountant zijn
altijd in verschillende projecten nodig.” Zelf werd Veenstra in het begin van
zijn carrière op de proef gesteld. “Ikzelf was opgeleid als bouwkundige. Het
eerste project dat ik kreeg was een wegenbouwproject. Die flexibiliteit wordt
wel van je verwacht. Zeker in deze tijd.” n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels