nieuws

Bodemonderzoek kan wel integer

bouwbreed

De branche gelooft niet dat fraude te voorkomen is! (‘Duizenden bodemstudies nep’, Cobouw 3 februari 2009). Een buitengewoon tendentieuze conclusie, kennelijk ingegeven door de opmerkingen van een speaker van de VKB (Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer). Volgens ons is de VKB zeker niet opgericht om dit soort zaken te voorkomen. De reden was dat ONRI-leden die bodemonderzoek […]

De branche gelooft niet dat fraude te voorkomen is! (‘Duizenden bodemstudies nep’, Cobouw 3 februari 2009). Een buitengewoon tendentieuze conclusie, kennelijk ingegeven door de opmerkingen van een speaker van de VKB (Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer).
Volgens ons is de VKB zeker niet opgericht om dit soort zaken te voorkomen. De reden was dat ONRI-leden die bodemonderzoek deden, wilden voorkomen dat kleine specialistische bedrijven zich zouden gaan richten op delen van het werk. Dat men daarbij kwaliteit van bodemonderzoek als drogreden gebruikte wil men nu graag vergeten. Hoe is anders te verklaren dat wij als lid werden geweigerd omdat we minder dan tien man personeel hadden? Wij zijn niet de enigen met deze ervaring, het is de ontstaansgrond van de VVMA (Vereniging van milieutechnische adviesbureaus).
De mening van de VKB dat fraude niet is te voorkomen delen wij niet. Het is een kwestie van goede regels en procedures.
Zowel wijzelf, alsook het bestuur van de VVMA heeft ten behoeve van fraudebestrijding al gedurende een aantal jaren regelmatig allerlei voorstellen gelanceerd.
Ik wil niet te diep ingaan op de tegenwerking die tegen voorgestelde simpele controles ontstond, noch waar ze vandaan kwamen. Dit omdat de VVMA sedert enige tijd (terecht) als volwaardige partner wordt gezien in allerlei vormen van overleg en wij het bestuur en de diverse commissieleden niet voor de voeten willen lopen met oude koeien uit de sloot.
Als de werkwijzen die wij al 10 jaar voorstellen en uitdragen, worden doorgevoerd, is onze branche binnen 6 maanden schoon. Die visie berust op een aantal peilers.
Wettelijk verplichte algehele onafhankelijkheid van adviesbureaus en advieswerk ten opzichte van aannemers, landschapsinrichters, grondbanken, grondreinigers, overheden, etc.
Goed geleid centraal onderzoeksregistratiesysteem met meldingsplicht, zowel voor bodem- als voor bouwstoffenonderzoek. Dit is simpel te realiseren met het Kadaster als platform. Wij werkten er al jaren geleden aan en het bleek haalbaar en mogelijk. De overheid krijgt dan een prima controlesystematiek in handen, en justitie een uitstekende fraudedetector.
Controleonderzoeken uitgevoerd door CI’s en/of een speciaal controlebureau. Onderzoek op basis van reproductiviteit binnen een bepaalde bandbreedte.
Transportcontroles op te verplaatsen partijen grond en secundaire bouwstoffen.
Consensus over hetgeen een onderzoekswerk minimaal moet bevatten zonder lokale en rare uitzonderingsregeltjes.
Naleving van, en vooral controle op certificatieregels. Dat wil zeggen onderzoeksrapporten afkeuren als ze ongecertificeerd zijn uitgevoerd.
Rust aan het prijzenfront. Men krijgt wat men vraagt. Zo lang de overheid nog generiek kiest voor laagste prijs als keuzecriterium bij aanbestedingen, houdt zij kunstmatig heel erg slecht werk in stands. Dat geldt ook voor de soms idiote selectiecriteria die als basis uitgangspunt bij sommige aanbestedingen wordt neergelegd. Bijvoorbeeld: De inschrijver moet kunnen aantonen dat: hij minimaal 3 jaar voorafgaand een omzet van minimaal 0,5 miljoen euro per jaar in het gevraagde werk heeft gerealiseerd, en men in die periode minimaal drie ervaren ingenieurs in dienst had. Met een omzet van een half miljoen kun je geen drie academici te werk stellen. Je houdt ze niet aan het werk ook. Eén goede projectleider en een veldwerker volstaat bij een dergelijke geringe omzet. Bij meer personeel op zo’n omzet is men dieptreurig verliesgevend.
De milieuonderzoekswereld en de eraan verbonden wetgeving blinkt uit pogingen te voorkomen dat wie nadenkt succesvol lopende banden ontwikkelt in dit vakgebied. Het is de vraag wie daarvoor verantwoordelijk zijn en vooral: wat men daarbij denkt te winnen. In elk geval niet verbetering van kwaliteit, transparantie en voorkoming van fraude. Hooguit behoud van de eigen positie zo lang het duurt.
Wij delen de teneur van de onderkop van het artikel niet. Fraude is te voorkomen zonder echt kostbare ingrepen. Wij zien al meer dan 10 jaar vooral heel veel onwil vanuit bepaalde maatschappelijke geledingen om verbeteringen door te voeren en/of sluitende en handhaafbare wetgeving te accepteren. Partijen uit de Tweede Kamer, door ons uitgenodigd om er eens gedegen over te spreken, zijn daar nooit op ingegaan.
Desinteresse, behoudzucht, onbegrip en/of onkunde, en mogelijk zelfs gemak van oncontroleerbaarheid zijn wellicht de basis van het in stand laten van het systeem, naast de zekerheids- en kwaliteitsschijn van het huidige certificatiesysteem. Niets is minder waar. Een goed controleerbaar systeem is in het belang van degenen die integer omgaan met het werk binnen de door de markt gecreëerde en te realiseren mogelijkheden. Aan u dus om uit te zoeken waar de kennelijke onwil om het morgen beter te doen vandaan komt. En .. zo lang maatschappelijk de bereidheid niet ontstaat om er inhoudelijk echt iets aan te doen, blijven we oplopen tegen artikelen zoals het onderhavige. Dat doet dan vooral heel veel onrecht en schade aan degenen die wel integer hun werk doen en willen blijven doen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels