nieuws

Joop Steenbrugge: ‘Schijnveiligheid torenkranen’

bouwbreed Premium

Een dag nadat het rapport van de Raad voor Veiligheid over het dodelijke ongeval met de torenkraan in Rotterdam is verschenen, spreekt Cobouw met Joop Steenbrugge, de directeur van bouwbedrijf Stebru op wiens “bouwerij” het incident in 2008 plaatsvond. Vrijgepleit? “Ja en nee.”

We zijn blij met het rapport, omdat het weergeeft waar het misgaat met
torenkranen. Maar we zijn teleurgesteld dat nergens staat dat bouwbedrijf Stebru
niets te verwijten valt. Al snel werd gesuggereerd dat het omvallen van de kraan
te maken had met het feit dat wij een klein bouwbedrijf zijn. Maar, wij hebben
alles gedaan wat we moesten doen. Zoals gebruikelijk is de torenkraan nadat hij
was opgebouwd twee dagen door Aboma+Keboma gecontroleerd. We hielden een logboek
bij waarin alle handelingen met de kraan werden vastgelegd. De impact van het
ongeval was groot. Iedereen voelde zich in het begin schuldig. Een aantal mensen
van onderaannemers stapte uit het vak. Wilde nooit meer de bouw in. Praktische
zaken waren er ook. We kregen claims van kopers omdat hun appartementen drie
weken te laat werden opgeleverd. Terwijl we door dag en nacht doorwerken toch
een groot deel van de vertraging wisten in te lopen. Het zure is, dat we het
grootste gedeelte van die vertraging opliepen door het onderzoek van de Raad
voor Veiligheid. Dat nam negen weken in beslag. Ze bootsten de hele situatie na.
Normaal gesproken duurt zo’n onderzoek twee weken. Ja, het rapport leert dat wij
geen fouten hebben gemaakt, maar ik kan het niet als een vrijbrief beschouwen.
Zo werkt het nu eenmaal niet. Er loopt ook nog een onderzoek van de
Arbeidsinspectie. Mogelijk volgt daaruit een strafrechtelijke procedure. De
schade door het ongeval is aanzienlijk. Een deel daarvan is vergoed door onze
CAR-verzekering, maar nog zeker een miljoen moet op een andere manier worden
opgehoest.

Ondernemersrisico

Hoewel dus niets mankeerde aan de fundering, de verankering of aan de gevel,
is niet uitgesloten dat wij uiteindelijk opdraaien voor de openstaande kosten.
Allereerst omdat het ongeval bij ons op de gebeurde. ‘Daar ben jij
verantwoordelijk voor’ zeggen ze dan. Een vallende torenkraan is geen overmacht,
maar valt onder het ondernemersrisico. Natuurlijk zullen wij de rekening
proberen te verhalen bij de importeur van de torenkraan, waarmee we overigens
nog steeds zakendoen. Maar de importeur zal zich op zijn beurt richten op de
Duitse fabrikant. Hij zal zeggen dat hij niets met de Nederlandse Raad voor
Veiligheid te maken heeft en aan het eind van het liedje ligt de rekening weer
op ons bord. Echt, over vijf jaar weet niemand meer wat er is gebeurd, maar gaat
het alleen nog maar over geld. De conclusies van het rapport (ontwerp van een
torenkraan wordt niet onafhankelijk getoetst, red) leren mij verder dat er
sprake is van schijnveiligheid van torenkranen. Als aannemer kun je er kennelijk
niet vanuit gaan dat je een veilige machine inhuurt. Nee, als het aan mij ligt
wordt die onafhankelijke toets direct ingevoerd. Helaas bepaal ik als simpele
bouwer niet de regelgeving voor de hele wereld. Ik vraag me overigens af of de
veiligheid van personen/goederenliften op bouwplaatsen beter is gewaarborgd. In
dat bakje gaan twintig man, terwijl het aan een klein wieltje hangt. Voor de
toekomst houd ik mijn hart vast. Europees regelen dat kranen getoetst moeten
worden, zal lang duren. In Nederland krijgen we dat misschien wel voor elkaar,
maar ook dat zal lastig worden. Toen wij bij de Parktoren in Rotterdam een
nieuwe kraan hadden opgebouwd, belde ik drie weken later naar Arbeidsinspectie
of ze de kraan niet nog een keer konden toetsen. ‘Daar kunnen we niet aan
beginnen zeiden ze. Als we dat doen, zijn wij verantwoordelijk.’

Reageer op dit artikel