nieuws

Energieneutraal kantoor kán

bouwbreed

Amsterdam wil al in 2015 klimaatneutraal bouwen, daarmee vijf jaar vooruitlopend op de afspraken uit het lente-akkoord van 2008. Hoe reëel is de hoofdstad, vraagt Ronald Schilt zich af. Het kan, concludeert hij.

Het lente-akkoord van april 2008 -waarin het ministerie van VROM en de ontwikkelende en bouwende partijen, Bouwend Nederland, NVB en de Neprom de wil en het streven uitspreken om in 2020 energieneutraal te bouwen- gaat de gemeente Amsterdam niet snel genoeg. De stad wil al in 2015 klimaatneutrale gebouwen. Is dit goedkoop politiek scoren en windowdressing of is het haalbaar? De vragen die natuurlijk naar boven komen zijn; is dit realistisch, is het technisch mogelijk en betrouwbaar, wie gaat dat betalen, en hoe gezond is zo’n gebouw voor de medewerkers? Om bij dat laatste te beginnen; uit een zeer uitgebreide literatuurstudie van BBA is gebleken dat een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu heel goed kunnen samengaan. Verder laat het onderzoek zien dat maatregelen om het ziekteverzuim te verlagen en de productiviteit te verhogen, niet hoeven te leiden tot een hoger energiegebruik. Andere vragen zijn of het technisch mogelijk en betaalbaar is. Uit onderzoek van Merosch voor een nieuw stadsdeelkantoor in Amsterdam blijkt dat ook deze vraag positief te beantwoorden is. Met de huidige beschikbare technieken is een energieneutraal kantoor mogelijk. Hierbij moet gedacht worden aan onder andere zeer dikke isolatie, driedubbelglas, efficiënte verlichting en ventilatie, warmtepompen, energieopslag, PV-panelen, etc. Wel zal het uiteindelijke energiegebruik veel sterker afhankelijk worden van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering. Zwakke schakels in ontwerp en/of uitvoering kunnen meerinvesteringen in energiebesparende maatregelen gedeeltelijk of zelfs volledig teniet doen. We zullen naar een wijze van contractvorming toe moeten waarbij de betrokken partijen “afgerekend” worden op het uiteindelijke resultaat. Dit omdat de juiste, maar gefragmenteerde, input (kennis en techniek) absoluut niet garant staat voor de juiste output.
Energieneutrale gebouwen vragen om een zorgvuldig en integraal ontwerptraject. Hierbij moet de doelstelling ‘energieneutraal bouwen’ een leidend thema zijn voor alle ontwerppartijen en aannemers. De architectonische verschijningsvorm zal voor een groot deel worden bepaald door de doelstelling om energieneutraal te bouwen. Het is dan ook aannemelijk dat energieneutraliteit een nieuwe vorm van architectuur zal voortbrengen. Net zoals in de vorige eeuwen de komst van kunstlicht en liften zorgde voor een nieuwe vorm van architectuur.
Voordat het zover is, is een paradigmashift nodig. Door de intrede van het gas en elektriciteitsnet is de noodzaak voor het optimaal benutten van de natuurlijke bronnen (zonnewarmte, daglicht, zonne-energie, etc.) weggeëbd. Energieneutraal bouwen zal vragen om deze kennis weer te gaan opbouwen en, op een bij de 21e eeuw passende wijze, te gaan inzetten.
Tot slot de vraag: is het betaalbaar? Het antwoord hierop is een volmondig ja. De meerinvestering bedraagt ten opzichte van de bouwsom circa 10 procent. De jaarlasten van de meerinvestering zijn ongeveer gelijk aan de jaarlijkse energiekostenbesparing. Ofwel; zowel technisch als financieel zijn er geen drempels om in 2015 energieneutraal te bouwen. Maar dan zal er nog wel veel moeten worden gedaan aan het daadwerkelijk zorgvuldig en integraal ontwerpen van gebouwen. De techniek is er, maar de ontwerp- en contractprocessen hebben nog een lange weg te gaan. De belangrijkste conclusie is: het kan! Nu nog de visie en overtuiging dat energiebesparing noodzakelijk is, omzetten in daadwerkelijke actie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels