nieuws

Bouwen van windmolens geeft vaak problemen

bouwbreed

De meest gehoorde negatieve effecten op de leefomgeving zijn de inpassing van windmolens in het landschap (horizonvervuiling), de effecten op vogels (doodvliegen tegen de wieken, verstoring van voedsel-, rust- en broedgebieden en barrière voor trekkende vogels), effecten op beschermde natuurgebieden en hinder door geluid en slagschaduw voor omwonenden. Het is moeilijk om geschikte locaties te […]

De meest gehoorde negatieve effecten op de leefomgeving zijn de inpassing van windmolens in het landschap (horizonvervuiling), de effecten op vogels (doodvliegen tegen de wieken, verstoring van voedsel-, rust- en broedgebieden en barrière voor trekkende vogels), effecten op beschermde natuurgebieden en hinder door geluid en slagschaduw voor omwonenden.
Het is moeilijk om geschikte locaties te vinden voor het plaatsen van windmolens. Wanneer een locatie is bepaald, komt het vervolgens regelmatig voor dat het bouwen van de molens wordt bemoeilijkt, vertraagd of gefrustreerd als gevolg van vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen die niet of met behoorlijke vertraging worden verleend. De volgende twee recente zaken illustreren dit; in het eerste geval werd een verleende vergunning vernietigd en het tweede een verklaring van geen bezwaar geweigerd (onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening, hierna oude WRO, nog vereist voor een vrijstelling van het bestemmingsplan).
In de eerste zaak (ABRvS 25 februari 2009, zaaknr. 200709030/1) gaat het onder andere om de bouw van zeventien nieuwe windmolens in de Emmapolder. Omdat de windmolens worden gebouwd aan de rand van het Natura 2000-gebied Waddenzee is er een vergunning vereist op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. De minister van LNV heeft de vergunning (na eerst te hebben geweigerd) uiteindelijk verleend. Hiertegen is door de Stichting Windhoek in beroep gegaan. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State is het met een aantal de door de stichting aangedragen argumenten eens en vernietigt de verleende vergunning. Bij het bekijken van alternatieven voor de windmolens had niet alleen naar de mogelijkheden binnen de huidige kabinetsperiode gekeken mogen worden. Verder is niet goed onderbouwd dat er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn voor de bouw van de windmolens.
In de tweede zaak (Rechtbank Zwolle-Lelystad, 3 februari 2009, LJN: BH4422) gaat het om de bouw van één windmolen, die de laatste is in een lijnopstelling van negen windmolens. De andere acht windmolens zijn al gebouwd. Deze windmolen niet, omdat de vereiste vrijstelling van het bestemmingsplan in 2004 werd ingetrokken. In 2007 wordt een nieuwe bouwvergunning en vrijstelling van het bestemmingsplan aangevraagd. Gedeputeerde Staten weigeren echter de vereiste verklaring van geen bezwaar af te geven (toen nog vereist voor de vrijstelling op grond van de oude WRO). De bouw van de windmolen past niet in het in 2006 door de provincie vastgestelde Omgevingsplan Flevoland en de beleidsregels ‘Windmolens 2007’. Terecht volgens de rechter. Hoe vervelend ook, GS moesten de vrijstelling toetsen aan het omgevingsplan en de beleidsregel. Op basis daarvan kon geen verklaring van geen bezwaar worden afgegeven en de vrijstelling dus niet worden verleend.

jurisprudentie

Het gebruik van windmolens voor het opwekken van windenergie wordt sterk gepromoot als een alternatief voor het winnen van energie uit fossiele brandstoffen. De bouw van de windmolens stuit echter regelmatig op verzet van omwonenden, lagere overheden en milieuorganisaties gezien de negatieve effecten ervan op de leefomgeving.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels