nieuws

Noem het geen utiliteit

bouwbreed

Het gebruik van het begrip utiliteit is in de bouw wijdverbreid. Traditioneel wordt de bouwsector ingedeeld in een tweetal categorieën, namelijk die van de burgerlijke- en utiliteitsbouw (b0x26u) en die van de grond-, weg- en waterbouw (gww). De vraag is of deze sectorale indeling anno 2009 nog volstaat, na alle mogelijke en denkbare innovaties van […]

Het gebruik van het begrip utiliteit is in de bouw wijdverbreid. Traditioneel wordt de bouwsector ingedeeld in een tweetal categorieën, namelijk die van de burgerlijke- en utiliteitsbouw (b0x26u) en die van de grond-, weg- en waterbouw (gww). De vraag is of deze sectorale indeling anno 2009 nog volstaat, na alle mogelijke en denkbare innovaties van de achterliggende jaren. Zoals er nog veel bedrijfsauto’s rondrijden met de bekende trits ‘nieuwbouw, verbouw, onderhoud’, zo zijn er nog veel bouwbedrijven voorzien van een bedrijfsnaam, waarin het begrip utiliteit voorkomt. Ondertussen zijn er vrijwel geen gebouwen meer, waarop het begrip utiliteit zonder meer van toepassing is. De meest bekende betekenis van utiliteit is nut of bruikbaarheid. Ook wordt het woord wel gebruikt als aanduiding van een apparaat of uitrusting. Synoniemen zijn verder: baat, nuttigheid, profijt, voordeel en zin.
Het woord utiliteit is in de praktijk van de bouwsector een vergaarbak voor alle bedrijven, die zich bezighouden met werkzaamheden aan openbare gebouwen. Vroeger spraken we wel van de utiliteitssector, waarbinnen nutsbedrijven werkzaam waren. De tijd van nutsbedrijven is definitief voorbij. Noem de spoorwegen en de energiebedrijven vooral geen nutsbedrijven meer, hoewel zij zich nog wel bezighouden met zaken, die het openbaar belang raken. De commerciële context staat voorop en heeft aan deze sectoren een heel andere cultuur gegeven dan die van de vroegere nutsbedrijven. Ook zorginstanties en ziekenhuizen gedragen zich steeds meer als marktpartijen, die op zuiver economische motieven afgerekend worden.
De vroegere vergaarbak van utiliteit bestaat niet meer. Veel bouwbedrijven hebben de aansluiting met deze vernieuwing in jargon en cultuur nog niet gemaakt. Zij profileren zich nog als specialisten in utiliteit. De vraag is dan waar ze eigenlijk nog mee bezig zijn. Ongetwijfeld met iets nuttigs, anders zouden ze niet meer bestaan. Iedere bouwonderneming, die in de naamgeving nog het woord utiliteit hanteert, zou zich moeten afvragen welk marktsegment men eigenlijk bedient.
Vervolgens is de vraag welke eisen en wensen deze marktpartijen stellen en hebben ten aanzien van gebouwtechnische zaken. Een moderne ziekenhuisdirecteur gaat heel anders om met zijn bouwkundige kwesties dan zijn vroegere collega’s uit het utilitaire tijdperk. Als vroegere nutsbedrijven niet meer als zodanig willen doorgaan, is het niet aan te bevelen hen op hun oude rol aan te spreken. Er is een scala aan termen en begrippen beschikbaar, waarmee moderne bouwondernemingen zich kunnen profileren als oplossingsgerichte aanbieders voor specifieke vraagstukken. Je zou kunnen zeggen: ‘what’s in a name?’
Toch is het geen futiliteit om diepgaand na te denken over de inhoud, de noodzaak en wenselijkheid van het begrip utiliteit. De vlag dient de lading wel te dekken. Opvallend is dat juist de lading vaak wel is aangepast aan de eisen, wensen en verlangens van de opdrachtgevers. Architecten werken allang niet meer alleen vormgericht, maar vooral ook functiegericht. Bouwers letten niet meer slecht op de stichtingskosten, maar op de kosten van instandhouding van een gebouw. Bij de realisering van een bouwopgave worden allang niet meer uitsluitend bouwtechnische inzichten betrokken, maar worden ook vele andere disciplines serieus genomen.
Als al die zaken inhoudelijk in orde zijn, is het zaak om de presentatie daarvan goed te regelen. Het gaat daarbij vooral om de herkenbaarheid vanuit de optiek van de opdrachtgevende partij. Ziet, snapt en voelt een kantoorexploitant dat de bouwende partij zich specifiek zijn zorgen aantrekt? Voelt een zorgdirecteur erkenning en aansluiting bij de wijze waarop architect, bouwer en installateur zich presenteren? Wordt de opdrachtgever serieus genomen in zijn specifieke situatie? Dan gaat het niet meer om een simpele naam, maar om een herkenbare opstelling. Dan kun je het niet meer maken om het verouderde begrip utiliteit te gebruiken, maar kom je voor de dag met een moderne, herkenbare en passende positionering.
De vroegere utiliteitsbedrijven zijn door een boeiend proces van liberalisering, deregulering en marktwerking omgevormd naar moderne marktgerichte ondernemingen. Elke deelsector heeft specifieke kenmerken en vraagstukken, waarin je je als opwerpende of uitvoerende bouwpartij intensief kunt verdiepen. Als je dat doet, krijg je een betere band met de klant dan wanneer je traditiegetrouw en ouderwets als utiliteitsbouwer blijft aanbellen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels