nieuws

Hartverwarmende reacties op ongeval kraanmachinist

bouwbreed

Met de schouders eronder werkt StebruBouw zes dagen in de week om de Rotterdamse Parktoren deze zomer op te kunnen leveren. Tachtig gezinnen wachten op hun appartement. Vergeten wordt de kraanmachinist die vorig jaar om het leven kwam echter nooit. “Bouwen is vertrouwen.”

Waar nieuwe aannemers doorgaans al blij zijn

Op de zevenenvijftigste verjaardag van directeur Joop Steenbrugge zijn de
verbouwingen aan het kantoor van StebruBouw in Nieuwerkerk aan den IJssel in
volle gang. Het gaat goed met de onderneming die Steenbrugge vier jaar geleden
met zijn zoon oprichtte. Waar nieuwe aannemers al blij zijn met opdrachten voor
dakkapellen, bouwt Stebru een toren van 80 meter hoog. “Kom je naar boven?
Iedereen zit op je te wachten.” De directeur knikt naar zijn vrouw Joke en recht
zijn jasje. Een etage hoger zitten project-coördinators en inkopers, onder wie
zijn eigen zoon als één familie aan een grote houten tafel. “Gefeliciteerd
Joop”, klinkt het uit verschillende hoeken. Het lijkt Steenbrugge voor de wind
te gaan. In korte tijd groeide het familiebedrijf van twintig naar veertig
medewerkers. Met een omzet van 30 miljoen euro werd ook de doelstelling van 2008
behaald. Alsof het geluk de oud-Heijmans directeur komt aanwaaien. Niets is
minder waar. Vóór StebruBouw, ging Steenbrugge door een moeilijke periode.
Zonder pardon werd hij als divisiedirecteur van de één op de andere dag op
straat gezet door Heijmans. Het nieuwe avontuur pakte succesvol uit. Oud-MUWI
collega’s meldden zich massaal aan om voor Steenbrugge te mogen werken. Goede
relaties kwamen met opdrachten. Al na twee jaar, met een omzet van ‘slechts’ 5
miljoen euro kreeg Stebru de opdracht voor de 80 meter hoge Parktoren. Een werk
op het laagste punt van Nederland, al wordt dat door sommigen betwist. De aanleg
van de parkeerkelder bracht vooral veel pompwerk met zich mee, hoge damwanden en
veel betonmixers op één dag. Maar, het ging allemaal goed. Tot de torenkraan
instortte.

Impact

“Joop. Ze wachten op je in de bouwkeet in Rotterdam”, roept zijn vrouw. Vanaf
de snelweg is de waaiervormige Parktoren goed zichtbaar. De wolkenkrabber nadert
het hoogste punt. Al loopt hij er niet mee te koop; Steenbrugge vindt het
prachtig. Ook in de bouwkeet van de Parktoren in het Prinsenpark wordt Joop door
zijn werknemers gefeliciteerd. Samen eten ze een broodje. De ballen gehakt zijn
koud geworden. Al snel gaat het gesprek over het kraanongeval van afgelopen
zomer. Steenbrugge benadrukt dat het bouwbedrijf niet valt te verwijten dat de
nieuwe kraan brak. Hoe dan ook, de impact van het ongeluk is groot op het
personeel. Na stiltes en overpeinzingen volgt het verhaal. Elke keer als er een
ambulance langsrijdt komt de herinnering boven. “We stonden hier achter. Hij
komt op ons af, riep ik. Ik begon te rennen. Geen idee waarheen. Het ging zo
snel. Eén, twee seconden”, blikt projectcoördinator Roel van der Vossen terug.
De torenkraan stortte via het bouwwerk die als schokdemper fungeerde in het
water. Onderweg naar beneden werd een balkon losgerukt. Happen werden uit de
gevel geslagen. Het tragische nieuws volgde niet veel later; de machinist is
dood. De Arbeidsinspectie kwam langs, slachtofferhulp werd ingeschakeld.
Tunnelgietbouwers die op het moment van het ongeluk een oorverdovende klap
moeten hebben gehoord, weigerden terug te keren en lieten zich vervangen. Wilden
nooit meer terug naar die bewuste plek. Hartverwarmend waren de vele
telefoontjes, sms’jes en e-mails die StebruBouw uit de hele bouwsector ontving.
“Iedereen die in de bouw werkt, weet wat dit betekent.” Twee maanden lang lag
het werk aan de Parktoren – de Waaier – stil. Daarna werden de beschadigde
tunneldelen vervangen. De rijksrecherche nam de ingestorte torenkraan in beslag.
Een nieuwe, zelfde type torenkraan kwam er voor in de plaats. “Petje af voor de
machinist die er in ging zitten.” Wat er precies is misgegaan met de kraan weet
nog niemand. De schuldvraag is nog in onderzoek. “Hij was gloednieuw. De
machinist had al een jaar gedraaid op normale hoogte. Bovendien was het
windstil.” Steenbrugge vermoedt dat er iets mis was met de constructie. Of met
de elektronica. Om de verloren tijd in te halen werkt het personeel op de
zaterdagen door. “Tachtig gezinnen kun je niet laten wachten op hun
appartement”, spreekt Steenbrugge. Van der Vossen laat de toren zien. Het
regent. De harde wind zet de rode torenkraan buitenspel. Boven, waar de laatste
tunneldelen in schegvorm moeten worden gestort, is het nóg kouder. Donkere
wolken maken het uitzicht minder fraai dan anders. Terug de lift in. Een
tussenstop. “Is dit de snellift?”, vraagt één van de twee installateurs. De lift
stopt nog een keer. Nee, dus. Het ‘vierkant eiland in de plas’, een monument van
2 miljoen euro tegenover de toren markeert het laagste punt. “In de volksmond
noemen ze het monument de kotsbak”, zegt hoofduitvoerder Frans Hüverman met een
glimlach op zijn gezicht. “Rotterdammers verzinnen overal een naam voor”, vult
zijn baas aan. Baas is niet het goede woord. Joop is namelijk één van hen.
“Iedereen wil met hem werken”, aldus Van der Vossen. Steenbrugge moet ervandoor.
Hij heeft een afspraak met corporatie Com.Wonen. Over duurzaam bouwen en
luchtkwaliteit. “Ik ga even een kijkje nemen. Het lijkt me toch wel belangrijk.”
De ervaren rot straalt rust uit. Is trots op het feit hij met zijn jonge, kleine
bedrijf torens mag bouwen. Torens? “Er zitten er nog vier aan te komen.”
Tegenslagen gaat Steenbrugge te lijf met vertrouwen, zijn toverwoord. Geen
kredietcrisis brengt hem van zijn stuk. Hij wil het woord niets eens in de mond
nemen. “We praten elkaar een probleem aan. Iedereen heeft het erover. Ik weet
dat wij vorig jaar 30 miljoen euro hebben omgezet. Voor het komende jaar
verwacht ik dat weer.” n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels