nieuws

‘Daadkrachtige uitvoerder’ dupeert werkgever

bouwbreed Premium

Grave Bouw ging voor anderhalve ton het schip in, omdat het zijn vertrouwen gaf aan een uitvoerder die een oplichter blijkt. Het bedrijf likt nu zijn wonden. De schijnwerpers zijn gericht op een bedrijf dat als onderaannemer gewend is in de luwte te werken.

Het werd de zoveelste gedupeerde van de 36-jarige man die in de loop van de
jaren een spoor van vernieling zou hebben getrokken in de bouw en mogelijk nog
steeds trekt. Belangrijk om daaraan ruchtbaarheid te geven, vindt bedrijfsleider
John Rossen, zeker nu hij geen aanwijzingen heeft dat hij het laatste
slachtoffer is. “We vragen ons achteraf zelfs af of hij wel een bouwopleiding
heeft gehad. Vanaf zijn achttiende, hebben we begrepen, zit hij al in louche
zaakjes.” Het project waarmee hij begin dit jaar bij Grave Bouw startte, liep
door gebrek aan sturing niet goed. “Dat bleek niet uit de termijnregistratie
waarop de facturen werden gebaseerd. Die voerde hij veel te hoog op. We hoorden
dat hij nauwelijks op het werk aanwezig was. Toen ook nog uitkwam dat hij het
loon van twee gedetacheerde bouwvakkers in zijn eigen zak stak, hebben we hem op
staande voet ontslagen.”

Projecten

Het is een verhaal dat moet worden verteld, weet hij. Maar intussen ligt het
op zijn lippen gebrand: over zijn bedrijf valt meer te melden. Geen problemen,
maar boeiende dingen waarvan velen geen weet hebben. In onderaanneming bouwt
Grave Bouw aan prestigieuze projecten. Betonwerk, metselen, timmeren, betegelen;
de merendeels uit het oosten van Duitsland afkomstige medewerkers weten er raad
mee. Het KPMG-gebouw aan de A9 bij Amstelveen, het nieuwe Shell-gebouw aan
IJ-oever in Amsterdam, de Utrechtse diergeneeskundefaculteit en de uitbreiding
van Schiphol zijn enkele in het oog springende werken waaraan Grave Bouw werkt.
“Wij zijn ontzettend trots op wat we doen.” Hij zegt zeer tevreden te zijn over
de Duitse bouwvakkers. “Ze zijn gedreven in hun werk en behoorlijk correct
tegenover hun leidinggevenden.” Af en toe blijken ze wat te bescheiden voor
Nederlandse begrippen. “Zeker als er op de bouwplaats ook voorlui rondlopen van
een ander bedrijf. Dan worden ze wel eens ondergesneeuwd en zijn zij steeds
degenen die moeten wachten.” Momenteel heeft Grave Bouw zo’n 150 werklui in
dienst. Vorig jaar, toen het de bouw meer voor de wind ging, waren het er
volgens Rossen drie keer zo veel. Maar de bouwvakkers werken op
detacheringsbasis. De vaste kern van het bedrijf is klein. “Die bestaat vooral
uit uitvoerders.” Een bescheiden kantoor met uitzicht op de stuw van Grave is
het organisatorische hart. Het meeste werk ligt in het westen van het land:
“Amsterdam, Almere, Leiden, Rotterdam”, somt hij op waar grote projecten vorm
krijgen. “Af en toe doen we iets in het noorden of in Brabant, meestal kleinere
opdrachten zoals scholen. Minder de werken waar heel bouwend Nederland over
praat.” Het personeel woont verspreid door het land. De bouwvakkers met hun
tijdelijke onderkomen maar ook de uitvoerders. Rossen zegt een groot deel van de
tijd op pad te zijn, de projecten langs. “Dat kost veel tijd maar het is mooi
werk, dat maakt het goed.” De sfeer bij Grave Bouw omschrijft hij als “gezellig,
gemoedelijk”. De nieuwe uitvoerder (“onze vriend”) paste daarin volgens hem
vanaf het begin “niet echt”. Tijdens zijn sollicitatiegesprek viel hij op met
zijn “vrij grote mond”. Bij wijze van uitzondering was dat een pre. “We hebben
hem aangenomen, omdat we een daadkrachtig figuur zochten; iemand die af en toe
met zijn vuist op tafel kon slaan.”

Aangifte

Van de politie verwacht hij niet veel. “Die kon niet eens zeggen waar we
aangifte moesten doen. Uiteindelijk kregen we te horen dat we het geld kunnen
terugvorderen in een civiele zaak. Daarvoor moeten we een advocaat inhuren en
zoiets kost duizenden euro’s. We weten niet eens waar we de man uithangt. Hij
heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Bovendien blijkt hij al jaren
failliet. Van een kale kip kun je niet plukken. Dat geld zien we nooit meer
terug.”

Reageer op dit artikel